Als het over durfkapitaal gaat, weet Paul de Vrée (53 j.) een duchtig woordje mee te praten. De geboren en getogen sinjoor lag op persoonlijke wijze mee aan de basis van drie hightech-bedrijven die vandaag op de Nasdaq-beurs genoteerd staan. Ze heten Icos, Xeikon en Conceptronic. Niet veel Belgen hebben hem dat voorgedaan.
...

Als het over durfkapitaal gaat, weet Paul de Vrée (53 j.) een duchtig woordje mee te praten. De geboren en getogen sinjoor lag op persoonlijke wijze mee aan de basis van drie hightech-bedrijven die vandaag op de Nasdaq-beurs genoteerd staan. Ze heten Icos, Xeikon en Conceptronic. Niet veel Belgen hebben hem dat voorgedaan. Het Leuvense Icos, gespecialiseerd in industriële visuele inspectie, dankt zijn geboorte aan het feit dat Paul de Vrée en André Oosterlinck nu rector van de KU Leuven in 1981 de koppen bij elkaar staken om een markttoepassing te vinden voor de visietechnologie van Oosterlinck. En bij Xeikon, een spin-off van Agfa-Gevaert, schreef de Vrée in 1988 samen met bezieler Lucien De Schamphelaere het oprichtingsplan. "Ik was adviseur bij Agif, het fonds van Agfa-Gevaert dat opgezet was om te investeren in beeldverwerkende technologie," legt hij uit. En tussendoor, in juni 1987, vond hij ook nog de tijd om met een Amerikaanse vriend een technologiebedrijf in Boston uit de grond te stampen : Conceptronic. Met de Amerikaanse computerreus Digital als strategische partner, slaagde de firma erin door te breken in de productie van assemblage-apparatuur voor printed circuit boards ( PCB). Trots toont hij de prospectus die werd uitgegeven toen het bedrijf in 1991 naar de beurs ging. "Ik ben nochtans geen tafelspringer," geeft Paul de Vrée toe. In 1968, het woelige jaar van de studentenrevoltes, stak hij zijn diploma van burgerlijk ingenieur, dat hij behaalde aan de KU Leuven, netjes op zak. Actie voeren en betogen was niet aan hem besteed.Eigenlijk was Paul de Vrée, als enige zoon thuis, voorbestemd om in het bedrijf van zijn vader aan de slag te gaan, maar dat liep verkeerd af. "We waren als twee leeuwen in één kooi," vertelt hij. Dus ging Paul de Vrée solliciteren.Hij vond relatief snel een job in de farmaceutische afdeling van het Nederlandse chemieconcern Akzo en werd er de eerste ingenieur die als verkoper de baan op ging om de pil te verkopen. "Het commerciële boeide mij al van jongsaf aan veel meer dan de techniek," bekent hij. "Tijdens mijn Leuvense periode studeerde ik stiekem economie via een speciaal programma voor ingenieursstudenten." Die interesse kwam zijn carrière bij Akzo ten goede : na een opleiding in Frankrijk, werd hij marketingmanager in Spanje en kreeg hij het algemene management in handen in Italië "Ik was toen pas begin de dertig". Na twee jaar trok hij naar de VS om er op te klimmen tot president van de Amerikaanse divisie. Daarna wenkte een toppositie in het Nederlandse hoofdkwartier. Maar niet voor lang. "Ik was er de jongste én een Belg : een moeilijke combinatie. Bovendien lag het politieke gemanoeuvreer aan de top me niet." Hij verliet Akzo, na een carrière van tien jaar. Ironisch : "Mijn gouden handdruk was goed om de start van Icos te financieren." Paul de Vrée vond een nieuwe uitdaging. "In de VS had ik kennisgemaakt met de sector van het risicokapitaal. Dit interesseerde me." Hij kwam in contact met het investeringsfonds Advent in Londen, richtte in 1982 een Belgisch participatiefonds op en werd zo de durfkapitalist in dit land met wellicht de langste track record. PAUL DE VREE (ADVENT) Het politiek gemanoeuvreer aan de bedrijfstop lag me niet.