De auteur is rector van de Universiteit Maastricht.
...

De auteur is rector van de Universiteit Maastricht.Vorige maand verscheen het Europese Innovation Union Scoreboard 2013. Al enkele jaren valt daarop af te lezen hoe ver de innovatie staat in de Europese lidstaten. Innovatie geldt hier als leidraad voor technologisch en organisatorisch gedreven groei en ondernemingsdynamiek. Het scorebord meet innovatie op alle mogelijke en onmogelijke manieren, en is uiteraard onderwerp van discussie en debat. Zo zijn er elk jaar weer landen die zich verongelijkt voelen omdat ze in de categorie 'innovatievolgers' belanden, terwijl ze van zichzelf vinden dat ze thuishoren bij de 'innovatieleiders'. Uiteraard zijn er nooit landen die vinden dat ze onterecht in de categorie 'innovatieleiders' zijn opgenomen. Voor alle duidelijkheid: België geldt ook dit jaar als een volger, net als Nederland. In Europa zijn enkel de Scandinavische landen en Duitsland innovatieleiders. Interessanter is de vaststelling dat er voor het eerst sinds de financiële crisis een duidelijk verschil in innovatie is tussen de 27 lidstaten van de Europese Unie. Tot 2011 groeiden de prestaties in innovatie in de EU-landen naar elkaar toe. Vorig jaar kwam die evolutie abrupt tot stilstand. De Europese innovatieleiders zien hun voorsprong op zowel de 'volgers' als de 'achterblijvers' plots toenemen. En als men weet dat de samengestelde innovatie-indicator gebaseerd is op een cocktail van zo'n 25-tal indicatoren met als referentiejaren 2010, 2011, soms zelfs 2009, dan wordt duidelijk dat het Scoreboard 2013 slechts de eerste effecten van de crisis weergeeft. Zo behoren de eurocrisislanden Cyprus en Ierland, net als België en Nederland, nog altijd tot de categorie van innovatievolgende landen. Italië, Spanje, Portugal en Griekenland zitten in de derde categorie, de 'moderate innovators', juist boven de laagste categorie van achterblijvers: de 'modest innovators'. Wat we eigenlijk al wisten, zien we nu ook terug in de indicatoren. Europa, en dan met name de landen van de eurozone, groeit ook in zijn technologisch gedreven groeidynamiek uit elkaar. De Britse ontwikkelingseconoom Paul Collier omschrijft dit divergentieproces in de eurozone als het ontstaan van 'submerging' economieën. Deze landen gaan achteruit, in schrille tegenstelling tot de 'emerging' economieën die we de afgelopen decennia vooral in de ontwikkelingslanden hebben zien ontstaan. In de jongste vijf jaar hebben deze 'submerging' landen een proces van neergang ondergaan dat zichzelf uiteindelijk versterkt. Kenmerkend is de toenemende werkloosheid bij geschoolde jongeren. Zij vinden amper nog werk omdat zij worden geconfronteerd met een sterk toegenomen concurrentie uit opkomende landen, hoge brutoloonkosten en de opgelegde bevriezing en afbouw van overheidstekorten. En terwijl hun scholingsniveau misschien veel hoger ligt dan dat van hun ouders, verliezen ze elk jaar dat ze zonder werk blijven, in de huidige internationale context veel sneller, dit scholingsvoordeel. Deze tragedie van hoge werkloosheid onder geschoolden ligt aan de basis van de neerwaartse dynamiek. Het recente Innovation Union Scoreboard geeft voor het eerst met harde feiten aan dat het proces proces van convergerende, technologisch gedreven groei binnen de Europese Unie niet duurzaam is. Daarvoor wordt het te veel blootgesteld aan divergerende krachten. LUC SOETEDe Europese innovatieleiders zien hun voorsprong op zowel de 'volgers' als de 'achterblijvers' plots toenemen.