De grote prijs Ivan Pavlov gaat dit jaar naar de Franse minister van Financiën Thierry Breton. Zijn geconditioneerde reflex was om te roepen dat de Europese economie te veel schade ondervindt van de nieuwe renteverhoging door de Europese Centrale Bank. Breton zal de komende weken nog heel wat blaffende medestanders krijgen, omdat het er dik in zit dat de ECB volgend jaar de rente nog een paar keer zal verhogen.
...

De grote prijs Ivan Pavlov gaat dit jaar naar de Franse minister van Financiën Thierry Breton. Zijn geconditioneerde reflex was om te roepen dat de Europese economie te veel schade ondervindt van de nieuwe renteverhoging door de Europese Centrale Bank. Breton zal de komende weken nog heel wat blaffende medestanders krijgen, omdat het er dik in zit dat de ECB volgend jaar de rente nog een paar keer zal verhogen. Breton & co. kunnen zich dit gezever besparen. De ECB heeft de jongste jaren gedaan wat ze kon om de Europese economie te steunen. Al jaren is haar monetaire beleid expansief, en nu de Europese economie aan de beterende hand is, haalt de ECB de voet van het gaspedaal. Het zou een monetaire doodzonde zijn dat in de huidige conjunctuur niet te doen. Natuurlijk kan de Europese economie nog een stuk beter presteren, maar daar kan de ECB weinig aan doen. De ECB is er niet om het (vuile) werk van de politici en sociale partners op te knappen. De ECB kreeg juist een onafhankelijk statuut om te voorkomen dat ze de meid van kortzichtige politici zou worden. Niet de ECB, maar u en ik moeten bijvoorbeeld de vraag beantwoorden: omarmen we de globalisering of spuwen we ze uit? Het hoeft geen radicale keuze te zijn. In een nieuw boek (*) pleit professor Paul De Grauwe ervoor op te houden met het zwart-witdenken over globalisering. De realiteit is grijs. De globalisering is de motor van een enorme welvaartstoename die al honderden miljoenen mensen uit schrijnende armoede heeft getild. Maar ze versnelt ook het proces van creatieve destructie waar we het in het verouderende Westen steeds moeilijker mee hebben. Economisch flikflakken is knap lastig op een stel oude knoken. De vraag die De Grauwe stelt, is: kunnen we, willen we, en moeten we nog meedraaien in deze globale mallemolen? De Grauwe neemt daarbij geluk, en dus niet inkomen of bbp-groei, als ultieme maatstaf. Want nog meer geld maakt ons niet gelukkiger. Dat is geen geitenwollensokkengewauwel, dat is de conclusie van wetenschappelijk onderzoek. En dat gehannes met flexibiliteit, jobhoppen, herscholing, loonschommelingen? De meeste van ons halen er hun neus voor op. Dan zitten ze liever lekker verankerd in oude, getrouwe sociale en professionele netwerken, dicht bij huis. Dát maakt ons gelukkig. Helaas zijn de status-quo en een radicaal neen tegen de globalisering een onbetaalbare keuze, waarschuwt De Grauwe. Een hoger inkomen geeft meer armslag om armoede te bestrijden, het milieu te beschermen, de vergrijzing te betalen, of de sociale zekerheid vast te houden. Want onze sociale bescherming is een krachtig instrument om het proces van creatieve destructie menselijker te maken, wat de competitiviteit van de Europese economie versterkt. Maar die sociale bescherming moet wel intelligenter. Financiële prikkels die mensen aanzetten om niet te werken, moeten eruit, zegt De Grauwe. De ECB zal deze maatschappelijke keuzes niet maken door de rente te verhogen of te verlagen. U zult zelf uw geluk moeten maken. (*) 'Waar gaat het naartoe met onze economie', Paul De Grauwe, uitgegeven door Lannoo, 224 blz. Daan Killemaes