De indiciaire taxatie is een wettelijke controlebevoegdheid waardoor de fiscus een bijkomende belasting kan opleggen als er aanwijzingen ('tekenen en indiciën') zijn dat een belastingplichtige meer inkomsten heeft dan hij officieel heeft opgegeven. Bij een controle baseert de fiscus zich in de eerste plaats op de aangegeven inkomsten. Als de belastingambtenaar vermoedt dat die niet volstaan om de uitgaven van de belastingplichtige te financieren, mag hij gebruikmaken van alle door "het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen" om aan te tonen dat er een tekort is. Dat kan hij doen aan de hand van schriftelijke bewijzen (zoals facturen of een inventaris), getuigenissen van derden, de bekentenis van de belastingplichtige of vermoedens.
...

De indiciaire taxatie is een wettelijke controlebevoegdheid waardoor de fiscus een bijkomende belasting kan opleggen als er aanwijzingen ('tekenen en indiciën') zijn dat een belastingplichtige meer inkomsten heeft dan hij officieel heeft opgegeven. Bij een controle baseert de fiscus zich in de eerste plaats op de aangegeven inkomsten. Als de belastingambtenaar vermoedt dat die niet volstaan om de uitgaven van de belastingplichtige te financieren, mag hij gebruikmaken van alle door "het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen" om aan te tonen dat er een tekort is. Dat kan hij doen aan de hand van schriftelijke bewijzen (zoals facturen of een inventaris), getuigenissen van derden, de bekentenis van de belastingplichtige of vermoedens. Stel dat een belastingplichtige leeft van een vervangingsinkomen, maar toch een duur buitenverblijf koopt, zonder daarvoor een lening aan te gaan. De fiscus kan dan het wettelijke vermoeden inroepen dat de aankoop minstens gedeeltelijk is betaald met nietaangegeven inkomsten. Het is dan aan de belastingplichtige om dat vermoeden te weerleggen. Kan hij dat niet, dan mag de administratie de belastbare grondslag ramen op basis van de aanwijzingen waaruit "een hogere graad van gegoedheid" blijkt dan de aangegeven inkomsten. In de praktijk krijgen vooral zelfstandigen en bedrijfsleiders van vennootschappen met zo'n controle te maken. Denk bijvoorbeeld aan een zaakvoerder van een eenmans-bvba die zich een laag loon uitkeert, maar toch goede sier maakt met dure privéaankopen. Maar een indiciaire controle kan ook te beurt vallen aan een loontrekkende werknemer die een hoge premie betaalt voor een nieuwe levensverzekering. Ook belastingplichtigen die foto's uit exotische vakantieoorden of van luxueuze aankopen posten op de sociale media, kunnen zo in het vizier van de fiscus komen. De fiscus maakt eerst een vermogensafrekening met een detail van de bekende inkomsten en de uitgaven van de belastingplichtige. We nemen het voorbeeld van Bart, een 45-jarige werknemer met een netto belastbaar inkomen van 35.000 euro. Hij is ook actief als zelfstandige in bijberoep, wat hem 10.000 euro per jaar oplevert. Hij krijgt van zijn ouders een handgift van 20.000 euro, waarvan hij bewijsdocumenten kan voorleggen. De fiscus ontvangt informatie van de Portugese fiscus dat Bart aan de Zilverkust een appartement met een waarde van 150.000 euro heeft gekocht. Uit zijn aangifte blijkt dat hij een premie van 1500 euro heeft betaald voor een levensverzekering die hij fiscaal in mindering brengt. Bij de berekening van de uitgaven telt de fiscus ook de kosten van levensonderhoud van Bart en zijn gezin mee. De controleur komt uit op een jaarbedrag van 17.500 euro (zie tabel De indiciaire taxatie: het voorbeeld van Bart). De berekening brengt een indiciair tekort van 104.000 euro aan het licht. De controleur stuurt een bericht van wijziging naar Bart. Slaagt hij er niet in andere, niet-belastbare inkomsten voor te leggen om het tekort weg te werken, dan vestigt de fiscus een bijkomende aanslag voor een bedrag van 104.000 euro, plus boetes. De fiscus kan de gewone controletermijn van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar, uitbreiden tot zeven jaar, als er fiscale fraude in het spel is. Dat betekent dat de fiscus in 2016 nog zaken tot het inkomstenjaar 2009 kan controleren. Om zeven jaar terug te kunnen gaan, moet er wel sprake zijn van ernstige feiten. Nalatigheid bij het aangeven van een inkomen hoeft nog geen fiscale fraude te zijn. Volgens het hoogste rechtscollege, het Hof van Cassatie, is dat wel het geval als de belastingplichtige weigert te antwoorden op een vraag van de fiscus om een indiciair tekort te verantwoorden. Bart doet er dus verstandig aan mee te werken met de fiscus. De fiscus kan niet zomaar een bijkomende taxatie opleggen. De controleur moet de aangevoerde tekenen en indiciën bewijzen aan de hand van concrete elementen. Hij moet de raming van de kosten van levensonderhoud specificeren aan de hand van concrete feiten over de persoonlijke situatie van de belastingplichtige en zijn gezin. Bovendien moet hij in een eerste fase zelf de tekenen en indiciën aanbrengen, zonder de belastingplichtige of een derde daarbij te betrekken. Hij mag geen algemene vragenlijst naar de belastingplichtige sturen om inzicht te krijgen in diens uitgavenpatroon. Zodra de ambtenaar voldoende aanwijzingen van een tekort heeft, kan hij wel informatie aan derden vragen. Zo kan hij het Centraal Aanspreekpunt raadplegen, om een overzicht te krijgen van de bankrekeningen en de contracten van de belastingplichtige. Een belastingplichtige kan een tegenbewijs leveren voor de tekenen en indiciën door aan te tonen dat hij andere, niet-belastbare inkomsten heeft, zoals kinderbijslag, belastingvrije huurinkomsten, gokwinsten, vrijgestelde intresten op een spaarboekje, meerwaarden op beleggingen of inkomsten van een schenking of een erfenis. Hij moet ook aantonen dat die bijkomende financiële middelen aanwezig waren toen de uitgave gebeurde. Als hij bijvoorbeeld aanvoert dat hij vroeger heeft gespaard en daarmee uitgaven heeft gedaan, moet hij kunnen bewijzen dat hij het spaargeld nog had aan het begin van het belastbare tijdperk waarin hij de uitgaven deed. Dat kan hij doen aan de hand van uittreksel van een spaar- of een bankrekening. De belastingplichtige kan ook aanvoeren dat zijn kosten van levensonderhoud lager zijn dan de forfaitaire raming van de fiscus. Zo zou hij kunnen aanvoeren dat hij samenwoont met zijn ouders of andere personen die over een inkomen beschikken. Ook daarvoor moet hij bewijzen voorleggen. JOHAN STEENACKERSDe belastingplichtige kan het tegenbewijs voor de tekenen en indiciën leveren door aan te tonen dat hij andere, niet-belastbare inkomsten heeft.