De goeden blijven gespaard

De tantièmes die worden uitgekeerd aan bestuurders die zelf vennootschappen zijn, worden dan toch niet automatisch geherkwalificeerd in dividenden. En vzw’s mogen opgelucht ademhalen : de aangekondigde belasting op een deel van hun uitgaven gaat evenmin door.

Toen enkele maanden geleden witte rook opsteeg uit de schoorsteen van het begrotingsconclaaf, kon de fiscale wereld zijn ogen nauwelijks geloven. De boreling bleek een draak te zijn, die het onder meer fel op bestuurders/vennootschappen had gemunt. Oorzaak van al die ellende was de vaststelling dat binnen vennootschapsgroepen nogal wat aan winstverschuiving wordt gedaan. Dat gebeurt in de vorm van tantièmes.

SCENARIO.

Het scenario is bekend. Vennootschap A heeft te veel winst. En vennootschap B (van dezelfde groep) lijdt verlies. Bijgevolg komt het erop aan de winst van vennootschap A af te leiden naar vennootschap B. Hoe ? Door vennootschap B halsoverkop tot bestuurder van A te benoemen. En de kersverse bestuurder te belonen met een tantième waarmee de winst van A grotendeels, zo niet volledig wordt afgeroomd. Bestuurdersbezoldigingen, inclusief tantièmes, hebben immers in hoofde van de vennootschap die ze uitkeert, het karakter van aftrekbare beroepsuitgaven. De winst van A verdwijnt dus. En wordt weliswaar in hoofde van B (de bestuurder) belast. Maar daar staan zoals gezegd aftrekbare verliezen klaar om de overgehevelde winst uit de handen van de fiscus te houden.

MENING.

Of zo’n constructie onbetwistbaar was ? Daarover lopen de meningen uiteen. Volgens de enen kon de fiscus zich onmogelijk tegen een dergelijke vorm van winstverschuiving verzetten. In het wetboek staat tot nog toe immers uitdrukkelijk te lezen dat de bestuurdersbezoldigingen in hoofde van de uitkerende vennootschap als beroepskosten worden aangemerkt. Tot die bestuurdersbezoldigingen behoren ook de tantièmes die bij de bestemming van de winst aan de bestuurders worden toebedeeld. Nog steeds volgens diezelfde mening heeft de fiscus niets te zeggen over het deel van de winst dat onder de vorm van tantièmes aan de bestuurders mag worden toebedeeld. De beslissing daarover behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de vennootschap.

Hoe groot dat deel ook is : het gaat altijd weer om tantièmes, dus om bestuurdersbezoldigingen, en dus om vergoedingen die in hoofde van de vennootschap het karakter van beroepskosten hebben. Ook als er geen enkel aanwijsbaar verband bestaat tussen de omvang van de tantièmes en de omvang van de activiteit die de bestuurder in de vennootschap ontwikkelt.

VOORWAARDEN.

Fout, zeggen de anderen. Weliswaar hebben bestuurdersbezoldigingen (tantièmes incluis) in principe het karakter van beroepskosten. Maar vooraleer er van een effectieve aftrek sprake kan zijn, moeten die vergoedingen aan de algemene aftrekbaarheidsvoorwaarden voldoen. Dit wil zeggen dat ze betaald moeten zijn om belastbare beroepsinkomsten te verkrijgen of te behouden. Een en ander zou betekenen dat de omvang van de betaalde vergoedingen wel degelijk verantwoord moet zijn. Door de omvang van de geleverde prestaties, de meegebrachte knowhow enzovoort.

PLAN.

De fiscus bleek in de praktijk deze laatste zienswijze bij te treden. Maar voelde zich slecht gewapend. Omdat in het wetboek nog altijd en dit zonder enig voorbehoud te lezen staat dat bestuurdersbezoldigingen als beroepskosten aangemerkt worden. Vandaar dat het plan werd opgevat om de wettelijke regeling drastisch te wijzigen. Niet door een beetje te morrelen aan de wettekst, maar wel door het stelsel helemaal overhoop te halen. Drie maatregelen werden in het vooruitzicht gesteld.

Ten eerste, de eigenlijke tantièmes die bij het bestemmen van de winst aan bestuurders/vennootschappen worden toegekend, zouden voortaan automatisch in dividenden worden geherkwalificeerd (wat tot gevolg zou hebben, dat ze helemaal niet langer aftrekbaar zouden zijn in hoofde van de vennootschap die ze uitkeert).

Ten tweede, de overige bezoldigingen die aan bestuurders/vennootschappen worden uitgekeerd, zouden nog wel als beroepskosten aftrekbaar blijven ; maar dit slechts voorzover ze de normale grenzen niet overschrijden ; en om die normale grenzen te beoordelen, zou men de toegekende bezoldiging moeten vergelijken met de bezoldiging die de ontvangende vennootschap op haar beurt uitkeert aan haar bestuurders/natuurlijke personen.

Ten derde, de andere vergoedingen die aan vennootschappen worden uitbetaald wegens diensten van beheer, zouden in principe niet meer als aftrekbare beroepskosten worden beschouwd, tenzij de vennootschap zou bewijzen dat deze beloningen de normale grenzen niet overschrijden.

KIND.

Onder meer ook in deze kolommen is erop gewezen dat de aldus voorgenomen maatregelen hun doel ver voorbijschieten ; en dat het om over-killmaatregelen gaat die het kind met het badwater weggooien, zodat de goeden het met de kwaden moeten bekopen. De herkwalificatie van tantièmes in dividenden heeft immers in alle gevallen minstens gedeeltelijk een dubbele belasting tot gevolg ; ook als er van misbruik of ongeoorloofde winstverschuiving geen sprake is.

VERDWENEN.

Blijkbaar is die kritiek niet in dovemansoren gevallen. Want uit de tekst van het volmachtenbesluit zoals het uiteindelijk door de regering definitief is goedgekeurd, zijn de drie bovengenoemde maatregelen zonder meer verdwenen. Geen automatische herkwalificatie dus van tantièmes in dividenden ; en ook geen specifieke wettelijke regeling waarbij de aftrek van de andere vergoedingen aan bestuurders/vennootschappen sterk aan banden zou worden gelegd.

ONRECHTSTREEKS.

Maar dit wil niet zeggen dat alles bij het oude blijft. Integendeel zelfs. Aan de tekst van de wet zijn immers enkele wijzigingen aangebracht die op onrechtstreekse wijze een belangrijke invloed hebben op de aftrekbaarheid van bezoldigingen die aan bestuurders/vennootschappen worden uitgekeerd. Weliswaar staat in de wet nog steeds te lezen dat bestuurdersbezoldigingen in principe als beroepskosten worden aangemerkt. Maar de wettekst is zodanig aangepast geworden, dat de fiscale notie van bestuurdersbezoldigingen voortaan alleen nog maar slaat op de vergoedingen die aan bestuurders natuurlijke personen worden uitgekeerd. De vergoedingen die aan bestuurders/vennootschappen worden uitgekeerd, vallen voortaan niet meer onder de wettelijk gedefinieerde categorie van de bestuurdersbezoldigingen. En worden dus ook niet meer automatisch als beroepskosten aangemerkt.

GEVOLG.

Wil dit dan zeggen dat ze niet meer aftrekbaar zijn ? Uiteraard niet. Het enige gevolg is dat ze niet meer in de wet zelf uitdrukkelijk als beroepskosten worden aangeduid. En dat men bijgevolg moet terugvallen op de algemene regels.

Concreet wil dit zeggen dat een vennootschap die aan een andere vennootschap tantièmes uitkeert of andere vergoedingen wegens een bestuurdersmandaat, of beloningen wegens een beheersfunctie, altijd zal moeten aantonen dat de vergoeding aan de algemene aftrekbaarheidsvoorwaarden van de beroepskosten voldoet (gedaan of gedragen om belastbare beroepsinkomsten te verkrijgen of te behouden).

SLAG.

Een en ander heeft dan ook tot gevolg dat de fiscus alsnog zijn slag thuis haalt : onverantwoord hoge bedragen die aan bestuurders/vennootschappen worden toegekend, zullen niet meer onbeperkt afgetrokken kunnen worden. Zij het dat de fiscus dit resultaat uiteindelijk bereikt op een iets elegantere manier dan via de brute herkwalificatieregeling die hij eerst wou doorvoeren. Maar in essentie blijft de kern van de zaak dezelfde : de vennootschappen die de onbeperkte aftrekbaarheid van tantièmes en andere bezoldigingen van bestuurders/vennootschappen verdedigd en toegepast hebben, bijten in het zand.

VZW.

Veel beter nieuws is er voor de vzw’s. Men weet immers dat de regering van plan was de meeste instellingen die aan de rechtspersonenbelasting onderworpen zijn, voortaan te belasten op een deel van de uitgaven die zijn doen. Op de helft van hun restaurantkosten, op 25 % van hun autokosten, op de sociale voordelen die zij aan hun personeelsleden toekennen enzovoort. Dit naar analogie met de aftrekbeperkingen die ten aanzien van dezelfde uitgaven in de personen- en vennootschapsbelasting van toepassing zijn.

Maar na terechte kritiek, heeft de regering deze plannen (behoudens ten aanzien van een aantal publieke ondernemingen) laten varen. De vzw’s ontspringen dus de dans. Zij het dat de regering ter compensatie wel overweegt de jaarlijkse patrimoniumtaks te verhogen waaraan onder meer vzw’s onderworpen zijn. Met financieel ongeveer hetzelfde resultaat. Maar buiten het gezichtsveld van de kleinere vzw’s.

Jan Van Dyck

Jan Van Dyck is fiscalist.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content