Het is ooit veel scherper en pijnlijker geweest, maar Europa zit opnieuw opgezadeld met een Duitse kwestie. Naar aanleiding van de federale verkiezingen bij onze oosterburen laait de discussie over het gedrag van Duitsland in Europa weer hoog op. Het is in landen als België bon ton geworden om bondskanselier Angela Merkel en de hele beleidsvoerende elite in Berlijn en Frankfurt er dan flink van langs te geven. Bij nader toezien heeft de voortdurende kritiek op Duitsland veel meer te maken met afgunst en frustraties over het eigen beleid dan met de grond van de zaak.
...

Het is ooit veel scherper en pijnlijker geweest, maar Europa zit opnieuw opgezadeld met een Duitse kwestie. Naar aanleiding van de federale verkiezingen bij onze oosterburen laait de discussie over het gedrag van Duitsland in Europa weer hoog op. Het is in landen als België bon ton geworden om bondskanselier Angela Merkel en de hele beleidsvoerende elite in Berlijn en Frankfurt er dan flink van langs te geven. Bij nader toezien heeft de voortdurende kritiek op Duitsland veel meer te maken met afgunst en frustraties over het eigen beleid dan met de grond van de zaak. Nemen we de crisis in de eurozone. Duitsland staat voor discipline, zeker budgettair, en voor de uitbouw van een Europese staat met reële bevoegdheden in de materies die nodig zijn om de monetaire unie tot een duurzaam en efficiënt functionerend geheel te maken. Wie het goed voorheeft met de eurozone, kan daar onmogelijk bezwaar tegen maken. Zowel de theorie van de monetaire unie als de praktische ervaring ermee geeft de Duitsers overschot van gelijk. Ze hadden ook gelijk met hun verzet tegen de blinde invoering van eurobonds. Voer je in de huidige institutionele context van de eurozone euro-obligaties in, dan creëer je een vrijgeleide voor ongedisciplineerde landen als Griekenland, Italië en Frankrijk om hun onverantwoorde beleid voort te zetten op rekening van de gedisciplineerde landen -- vooral Duitsland. Bij ons komt de Duitse kwestie de jongste tijd het meest aan de orde als het gaat om de intussen beruchte mini-jobs. Mensen die zo'n baan hebben, werken 15 à 20 uur per week voor een nettoloon van 450 euro; ze betalen geen belastingen of sociale bijdragen. Vandaag zitten 7,5 miljoen werknemers in Duitsland in dat statuut. Het bestaan van die mini-jobs vormde een opmerkelijk onderdeel van de forse daling van de werkloosheid die zich het voorbije decennium in Duitsland doorzette. Hoewel kritische vragen over de mini-jobs kunnen worden gesteld (lees ook p. 14), wordt het hoog tijd om een aantal discussiepunten op te klaren. Om te beginnen: gaat het echt om minderwaardige banen? Ook in de economie valt niet te ontkomen aan een aantal wetmatigheden. Zo kan er pas sprake zijn van duurzame banen als de loonkosten in overeenstemming zijn met de productiviteit. Tilt men de loonkosten bijvoorbeeld via wettelijk opgelegde minimumlonen of een zware belasting op arbeid systematisch boven het niveau dat in overeenstemming is met de gerealiseerde productiviteit, dan komen er nauwelijks banen bij. Vooral laaggeschoolden betalen de prijs van de marginalisering op de arbeidsmarkt. Dat is geen leuke realiteit, maar je kunt er niet omheen. Ten aanzien van die realiteit kun je als beleidsverantwoordelijke twee dingen doen. Ofwel steek je je hoofd in het zand en peroreer je populistisch over de bescherming van de zwakkeren en de noodzaak om vast te houden aan hoge minimumlonen. Dat klinkt goed, maar het leidt er wel toe dat een hele groep mensen in de maatschappij onherroepelijk gemarginaliseerd raakt. Ofwel zie je de realiteit onder ogen en maak je banencreatie ook voor weinig of niet-geschoolden mogelijk door de loonkosten in overeenstemming te brengen met de productiviteit. De meeste Europese regeringen, inclusief de Belgische, kiezen voor het eerste; de Duitse regering opteert voor het tweede. Daarnaast moet er een onderscheid worden gemaakt tussen het ontvangen loon en het beschikbare inkomen. De Duitse overheden zorgen voor diverse vormen van inkomensondersteuning voor de mini-jobbers in de vorm van subsidies voor huur, energie en zelfs kleding en voeding. Tel je die tegemoetkomingen bij de 450 euro, dan kom je nog altijd niet aan een indrukwekkend inkomen. Maar je hebt wel een baan die toelaat om ervaring op te doen. Iemand die aan de slag is, heeft meer kansen om op te klimmen naar een betere baan en een hoger inkomen dan iemand die vastzit in de werkloosheid. Duitsland doet niet alles perfect -- noch intern, noch in de eurogemeenschap. De manier waarop het land de problemen van zijn banken aanpakt, laat bijvoorbeeld te wensen over. Maar de kritiek op de mini-jobs is voor een groot stuk onterecht. Lering proberen te trekken uit het Duitse voorbeeld, zou maatschappelijk veel productiever zijn. JOHAN VAN OVERTVELDT HoofdredacteurVooral laaggeschoolden betalen de prijs van de marginalisering op de arbeidsmarkt. Dat is geen leuke realiteit, maar je kunt er niet omheen.