Zeven op de tien Fransen zijn, volgens een enquête in Le Figaro, ervoor gewonnen dat de regering vijandige overnames van Franse bedrijven door buitenlandse ondernemingen moet kunnen blokkeren. In de modelstaat die België is - toegegeven, een glimlach speelt om onze lippen wanneer we dit schrijven - is het bonton om smalend te doen over de Franse regering en over haar rol bij de fusie tussen de energiebedrijven Suez en Gaz de France.
...

Zeven op de tien Fransen zijn, volgens een enquête in Le Figaro, ervoor gewonnen dat de regering vijandige overnames van Franse bedrijven door buitenlandse ondernemingen moet kunnen blokkeren. In de modelstaat die België is - toegegeven, een glimlach speelt om onze lippen wanneer we dit schrijven - is het bonton om smalend te doen over de Franse regering en over haar rol bij de fusie tussen de energiebedrijven Suez en Gaz de France. Protectionisme is terug van nooit weggeweest. De hardste criticus van het Franse protectionisme, de Italiaanse premier Silvio Berlusconi, schreeuwde enkele maanden geleden zelf moord en brand over de overname van de bank Antonveneta door het Nederlandse ABN Amro. In Polen is de regering nog steeds gekant tegen de overname van de Duitse HypoVereinsbank door haar Italiaanse sectorgenoot UniCredito, die samen de nummer twee en drie in Polen bezitten. Zelfs de Amerikanen, nochtans de zelfverklaarde kampioenen van de vrije markt, blijken plots last te hebben van koudwatervrees. Onder politieke druk heeft het Arabische Dubai Ports besloten de integratie van zes Amerikaanse havens uit te stellen, hoewel die een onderdeel vormden van de door de Arabieren overgenomen Brits-Australische goederenbehandelaar P&O Ports. In het Amerikaanse Congres wordt immers gevreesd voor de veiligheid in de betrokken havens en bij uitbreiding van de VS zelf. Trek die logica door - elk westers land kan dit argument inroepen, en P&O Ports zit onder meer in Frankrijk, Australië, het Verenigd Koninkrijk en in ons land in Antwerpen - en je sluit meteen de Arabieren uit van de internationale overnamescène. Protectionisme geeft een gevoel van bescherming, zeker in tijden van de steeds sneller en verder gaande globalisering en de prestatiedruk die daarmee gepaard gaat. Een vals gevoel weliswaar, zo ondervonden heel wat bedrijven uit de Belgische 'nationale sectoren' van vroeger. Talrijk zijn de textiel-, staal-, kolen-, scheepsbouw- en glassectoren die botsten op de grenzen van het protectionisme: de bescherming van Boelwerf en andere stopte ook aan de grens, en binnen de kortste keren waren ze internationaal niet meer competitief. De strategische sectoren die de Franse premier Dominique de Villepin eerder lanceerde, zijn daarom een wankele evenwichtsoefening tussen het opbouwen van nationale kampioenen die in staat zijn uit te groeien tot wereldspelers, en het marginaliseren van het Franse kapitalisme op de internationale scène. Bovendien is zelfs daar, in het mekka van het overheidschauvinisme, een op zeven werknemers aan de slag in een buitenlands bedrijf, en is de helft van het kapitaal van op de Franse beurs genoteerde bedrijven in vreemde handen. De fusie tussen Suez en Gaz de France is een test voor de Europese Commissie om te zien in hoeverre ze haar mededingingsbeleid ook durft op te leggen aan grote lidstaten. Met de kleinere wordt sowieso geen rekening gehouden, gaf Suez-topman Gérard Mestrallet impliciet toe toen hij moest erkennen dat het 'akkoord' van de Belgische regering, waar hij zich in eerste instantie op beriep, slechts inhield dat Verhofstadt en co. op de hoogte waren gehouden. De vraag die rijst, is welke rol de overheid nog heeft in het economische debat. In sommige sectoren is de vraag naar de taken van de overheid min of meer beantwoord, zij het meestal en stoemelings. Zo is officieel de tijd van de nationale luchtvaartmaatschappijen voorbij, al blijft België, samen met Zwitserland, een van de weinige landen die 'zijn' carrier failliet liet gaan. Qua spoorvervoer bewees het Verenigd Koninkrijk dat er weinig mis is met het privatiseren van de exploitatie van spoordiensten, maar wél met de privatisering van de peperdure infrastructuur zelf. Dat de Gentse havenschepen Daniël Termont (SP.A) er namens de Vlaamse steden en gemeenten voor moet pleiten dat de Belgische overheden een meerderheidsaandeel behouden in gasdistributeur Fluxys, is eigenlijk een aberratie. Als Verhofstadt zich had afgevraagd wat de taak is van de overheid in de energiesector, dan had Suez zijn meerderheid in Fluxys al langer dan vandaag moeten afgeven. Luc Huysmans