Een klassement van de grootste bedrijven heeft iets weg van een stamboom. Vooral als moeder- en dochteronderneming(en) elk geconsolideerde jaarrekeningen neerleggen, zoals het geval is bij de Generale Maatschappij van België, Tractebel en Fabricom. In deze gevallen werd elke dochtergroep met een dubbele asterisk aangeduid zodat u snel de top van de stamboom kan terugvinden. Deze regel werd evenwel niet toegepast wanneer er tussen de beide jaarrekeningen maar een gering verschil bestaat. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Faamco en Ter Beke. In dit geval werd alleen de meest bekende van de twee weerhouden.
...

Een klassement van de grootste bedrijven heeft iets weg van een stamboom. Vooral als moeder- en dochteronderneming(en) elk geconsolideerde jaarrekeningen neerleggen, zoals het geval is bij de Generale Maatschappij van België, Tractebel en Fabricom. In deze gevallen werd elke dochtergroep met een dubbele asterisk aangeduid zodat u snel de top van de stamboom kan terugvinden. Deze regel werd evenwel niet toegepast wanneer er tussen de beide jaarrekeningen maar een gering verschil bestaat. Dat is bijvoorbeeld het geval bij Faamco en Ter Beke. In dit geval werd alleen de meest bekende van de twee weerhouden. De moederbedrijven werden op basis van hun omzet gerangschikt. De volledig geïntegreerde dochterondernemingen met een omzet vanaf 1 miljard frank werden eveneens in het klassement opgenomen. Het aantal vermelde dochterondernemingen werd evenwel beperkt tot twintig.Net zoals de vorige jaren zijn deze klassementen gebaseerd op de geconsolideerde jaarrekeningen. De publicatie van die rekeningen is verplicht wanneer aan twee van de volgende drie minimumcriteria wordt voldaan: omzet van 800 miljoen, balanstotaal van 400 miljoen of een personeelsbestand van 250 mensen. Maar ook hier bevestigen uitzonderingen de regel. Wanneer het moederbedrijf zelf geconsolideerde rekeningen publiceert, zijn haar dochters niet verplicht hetzelfde te doen. De Belgische dochterondernemingen van buitenlandse groepen maken massaal gebruik van deze uitzondering. In dit geval hebben we de balansen van de verschillende dochters van buitenlandse groepen in ons land, geheel of gedeeltelijk bij elkaar opgeteld. Hoewel het resultaat uiteraard niet tot op de frank juist is, krijgen we zo niettemin een correct idee van het belang van elke groep in ons land.Hieronder volgt een bondig overzicht van de activiteiten van de grootten van dit klassement.PETROFINA.Europa was in 1997 nog altijd goed voor het gros van de omzet van PetroFina: 552 miljard op een totaal van meer dan 700 miljard frank. De omzetstijging van 106 miljard kan als volgt worden uitgesplitst: hogere koers van de dollar en andere Europese munten tegenover de Belgische frank: 32 miljard; hogere verkochte volumes: 20 miljard; gestegen verkoopprijs: 25 miljard en accijnzen op minerale oliën: 29 miljard. DELHAIZE.De groepsomzet steeg met 23% tot boven 500 miljard. De stijging, afgerond 100 miljard, is ongeveer even groot als de omzet die Delhaize "De Leeuw" in België realiseert (110 miljard). GENERALE MAATSCHAPPIJ VAN BELGIË.De consolidatiekring van de "oude dame", intussen van de beurs verdwenen, kreeg een grondige facelift. Tractebel, waarop in 1996 nog een vermogensmutatie werd toegepast, werd in 1997 integraal geconsolideerd. Gevolg: de in 1996 gepubliceerde groepsomzet van 159 miljard schoot plots omhoog naar 504 miljard. SOLVAY.De omzet van Solvay overschreed voor het eerst de kaap van 300 miljard. Het bedrijf is van plan om farmaceutica uit te bouwen tot zijn belangrijkste activiteit qua omzet. Dat betekent dat de hiërarchie, die nu wordt gedomineerd door chemie (35%) en plastic (35%), moet worden omgedraaid. ELECTRABEL.Electrabel gaat steeds meer de internationale toer op, onder meer via partnerships met buitenlandse producenten of via de inbreng van technische knowhow in de projecten van de eenheid Elektriciteit en Gas Internationaal (EGI) van Tractebel. TOYOTA EUROPE.De cijfers zijn spectaculair, maar betekenen niet zoveel voor België. Ons land doet eigenlijk dienst als toegangsluik voor de Japanse wagens, die vervolgens naar de verschillende Europese landen vertrekken. Daar zou binnenkort verandering in kunnen komen: de vestiging in Evere is nu al het Europese commerciële hoofdkwartier. Sinds oktober 1998 biedt het ook onderdak aan een coördinatiecentrum dat instaat voor de verbinding tussen de twee Britse productie-eenheden van de groep en de toekomstige fabriek van Onnaing, vlakbij Valenciennes.GIB.De verkoop van de doe-het-zelf-zaken Scotty's lijkt een definitief punt te zetten achter de Amerikaanse odyssee van GIB, dat zich weer op Europa wil concentreren. De Franse distributeur Promodès verwierf 27,5% van het kapitaal van de groep. Een nieuw uithangbord, Super GB Partner, moet de Unic- en Nopri-franchises nieuw leven inblazen. De groep zet een positief resultaat van zowat 3 miljard neer. Maar tot welke prijs? Bij de uitzonderlijke inkomsten vinden we 11 miljard meerwaarden die werden gerealiseerd op de verkoop van 27,5% van GB aan Promodès, 1,4 miljard die afkomstig is van de verkoop van Pearl Vision Center en een meerwaarde van 840 miljoen op de verkoop van Sarma, Nieuwstraat. Nog een bladzijde uit de economische geschiedenis die wordt omgeslagen. TRACTEBEL.De internationalisering van de Tractebel-groep (omzet: 63 miljard frank) vordert snel en wordt gekenmerkt door een grote onafhankelijkheid en vrijheid van handelen. COCKERILL SAMBRE.Het in 1996 gelanceerde plan Horizon 2000 beoogt een jaarlijks weerkerende besparing van 10 miljard. Het Franse Usinor, de nieuwe heer en meester, zal de concrete vruchten van dit plan vanaf 1999 kunnen plukken. FORD BELGIUM.Begin 1998 kondigde Ford Genk een investeringsprogramma aan van meer dan 30 miljard. De toekomst van deze megafabriek, waar de Mondeo en Transit-bedrijfswagens voor de hele wereld worden geproduceerd, lijkt dus verzekerd. Keerzijde van de medaille: het personeelsbestand wordt met 2000 à 3000 werknemers afgeslankt. T.C.