HOE GROOT IS DE LOONKOSTENHANDICAP TEGENOVER ONZE BUURLANDEN? DE VOORBIJE WEEK WERD DAAROVER WEER HEEL WAT MIST GESPUID.

Premier Elio Di Rupo (PS) meldde als eerste dat de kloof volgend jaar zou dalen tot 1,4 procent. Hij beriep zich daarvoor op berekeningen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). Wat later kwam de christelijke vakbond ACV dezelfde cijfers aandragen. Vreemd, want in zijn jongste technisch verslag gaat de CRB uit van een loonkostenhandicap van 5,1 procent.
...

Premier Elio Di Rupo (PS) meldde als eerste dat de kloof volgend jaar zou dalen tot 1,4 procent. Hij beriep zich daarvoor op berekeningen van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB). Wat later kwam de christelijke vakbond ACV dezelfde cijfers aandragen. Vreemd, want in zijn jongste technisch verslag gaat de CRB uit van een loonkostenhandicap van 5,1 procent. Di Rupo en de vakbonden wijzen op de sterke daling van de inflatie. Dankzij de automatische loonindexering zal die de loonkostenontwikkeling in 2014 in toom houden, is de redenering. En bovendien moeten allerlei loonkostensubsidies in rekening worden gebracht in de vergelijking met onze buurlanden. Wie dat doet, ziet dat de loonkloof smelt als sneeuw voor de zon, is bij het ACV te horen. Volgens de werkgeversorganisatie VBO is die loonkloof van 1,4 procent dan weer een fabel. "Volgens de jongste cijfers van de CRB bedroeg de loonkostenhandicap, opgelopen sinds 1996, vorig jaar 5,1 procent. Maar als we rekening houden met de handicap die al voor 1996 bestond, dan is de kloof volgens het Europees statistisch bureau Eurostat bijna 25 procent", zegt Geert Vancronenburg, hoofdeconoom van het VBO. "Het argument dat onze hoge productiviteit dit allemaal compenseert, gaat steeds minder op. Sinds 1996 stijgt onze productiviteit trager dan in onze buurlanden, waardoor loonkostenontsporingen niet meer worden geneutraliseerd, wel integendeel." De 1,4 procent van het ACV steunt op drie betwistbare veronderstellingen, zegt Vancronenburg. Ten eerste dat er voor geen 1996 geen loonkostenhandicap bestond. Ten tweede dat de loonkostenontwikkeling in onze buurlanden (met name in Duitsland) in de periode 2013-2014 zal versnellen. Vancronenburg: "Dat argument is grotendeels gebaseerd op de jongste prognose van de Europese Commissie, maar we weten dat die prognoses er geregeld naast zitten. In onze buurlanden zijn bovendien nog niet veel loonakkoorden afgesloten voor 2014, en het is zeer waarschijnlijk dat de crisis ook daar tot loonmatiging zal leiden." Ten derde zijn er de lastenverlagingen en loonkostensubsidies. De vakbonden verwijzen naar het jongste CRB-rapport, waaruit ze afleiden dat bijdrageverminderingen voor werkgevers en allerlei loonsubsidies goed zijn voor 10 miljard euro. Vancronenburg: "Sommige lastenverlagingen die het ACV aftrekt van de loonkostenhandicap, worden helemaal niet gebruikt om die laatste te berekenen. Die verlagingen werken via de bedrijfsvoorheffing, en niet via de patronale bijdragen. Voor de buurlanden doet het ACV dit evenwel niet, waardoor appelen met peren worden vergeleken. Nochtans kunnen de kortingen daar eveneens belangrijk zijn. Bijvoorbeeld in Frankrijk zal de regering-Hollande arbeid goedkoper maken, niet via de loonkosten, maar via de vennootschapsbelasting. Dat zal niet in de Franse loonkostenontwikkeling te zien zijn." De VBO-hoofdeconoom wijst er ook op dat deze lastenverlagingen sterk gericht zijn op bepaalde activiteiten(ploegen- en nachtarbeid, onderzoek & ontwikkeling...). Die zomaar aftrekken van een macro-economische loonkostenhandicap, geeft een vertekend beeld. A.M.