Het recente Groenboek voor een nieuw industrieel beleid (NIB) voor Vlaanderen toont aan dat de beoogde transformatie van ons industriële weefsel zware kost is. Hoe het allemaal moet gebeuren? Minister-president Kris Peeters (CD&V) steekt enthousiast van wal met een concreet voorbeeld: "De zonnepanelen op onze daken komen voor een groot deel uit China. Daartegen concurreren is niet gemakkelijk voor Vlaamse bedrijven. Maar dat is toch geen reden om niet op de kar te springen? Vlaanderen heeft heel wat knowhow over zonnepanelen in huis, en kan perfect inspelen op de nieuwste trend om zonnecellen te integreren in dakpannen. Heel wat mensen vinden gewone zonnepanelen niet esthetisch verantwoord. Als Vlaanderen erin slaagt om een optimaal systeem voor de zonnedakpan op de markt te brengen als alternatief, zijn we meteen de koplopers in zonne-energie. Landen als China zullen uiteraard slechts een paar jaar nodig hebben om ons opnieuw bij te benen, maar ondertussen zal Vlaanderen toch maar flink kunnen genieten van zijn voorsprong."
...

Het recente Groenboek voor een nieuw industrieel beleid (NIB) voor Vlaanderen toont aan dat de beoogde transformatie van ons industriële weefsel zware kost is. Hoe het allemaal moet gebeuren? Minister-president Kris Peeters (CD&V) steekt enthousiast van wal met een concreet voorbeeld: "De zonnepanelen op onze daken komen voor een groot deel uit China. Daartegen concurreren is niet gemakkelijk voor Vlaamse bedrijven. Maar dat is toch geen reden om niet op de kar te springen? Vlaanderen heeft heel wat knowhow over zonnepanelen in huis, en kan perfect inspelen op de nieuwste trend om zonnecellen te integreren in dakpannen. Heel wat mensen vinden gewone zonnepanelen niet esthetisch verantwoord. Als Vlaanderen erin slaagt om een optimaal systeem voor de zonnedakpan op de markt te brengen als alternatief, zijn we meteen de koplopers in zonne-energie. Landen als China zullen uiteraard slechts een paar jaar nodig hebben om ons opnieuw bij te benen, maar ondertussen zal Vlaanderen toch maar flink kunnen genieten van zijn voorsprong." En ja, ook kleinere spelers mogen meedoen. Peeters verwijst naar het Wetenschappelijk en Technisch Onderzoekscentrum voor Diamant (WTOCD) in Lier. Daar ontwikkelt een handvol ingenieurs een machine waarmee diamanten automatisch geslepen kunnen worden. Een innovatie die kan tellen, want tot hiertoe is 'handgemaakt' de leus in de diamantbusiness. Ook de busbouwer Van Hool is er zich van bewust dat Belgische bedrijven voluit de kaart van de innovatie moeten trekken. Executive director Filip Van Hool: "We moeten ons heil niet zoeken in massaproductie, want veel industriële producten - ook onze autobussen - kunnen eender waar gemaakt worden. Vaak goedkoper dan in België. Dat betekent dat we ons vooral moeten richten op niches, waar klantspecifieke eisen en hoogwaardige kwaliteit primordiaal zijn. Daarin kunnen we onze expertise en ervaring ten volle benutten." Bij de staalreus ArcelorMittal klinkt het dan weer dat niet alleen producten, maar ook productieprocessen vatbaar zijn voor innovatie. "Teams van experts uit de hele wereld verbeteren continu de werking van onze fabrieken. Dat maakt bijvoorbeeld dat we nu beter kunnen inspelen op de pieken en de dalen in de wereldwijde vraag naar staal. De crisis heeft dat duidelijk gemaakt." In het kader van het nieuw inustrieel beleid riep de Vlaamse regering het TINA-fonds in het leven. Voluit is dat het Transformatie en Innovatie Acceleratie-fonds, met een startbedrag van 200 miljoen euro. TINA wordt ondergebracht bij de Participatie Maatschappij Vlaanderen. Er lopen onderhandelingen met de Europese Investeringsbank om het kapitaal te kunnen optrekken naar 400 miljoen euro, en één miljard is de ultieme droom van Kris Peeters. De Vlaamse overheid vraagt de ondernemers en de onderzoeksinstellingen om over de brug te komen met concrete projecten die het potentieel hebben om de Vlaamse industrie naar de wereldtop te katapulteren. Als tegemoetkoming is de Vlaamse regering bereid om de risico's te delen, en dus te participeren in het kapitaal. "Voorwaarde is natuurlijk dat die projecten ons iets significants opbrengen", verduidelijkt Kris Peeters. Meer nog, de Vlaamse regering heeft in haar Groenboek strenge criteria vastgelegd die moeten helpen uitmaken of een project in aanmerking komt voor financiële hulp van het TINA-fonds. Een project moet bijvoorbeeld gedragen worden door een consortium van ondernemingen, investeerders, kennisinstellingen, en onderzoeks- en/of technologiepartners. Daarnaast moet een project internationaal marktpotentieel hebben, en ook concreet zijn over het vermarkten van de nieuwigheid - eerder dan te blijven steken in eindeloos academisch gepalaver. Tot zover de theorie, in een notendop. Nu nog de praktijk. Minister-president Kris Peeters maakt zich sterk dat zijn Groenboek een breed draagvlak heeft. Het document is gebaseerd op de ideeën van vier beroepsfederaties: de voedingsindustrie, de textiel- en houtindustrie, de technologische industrie en de chemische industrie. Voorts is het NIB geënt op gesprekken met ondernemers, internationale bedrijfsleiders, gezaghebbende economen, en de studiediensten van de Vlaamse aministratie. Sinds minister-president Peeters de Staten-Generaal voor de Industrie op gang trok in februari, hebben de vier federaties en hun leden hard gewerkt om het Groenboek voor een Nieuw Industrieel Beleid te helpen vormgeven. Ook de sociale partners zaten mee aan de tekentafel. Volgens Kris Peeters verhoogt dat de kans op het welslagen van zijn industriële transformatie. Het komt namelijk van onderen uit, eerder dan dat het van bovenaf wordt opgelegd. Ook de komende maanden staat de Vlaamse regering open voor advies uit alle hoeken, kwestie van tegen eind dit jaar te kunnen overgaan tot een Witboek voor een NIB in Vlaanderen. Een definitief aanvalsplan, met andere woorden. Het ongeduld aan de basis is in elk geval groot. In oktober nog hekelden de bedrijven Umicore en Volvo Cars het politieke getreuzel over de elektrische wagen, ondanks hun jarenlange aandringen op actie. Het Groenboek legt er de nadruk op dat het primordiaal is dat Vlaanderen de juiste keuzes durft te maken, focus brengt, en de juiste accenten legt. Dat is zwaar in tegenspraak met de Vlaamse aanpak van de afgelopen tien jaar. Als voorbeeld geldt het Lange Wapper-dossier in Antwerpen, dat lange tijd de partijpolitiek niet kon overstijgen. En dat ondanks het bestaan van meerdere innovatieve en industriële aanvalsplannen, zoals het Pact van Vilvoorde en Vlaanderen 2010. Kris Peeters: "Het besef dat het anders moet, is zeer sterk toegenomen. Dus ja, deze keer zal het wél lukken. De concurrentie tussen de landen wordt namelijk bikkelhard. Ook zij zijn volop bezig met de transformatie van hun industriële weefsel. Bovendien komen we uit een heel moeilijke economische periode. Dit is echt een momentum dat Vlaanderen niet mag laten voorbijgaan om een aantal dingen fundamenteel te veranderen. Maar nogmaals, de dynamiek moet van onderen uit op gang gebracht worden. Ik verwacht actie van alle betrokkenen." Halverwege oktober keurde de Vlaamse regering een visienota goed om investeringsprojecten te versnellen, want ook dat is onontbeerlijk voor een industriële vernieuwing. Niet alleen de aanpak van investeringsprojecten gebeurt voortaan sneller en meer oplossingsgericht, maar ook de vergunningstrajecten worden korter. Minister-president Peeters is zich niettemin bewust van de achilleshielen van zijn NIB. De loonhandicap waar ons land mee kampt bijvoorbeeld, maar de minister-president benadrukt dat hij daarvoor niet bevoegd is. Hij rekent daarom op de verantwoordelijkheidszin van de sociale partners op federaal niveau, die de komende weken moeten onderhandelen over een nieuw interprofessioneel akkoord voor 2011 en 2012. "De industrie kan alleen maar op een succesvolle manier getransformeerd worden als de kosten om te ondernemen de internationale toets doorstaan", vindt Wouter De Geest, gedelegeerd bestuurder van BASF Antwerpen. "Dat is de basisvoorwaarde om maximale investeringsruimte te kunnen creëren." De hoge loonkosten in België zijn duidelijk ook een struikelblok bij andere grote industriële spelers die in onze regio actief zijn. "Hoge kosten brengen verhuis naar lagelonenlanden en een verdere automatisering op gang", verduidelijkt Xavier Sinéchal, managing director bij Fabricom. "Dat leidt dan weer tot een stijging van de sociaal-syndicale spanningen in België, waardoor buitenlandse hoofdkwartieren nog meer geneigd zijn om vestigingen te verplaatsen naar andere delen van de wereld." Wouter De Geest wil het verhaal niet verengen tot loonkosten alleen. "Dit gaat duidelijk ook over energie." Nog een aandachtspunt is de coördinatie van het industriële transformatieproces in Vlaanderen, en het afstemmen ervan op de soms onoverzichtelijke collectie van innovatieplatformen en overheidsstimuli voor innovatieve projecten. Voor kleine kmo's wordt het wellicht geen gemakkelijke klus om daar hun weg in te vinden. En wat gebeurt er met projecten die niet goed genoeg bevonden worden voor steun van het nieuwe TINA-fonds? Is het risico niet reëel dat de ondernemingen in kwestie aan hun lot worden overgelaten, en zwaar ontgoocheld het NIB de rug toekeren? Dat moet allemaal goed bekeken worden, beaamt Kris Peeters. Een moeilijke evenwichtsoefening wordt wellicht ook de rol van de overheid. Volgens het Groenboek moet de overgang worden gemaakt van de overheid als subsidieverstrekker naar een overheid die participeert in het kapitaal van streng geselecteerde innovatieve groepsprojecten. "Subsidies zijn niet de beste manier om de druk maximaal op de ketel te houden", beaamt Kris Peeters. "Het is geen ideale stimulans om nieuwe projecten te commercialiseren, en al zeker niet als de subsidiekraan te lang blijft openstaan. Daarom geloof ik meer in de overheid als beperkte aandeelhouder, om zo innovatie een duwtje in de rug te geven. Een overheid die geld steekt in veelbelovende projecten, maar ook op tijd de stekker uit het stopcontact trekt als de beoogde rendementen uitblijven." Het industriële Groenboek bepaalt nadrukkelijk dat de overheid niet voor ondernemer mag spelen, en zich dus moet beperken tot het creëren van het juiste kader. Kan de Vlaamse regering die terughoudendheid waarmaken, als ze als aandeelhouder nadrukkelijk meehelpt te bepalen welke projecten en ondernemingen een financieel duwtje in de rug krijgen? Ongetwijfeld iets om verder te verfijnen in het industriële Witboek. Agoria, de federatie van de technologische industrie, is tevreden over de hernieuwde aandacht in Vlaanderen voor het industriebeleid. De verwachtingen zijn hooggespannen. Maar een groot struikelblok voor de Vlaamse kenniseconomie is volgens de technologiefederatie het structurele tekort aan goede ingenieurs en ICT'ers. "Dat dreigt alle andere inspanningen overbodig te maken", waarschuwt Wilson De Pril, directeur-generaal van Agoria Vlaanderen. Hij pleit voor een bewustmaking van het brede publiek: "Het woord industrie heeft een totaal nieuwe inhoud gekregen. Het is niet langer een synoniem voor staalfabrieken of steenkoolmijnen. Tegenwoordig staat industrie evenzeer voor software, voor kennis, voor toegevoegde waarde. Industrie is toekomstgericht, kortom. Dat besef is nog niet helemaal doorgedrongen bij de publieke opinie. Industrie blijft een woord met een negatieve bijklank, en dat is een probleem. De politiek heeft daar een belangrijke rol te spelen. Neem de VS. Via Defensie worden vliegtuigconstructeurs daar gestimuleerd om hightech te produceren. Allemaal innovaties die later hun weg vinden naar de civiele luchtvaart. In ons land zijn we duidelijk nog niet zo ver. De Vlaamse jongeren zitten dan wel bijna constant achter hun pc, ze gebruiken voortdurend de nieuwste snufjes, maar ze zijn niet geïnteresseerd om die technologie te helpen maken." Philippe De Buck, directeur-generaal van de Europese werkgeverskoepel Business Europe, heeft het in dat verband over de positieve aanpak van de industrie: "Als je de grote problemen wil oplossen die op ons afkomen - klimaatverandering, de gezondheidsproblemen door de vergrijzing, het energievraagstuk, de mobiliteitsperikelen - dan heb je onvermijdelijk de technologische industrie nodig. Zonder staalfabrieken geen windmolens. Industriële bedrijven moeten zich dus aanpassen aan de nieuwe realiteit. Zo niet dreigen ze onherroepelijk te verdwijnen." OESO-econoom Jens-Christian Høj waarschuwt dan weer voor een al te rigide beleidsfocus op industrie, en benadrukt het belang van een flexibele arbeidsmarkt: "Alleen zo kun je de schaarse arbeidskrachten vlot verschuiven van sectoren die ten dode zijn opgeschreven, naar groeiende sectoren. Het klopt dat de industrie in veel Europese landen de basis van de welvaartspiramide vormt, maar het is belangrijk dat die landen openstaan voor veranderingen. En die zullen komen, wees daar maar zeker van. Hoe flexibeler je systeem, hoe flexibeler je arbeidsmarkt, hoe minder pijnlijk die veranderingen zullen zijn." Ook Filip Van Hool, executive deirector bij de busbouwer Van Hool, wijst op de paradox van de Belgische arbeidsmarkt: "Hoge werkloosheid gaat nog altijd gepaard met tal van knelpuntberoepen. Een belangrijk obstakel. De Belgische arbeidswetgeving is te star." Xavier Sinéchal, managing director bij Fabricom, vult de hiaten als volgt in: "Prioriteit nummer één is politieke stabiliteit creëren in België. Daarna moeten we dringend meer werk maken van administratieve vereenvoudiging, het stimuleren van export, en het bewerkstelligen van sociale rust." Nicolas Polutnik, de nieuwe managing director van de werktuigenbouwer Caterpillar Belgium, pleit vooral voor duidelijkheid: "Wat wil België eigenlijk? Nog niet zo lang geleden pleitte de politiek voor een diensteneconomie. En nu gaat de aandacht naar de industrie. Een goede zaak, dat wel, maar om investeerders aan te trekken, moet de omgeving stabiel zijn. Het is absoluut noodzakelijk dat de politiek alert is, en de economische dynamiek begrijpt. Want het verandert nu allemaal heel erg snel. Sneller dan ooit. Caterpillar is al 45 jaar aanwezig in België, en heeft hier zijn ups en downs gekend. Maar nu zitten we in een kritieke fase. Begrijp me niet verkeerd. We willen in België blijven, en in België blijven investeren. Maar ik moet momenteel zeer overtuigend voor de dag komen als ik de directie van Caterpillar ontmoet. De groep heeft er onlangs zes vestigingsplaatsen bij gekregen: vier in China, één in Brazilië, en één in het zuiden van de VS. Er zijn dus voldoende alternatieven denkbaar voor onze vestiging in België." celine de coster, fotografie + collage pat verbruggen'prioriteit nummer één is zorgen voor politieke stabiliteit in belgië' Xavier Sinéchal - FABRICOM 'industriële bedrijven moeten zich aanpassen aan de nieuwe realiteit. zo niet dreigen ze onherroepelijk te verdwijnen' Philippe De Buck - BUSINESSEUROPA 'het structurele tekort aan goeie ingenieurs en ict'ers dreigt alle andere inspanningen overbodig te maken.' Wilson De Pril - AGORIA VLAANDEREN 'het besef dat het anders moet, is zeer sterk toegenomen. Dus ja, deze keer zal het wél lukken.' Kris Peeters MINISTER-PRESIDENT