Met zijn 1,90 meter is de Duitser Hansjörg Sage, hoofd van de afdeling innovatieve industrie bij Gimv, een opvallende verschijning. Hij is ook de enige niet-Nederlandstalige in het directiecomité van de investeringsmaatschappij. "In het directiecomité wordt altijd Engels gesproken, ook al ben ik de enige die geen Nederlands spreekt", aldus Sage. "Idem als ik voor de raad van bestuur kom spreken. Iedereen praat er plots Engels en dat alleen voor mij. In Duitsland zou het veeleer andersom zijn, je moet Duits leren."
...

Met zijn 1,90 meter is de Duitser Hansjörg Sage, hoofd van de afdeling innovatieve industrie bij Gimv, een opvallende verschijning. Hij is ook de enige niet-Nederlandstalige in het directiecomité van de investeringsmaatschappij. "In het directiecomité wordt altijd Engels gesproken, ook al ben ik de enige die geen Nederlands spreekt", aldus Sage. "Idem als ik voor de raad van bestuur kom spreken. Iedereen praat er plots Engels en dat alleen voor mij. In Duitsland zou het veeleer andersom zijn, je moet Duits leren." Sage houdt kantoor in München, want Gimv wil meer Duitse investeringen aantrekken. Is de geringe naambekendheid van Gimv in Duitsland geen probleem? "Duitse ondernemers die kapitaal zoeken, doen dat liever bij een speler met een grote naam", zegt Sage. "Maar onze specialisering en kennis van specifieke sectoren helpt. Wij spreken niet alleen over de financiën, maar ook over de technische kennis van de onderneming en haar strategische ontwikkeling." Hopelijk zal die aanpak vruchten afwerpen. Amper 6 procent van de Gimv-investeringen ging het voorbije boekjaar naar Duitsland. Sage: "Dat percentage moet en zal groeien. Gimv bekijkt jaarlijks 300 dossiers in Duitsland. Voor de divisie innovatieve industrie vinden we er ongetwijfeld heel wat aantrekkelijke ondernemingen, zonder dat we daarom onze sterke positie in België opgeven." Sage investeerde al in Govecs, een producent van elektrische scooters."De hoofdzetel is in München, maar de assemblage gebeurt in het Poolse Wroclaw", zegt Sage. "Het is nog een kleine onderneming, met circa 60 werknemers, en een omzet van enkele miljoenen euro's. Wij geloven in de sterke groei van elektrische verkeersmodi. In zijn sector is Govecs marktleider. Dat is onze strategie, investeren in marktleiders in nichemarkten. We injecteren doorgaans 3 tot 30 miljoen euro eigen middelen in onze ondernemingen." Sage haalde ook PE International binnen voor Gimv. "PE International meet al vanaf het design van een wagen de ecologische afdruk. Bijvoorbeeld via de materiaalkeuze en de invloed daarvan op het energieverbruik. Het analyseert bijvoorbeeld ook de CO2-uitstoot voor een hele onderneming. Het hoofdkantoor is in Stuttgart, maar er zijn wereldwijd kantoren. Er werken 200 mensen." Barco, de belangrijkste participatie van Gimv, is niet echt een vertrouwde naam in Duitsland, volgens Sage. "Dat ligt anders voor de autotoeleverancier VCST, die goed bekend is bij de zakenbankiers in München. Het managementteam is uitstekend, en toch blijft het heel bescheiden met beide voeten op de grond. VCST heeft hier diverse klanten." Wat is het verschil tussen de Belgische en Duitse economie? Sage: "Ondernemers in België vormen een relatief kleine groep en kennen elkaar goed, zodat je snel contacten legt. In Duitsland is het toch allemaal iets grootschaliger. Je vindt dus niet zo snel de juiste mensen." Het topmanagement van de Duitse bedrijven is ook weinig geïnternationaliseerd, zegt Sage."De meeste Duitse bedrijven zijn heel internationaal actief en toch vind je in de directiecomités weinig buitenlanders. Ook talenkennis is niet zo belangrijk. Het aantal Duitse managers met internationale ervaring blijft bijzonder klein." Toch heeft het Duitse bedrijfsleven heel wat sterke punten. "De innovatiekracht bij ondernemingen is bijzonder goed, gekoppeld aan een grote bescheidenheid, zeker bij kmo's. Duitse bedrijven zijn vaak beter in nieuwe technologie dan hun Amerikaanse concurrenten. Maar Duitsers zijn slechte verkopers, ze kunnen moeilijk een hype rond een bedrijf creëren. De Amerikaanse bedrijven hebben meer succes, omdat ze beter kunnen overdrijven, terwijl de producten niet noodzakelijk beter zijn." WOLFGANG RIEPL IN MÜNCHEN