Dat federaal minister van Ambtenarenzaken Luc Van den Bossche (SP) één van de weinige echte toppolitici in ons land is, zal niemand ontkennen. De Gentse politicus bouwde een indrukwekkende reputatie op, iets wat hij onder meer te danken heeft aan zijn ongelooflijke dossierkennis. Maar Van den Bossche heeft ook de neiging om zijn optredens méér dan een oppervlakkig vleugje arrogantie en brutaliteit mee te geven. Zo huldigt de minister het principe dat je geen inhoudelijke discussies moet voeren als je iets wil bestrijden. Neen: je moet - om het in voetbaltermen uit te drukken - ...

Dat federaal minister van Ambtenarenzaken Luc Van den Bossche (SP) één van de weinige echte toppolitici in ons land is, zal niemand ontkennen. De Gentse politicus bouwde een indrukwekkende reputatie op, iets wat hij onder meer te danken heeft aan zijn ongelooflijke dossierkennis. Maar Van den Bossche heeft ook de neiging om zijn optredens méér dan een oppervlakkig vleugje arrogantie en brutaliteit mee te geven. Zo huldigt de minister het principe dat je geen inhoudelijke discussies moet voeren als je iets wil bestrijden. Neen: je moet - om het in voetbaltermen uit te drukken - doodschoppen uitdelen. In de 'discussie' met Trends over de vergelijking van het gemiddelde brutojaarloon in de publieke en particuliere sector (zie Trends, 15 maart 2001, blz. 44) was het dát kleine kantje van Van den Bossche dat volop aan bod kwam. Tijdens het VRT-journaal verklaarde de minister dat "als hij zo'n studie had durven indienen bij professor Picard, hij in september niet eens had moeten terugkeren voor de tweede zit. Met zo'n foute studie zou hij meteen zijn jaar hebben moeten overdoen." Ministers leven met een waanzinnige agenda. Allicht valt daar gedeeltelijk de reden te zoeken voor de forse uitval van VdB. Want als de SP-excellentie de tijd had genomen om de Trends-analyse rustig door te nemen, zou hij zich niet hebben laten verleiden tot die uitlating. Al kan het natuurlijk ook dat de reële waarde van het Trends-artikel überhaupt geen rol speelde, en de uitval van Van den Bossche dus in een heel ander perspectief moet worden gezien. Door het Copernicus-plan is Luc Van den Bossche sowieso al de kop van jut voor de overheidsvakbonden. Hij weet zeer goed dat hij politiek een vreselijk moeilijke onderhandelingsperiode tegemoet gaat. De minister kon het zich dan ook niet veroorloven om zich uit te spreken over onze analyse, ook niet genuanceerd. Dat maakten de vakbonden, die al dagen voor de publicatie de eindtekst van Trends hadden ontvangen, VdB ondubbelzinnig duidelijk. Ook Luc Van den Bossche ontving van Trends het cijfermateriaal ruim op voorhand. Onze vraag om commentaar werd aanvankelijk positief beantwoord. Maar naarmate de dagen vorderden, maakte die belofte plaats voor een sluierdans. Toen het artikel uiteindelijk moest worden gedrukt, volgde bij monde van woordvoerder Marc Pattyn de mededeling dat de minister de Trends-cijfers verder moest bestuderen voor hij commentaar kon geven. Hadden de minister en zijn kabinetsmdewerkers méér nodig dan vier volle dagen om te concluderen dat het om een "totaal foute studie" ging? Openheid van zaken blijkt in het verdere verloop van deze discussie ook niet het sterkste punt van Van den Bossche. Vorige week donderdag maakte de minister looncijfers voor specifieke functies bekend (zie Briefing, blz. 14). Onmiddellijk vroegen we het kabinet om de volledige cijfers ter zake te kunnen inzien. Die vraag werd vrijdagochtend per e-mail herhaald. Maar afgelopen maandag hadden we, ondanks herhaald aandringen, nog altijd niets ontvangen...Johan Van Overtveldt