Het is theoretisch nog altijd mogelijk dat Waasland-Beveren zich volgend seizoen plaatst voor de Champions League en dat het fiere Real Madrid over twee jaar op bezoek moet op de Freethiel, waar de verf van de poorten bladdert en vrijwilligers vol-au-vent serveren aan de vips. De kans op zo'n affiche is de historische ziel van het open Europese voetbal, maar je kunt het clubs als Real Madrid en Manchester United niet kwalijk nemen dat ze hun businessmodel niet langer willen bouwen op nostalgie en historie. De Europese topclubs spelen liever elke week tegen elkaar, om hun mondiale bereik optimaal te verzilveren.
...

Het is theoretisch nog altijd mogelijk dat Waasland-Beveren zich volgend seizoen plaatst voor de Champions League en dat het fiere Real Madrid over twee jaar op bezoek moet op de Freethiel, waar de verf van de poorten bladdert en vrijwilligers vol-au-vent serveren aan de vips. De kans op zo'n affiche is de historische ziel van het open Europese voetbal, maar je kunt het clubs als Real Madrid en Manchester United niet kwalijk nemen dat ze hun businessmodel niet langer willen bouwen op nostalgie en historie. De Europese topclubs spelen liever elke week tegen elkaar, om hun mondiale bereik optimaal te verzilveren. De aankondiging dat twaalf Europese topclubs een eigen supercompetitie oprichten, kwam dan ook niet als een donderslag bij heldere hemel. Drie andere clubs zouden zich daar nog bij aansluiten. De supercompetitie is de grootste transformatie van het Europese voetbal sinds de oprichting van de Champions League begin jaren negentig. Waarnemers nemen het initiatief heel ernstig. De voorzitters van de topclubs hebben zich publiekelijk achter de competitie geschaard. De zakenbank JP Morgan heeft 6 miljard dollar verzameld om in de reeks te investeren. De Super League zou bestaan uit twintig clubs, met vijftien vaste deelnemers die niet kunnen dalen. De deelnemende clubs zouden volgens de Financial Times 100 tot 350 miljoen euro krijgen voor hun deelname. Die clubs blijven ook spelen in hun nationale competities. De Super League zou jaarlijks 4 miljard euro aan inkomsten moeten genereren. "De oprichting van een Super League stond in de sterren geschreven", zegt Bert Van der Auwera, strategisch adviseur sport en ethisch ondernemerschap, en tot vorig jaar algemeen raadgever van RSC Anderlecht. "Dit is een logische evolutie van een voetbalindustrie die al decennia groeit. Die topclubs opereren op wereldschaal. De eigenaars en de supporters komen van overal ter wereld, en de sponsors mikken op wereldmarkten. In de supercompetitie strijden de besten van de wereld tegen elkaar. Daar gaat het om in een wereldsport als voetbal. De topclubs willen daarbij zijn. De optelsom van mondiale clubeigenaars, een mondiale markt en mondiale technologie levert logischerwijs een mondiale clubcompetitie op." Voorlopig zijn de twaalf stichtende clubs de topclubs uit het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Italië. Normaal sluiten ook Duitse topclubs als Bayern München en Borussia Dortmund zich bij hen aan, maar door hun andere bestuursmodel hebben ze een langer beslissingsproces. "Wellicht sluiten ook Amerikaanse en Aziatische topclubs zich aan. Het mondiale voetbal organiseert zich naar het voorbeeld van de formule 1, waar de beste 24 piloten van de wereld het tegen elkaar opnemen. De jonge supporters in Azië en de Verenigde Staten willen topentertainment. Ze hebben er geen boodschap aan dat Rode Ster Belgrado een Europese traditieclub is", zegt Van der Auwera. De Europese voetbalbond UEFA heeft er de voorbije jaren alles aan gedaan om die afscheuring te vermijden. De UEFA controleert op dit ogenblik de Champions League. Ze bepaalt het format, sluit de sponsordeals en de tv-contracten, en herverdeelt het geld tussen de deelnemende clubs. Tussen de topclubs en de UEFA is al jarenlang een machtsstrijd aan de gang over de controle over de Champions League en de bijbehorende geldstromen. "De Champions League is al uitgebouwd tot een product voor de wereldmarkten. De geldstromen zijn al stevig in het voordeel van de rijkste clubs", zegt Wim Lagae, sporteconoom aan de KU Leuven. Er liepen gesprekken over een nieuwe joint venture tussen de UEFA en de topclubs, die de Champions League nog meer zou afstemmen op de behoeften van de grote clubs, maar tot een akkoord kwam het niet. Dat mag niet verbazen, omdat mondiale clubs als Real Madrid toch gevangen zouden blijven in het Europese keurslijf van de UEFA. Europa is dus te klein geworden voor Real Madrid en co. Toch is de timing van de afscheuring vrij verrassend. De UEFA dacht nog respijt te hebben tot 2024. Het format van de Champions League wordt in cycli van drie jaar vastgelegd, en de huidige cyclus loopt nog tot 2024. Het is niet vanzelfsprekend de lopende sponsor- en tv contracten aan te passen aan de nieuwe realiteit van een supercompetitie. "De topclubs dreigen al jaren met de atoombom van de afscheuring, om meer gedaan te krijgen van de UEFA. Het is heel opmerkelijk dat die atoombom in een grote sport als het voetbal toch op tafel komt, en dat het tot een oorlog komt tussen de topclubs, die gedreven worden door een marktlogica, en de regulatoren, die in het voetbal heel machtig zijn", zegt Wim Lagae. Dat de Super League vandaag toch op tafel ligt, heeft volgens Lagae veel te maken met de coronacrisis: "Die doet de clubs zwaar bloeden. In het Europese voetbal loopt de schade op tot 2 miljard euro. De topclubs zouden kunnen besparen, maar dat zit niet in hun DNA. Dus zoeken ze meer inkomsten, die ze vinden in die Super League. Die competitie zou hen ook verlossen van de vervelende Europese fair-playregels, die hen kunnen verplichten om te snoeien in de lonen." De gevolgen op lange termijn zijn nog onduidelijk, behalve dat de deelnemers aan de topcompetities hun dominantie verankerd zien. "Rijk zal nog rijker worden. Dit is de introductie van het wilde kapitalisme in het voetbal", zegt Wim Lagae. Het mag duidelijk zijn dat de Super League straks het grote geld, en dus ook de grote talenten zal aantrekken. Voor de Belgische clubs liggen geen tickets meer klaar voor de Super League, maar dat was in de praktijk al enkele jaren het geval door het enorme overwicht van de clubs uit de grotere competities, aangevuld met de geldstromen van de Champion's League. Toch hoeft de Super League geen fataliteit te zijn voor de rest. "Voor het Belgische voetbal is dit een kans", zegt Bert Van der Auwera. "We mogen geen defensieve strategie volgen, door bijvoorbeeld compensaties te eisen. We moeten vooruitkijken en onze plaats zoeken in die nieuwe realiteit, bijvoorbeeld door een BeneLiga op te richten, eventueel met een hybride model, met een nationale voorcompetitie en een nacompetitie met clubs van beide landen."