Wie bewaakt de bewakers ?
...

Wie bewaakt de bewakers ?De affaire- Dutroux blijft het zenuwstelsel van het Belgisch politiek systeem ontredderen. Op aanstoken van FDF-fanaat Maingain raken de francofone politici opgewonden door het feit dat Marc Verwilghen en zijn commissie de meeste miskleunen lokaliseren in Wallonië en Brussel. Tijd dus voor het ontwerpen van een "Dutroux-wafelijzer" : geen enkele fout in Wallonië mag bekendgemaakt worden vooraleer een gelijkwaardige fout in Vlaanderen is ontdekt. Het is een bittere realiteit : ook inzake justitie wordt de federale logica weggedrukt door het populistisch communautair opbod van francofone zijde. De Maingain-rel mag echter niet de aandacht afleiden van een belangrijke "structurele aanbeveling" in het rapport van de commissie : de integratie van de drie politiekorpsen binnen één politiestructuur.GEVAAR.In een eerste reflex roept de eenheidspolitie vooral politieke bezwaren op, het schrikbeeld van een "staat in de staat". De eenheidspolitie zal amper nog een gewapende tegenmacht kennen, tenzij een verschrompelend en geëuropeaniseerd legertje. Bij wie kan men nog zijn nood gaan klagen wanneer men stuit op de geïntegreerde onwil van een dergelijk politiekorps ?Het gevaar van een eenheidspolitie voor de democratie en de rechtsstaat mag evenwel niet overdreven worden. Zolang totalitaire politieke stromingen onbeduidend blijven, gaat er weinig gevaar uit van een eenheidspolitie. Nederland, waar eveneens een eenheidspolitie bestaat, geldt hier als voorbeeld. Het totalitaire gevaar moet niet gezocht worden in politiestructuren, maar in politieke denkbeelden.PROBLEEM.De eenheidspolitie doet grotere vraagtekens rijzen op het vlak van maatschappelijk management. Om het falen van de coördinatie tussen gerecht, rijkswacht, gerechtelijke politie en gemeentelijke politie te verhelpen, volstaat het niet alle politiemensen in eenzelfde uniform te steken en dezelfde weddeschalen toe te kennen. Het creëren van één korps belet immers niet dat dit korps zal moeten blijven instaan voor een brede waaier van opdrachten, die vanuit diverse hoeken worden aangedragen. Volgens het rapport zal het eenheidskorps opdrachten krijgen van de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken, van de parketten in de verschillende arrondissementen en van de gemeentebesturen in interpolitiezones. Het beroep dat vanuit diverse van elkaar onafhankelijke autoriteiten op dit korps zal worden gedaan, doet het economisch probleem van de common pool rijzen. De dienstverlening die het eenheidskorps kan aanbieden, is hoe dan ook eindig. Er zullen dus keuzen gemaakt moeten worden : aan welke opdrachten wordt gevolg gegeven en aan welke niet, wat wordt eerst uitgevoerd en wat uitgesteld, hoeveel middelen en personeel worden her en der ingezet ? Zo ontstaat het gevaar dat de verschillende opdrachtgevers, wel bewust van de onvermijdelijke "politieschaarste", hun beroep op het korps zullen opdrijven teneinde de anderen voor te blijven. MEDESPELER.Volgens de economische theorie leidt het common pool-probleem tot een overmatige en voortijdige exploitatie van de economische hulpbronnen. Een politiekorps is echter geen passief medium zoals een goudader, oppervlaktewateren of petroleumreserves ; het is een actieve medespeler die kennis en macht kan gebruiken voor de eigen collectieve belangen. Het gevaar is derhalve groot dat de hiërarchische oversten binnen het politiekorps de ultieme arbiters zullen worden wat de inzet van politiemiddelen betreft. De eenheidscommandant die een vraag krijgt naar meer intense opsporing inzake fiscale fraude, kan antwoorden dat hij niet over de nodige middelen beschikt omdat zijn personeel overvraagd wordt door een onderzoek naar de sekten. Voor het onderzoek naar de sekten kan hij dan weer wijzen op de grote vraag naar onderzoek inzake fiscale fraude. Op die manier komt het daadwerkelijke justitiële en politieke beleid in handen van de politiecommandanten, en bestaat de democratische en gerechtelijke sturing van het politionele alleen nog op papier.OPLOSSINGEN.Voor het common pool-probleem zijn in wezen drie oplossingen mogelijk : het aanrekenen van prijzen voor de diensten, het onderling coördineren van de vraag en het segmenteren van de diensten. De eerste oplossing wordt al toegepast voor geldtransporten van de banken en wordt ook in het vooruitzicht gesteld voor de politiebegeleiding van voetbalwedstrijden. Wellicht kan men hier en daar nog een paar politiek kwetsbare sectoren vinden om politieprijzen door te rekenen. Als algemene oplossing valt dit systeem echter moeilijk te rijmen met de filosofie van gelijke rechtsbescherming. Het coördineren van de vraag impliceert een bestendig en tijdrovend overleg tussen gerechtelijke en bestuurlijke, federale en lokale autoriteiten. Naast de kosten van dit overleg moet men ook rekening houden met de mogelijkheid dat de partners vals spelen in het naleven van de afspraken. Bovendien biedt overleg geen oplossing voor urgente problemen die een verschuiving van de inzet van middelen noodzaken. Het segmenteren van de diensten houdt in dat voor elke bundel van opdrachten een aparte afdeling bestaat, zodat de politiedienst zich niet kan verschuilen achter het feit dat hij overvraagd wordt door andere autoriteiten. Segmentering is slechts zinvol wanneer aan de diverse segmenten duidelijk aflijnbare taken toegewezen kunnen worden. Indien dit het geval is, kunnen we het idee van de eenheidspolitie maar beter opbergen en blijven werken met verschillende korpsen weliswaar met een andere bevoegdheidsverdeling en andere structuren dan de huidige. EUFORIE.Het is fout de eenheidspolitie zomaar terzijde te schuiven als een gevaar voor de democratie. Het is echter evenzeer fout zich te laten drijven op de euforie van het overigens knappe rapport van de commissie-Dutroux, en aldus onoplosbare common pool-problemen te creëren bij de politie. "The wise must carry the fool on his shoulder," zo luidt een Engels gezegde. De wijze Verwilghen en zijn kompanen kunnen er beter nog een nachtje over slapen, alvorens de grote sprong naar de eenheidspolitie te wagen. BOUDEWIJN BOUCKAERT Prof. dr. Bouckaert is voorzitter van de vakgroep Grondslagen van het Recht, faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit Gent.