Na het thema bos vorig jaar trekt Countryside+, de beurs over het landelijke leven, opnieuw de ecologische kaart, met als centrale thema water. Water is levensnoodzakelijk, maar het is schaars. Daarom zou het goed zijn dat we er met z'n allen minder van verbruiken. Countryside+ wil de bezoeker daarvan bewust maken met een tentoonstelling over water en design, opgezet door curator Kurt Vanbelleghem.
...

Na het thema bos vorig jaar trekt Countryside+, de beurs over het landelijke leven, opnieuw de ecologische kaart, met als centrale thema water. Water is levensnoodzakelijk, maar het is schaars. Daarom zou het goed zijn dat we er met z'n allen minder van verbruiken. Countryside+ wil de bezoeker daarvan bewust maken met een tentoonstelling over water en design, opgezet door curator Kurt Vanbelleghem. "Bewustwording is de eerste stap", zegt Vanbelleghem. "Daarom presenteren we het werk van grafisch ontwerpers van over de hele wereld, die op een visueel sterke manier tonen hoeveel water we verbruiken, vaak zonder dat we het beseffen. Het verbruik in de douche of het toilet is maar het topje van de ijsberg. Het grote probleem is het industriële proces achter onze voeding en kleren. Weet je dat er 2700 liter water nodig is om één katoenen T-shirt te maken? En dat het 5000 liter water vergt om één biefstuk te produceren?" De expo wil ook tonen hoe we anders met water kunnen omspringen. De designers wijzen daarbij de weg. Vanbelleghem, die al meer dan twintig jaar actief is in de wereld van kunst en design, ziet dat zich een belangrijke verandering aan het voltrekken is: "Heel wat designers willen maatschappelijk relevant zijn. Ze beperken zich niet langer tot het ontwerpen van producten of voorwerpen alleen, ze leggen zich toe op diensten en processen die het leefmilieu of de samenleving beter maken. De designer als activist, zeg maar." Dat designers hun expertise ten dienste stellen van de maatschappij, is niet nieuw. "Door de geschiedenis waren ze daar al mee bezig, maar het is nu urgenter dan ooit. Onze samenleving is zo complex geworden dat de overheid en de industrie alleen geen antwoord meer kunnen bieden op problemen zoals de mobiliteit en de vervuiling. Burgers beseffen dat ze zelf ook een deel van de verantwoordelijkheid moeten opnemen, in plaats van aan de zijlijn toe te kijken." Designers spelen daarop in door concrete middelen aan te reiken waarmee burgers aan de slag kunnen. Vanbelle-ghem: "De wereldproblemen kun je als individuele burger niet oplossen. Maar vaak kun je wel iets doen op het beperkte niveau van je eigen wijk of gemeenschap." Zo gaan geëngageerde designers op zoek naar oplossingen om duurzaam met water om te springen. Op Countryside+ zijn daar vier voorbeelden van te zien. "Het zijn stuk voor stuk projecten van jonge mensen met een positieve boodschap", zegt Vanbelleghem. "Anders dan de designer in de jaren zeventig en tachtig zitten ze niet moederziel alleen achter hun werktafel te tekenen, om daarna te kijken of hun creaties verkoopbaar zijn. De hedendaagse designer checkt waar anderen mee bezig zijn. Als het gaat om sociale cohesie, raadpleegt hij het werk van psychologen en sociologen. Als het gaat om vervuiling, gaat hij op zoek naar wat in de universiteitslabo's gebeurt." De jonge Nederlandse designer Ermi van Oers ontdekte dat de universiteit van Leeuwarden methodes ontwikkelt om elektriciteit op te wekken uit microbes die in vervuild water zitten. "Wetenschappers zijn er om onderzoek te doen", vertelt ze. "Het is aan ons als designers om toepassingen te bedenken, die in een mooie verpakking te stoppen en op die manier voor het grote publiek tastbaar te maken wat in laboratoria wordt uitgedokterd." Op basis van dat milieutechnologische onderzoek ontwierp Van Oers een drijvende bolvormige lamp, die ze Microbial Light noemde. De bacteriën in het water wekken de elektriciteit op die de lamp doet branden. "Ze eten organisch afval dat ze in het water vinden, en daarbij komt energie vrij", zegt ze. "De techniek in het drijvende bolletje vangt die energie op en geleidt ze, zoals in een batterij. En dus gaat de lamp branden, terwijl tegelijk het water wordt gezuiverd." Van Oers bedacht ook Living Light, een lamp voor binnenshuis, die verbonden is aan een plant. Ze werkt volgens hetzelfde principe: de energie wordt gegenereerd uit de elektronen die vrijkomen tijdens het fotosyntheseproces. En ze droomt al van een andere toepassing. "De stad Rotterdam heeft plannen om drijvende woningen te bouwen in leegstaande havengebieden. Die kunnen misschien op deze manier van elektriciteit worden voorzien. De tv aanzetten en daarmee meteen het havenwater helpen reinigen. Fantastisch toch?" Op dit ogenblik zitten haar projecten nog in een experimentele fase en zijn ze nog niet commercialiseerbaar, maar ze hoopt wel aandacht en financiële hulp te krijgen om haar onderzoek voort te zetten, tot het concreet toepasbaar wordt. Of dat bedrijven samen met haar nadenken over de ontwikkeling van de drijvende lamp tot een verkoopbaar product. Giacomo Piovan is een van de oprichters van Socialmatter, een Luxemburgse productdesignstudio met een sterke focus op milieuprojecten. Zo buigt hij zich over het probleem van de bodemvervuiling. "In Vlaanderen zijn er ongeveer 450.000 olietanks die worden gebruikt om huizen te verwarmen", vertelt Vanbelleghem. "Volgens recente studies en schattingen zou een tiende daarvan lekken door corrosie, met vervuiling van bodems en grondwater tot gevolg. Met de klassieke bodemsaneringstechnieken blijft er altijd een klein deel van de vervuiling in de grond achter. Daarom bedacht Piovan samen met ingenieur Peter Smeets Farming Pollution, een alternatief systeem om vervuilde grond op privéterreinen te zuiveren. Het maakt gebruik van absorptiefilters die werden ontwikkeld door de Technische Universiteit van Eindhoven, en van gemodificeerde planten die de Universiteit van Hasselt kweekt om bodems te zuiveren." Piovan bracht de twee universiteiten samen en ontwikkelde op basis van hun onderzoek ook Water Hackers, een alternatief procedé om water te zuiveren met behulp van een toestel dat je zelf in elkaar kunt steken, met materiaal dat je overal vindt, zoals flessen en stenen. "Op de beurs kunnen de bezoekers plaatsnemen aan een lange werktafel en samen met Piovan hun eigen waterzuiveringssysteem maken", zegt Vanbelleghem. "Het is een eenvoudige, laagdrempelige oplossing die mensen zelf verantwoordelijk maakt voor hun zuiver water, zodat ze daarvoor niet hoeven te rekenen op de overheid. Die oplossing kan het leven in ontwikkelingslanden revolutionair veranderen, zodra het systeem op grote schaal wordt verspreid." De IJslandse designstudent Ari Jonsson ontwierp een volledig biologisch afbreekbare waterfles, gemaakt van algen. "Zo wil hij aantonen dat je dingen kunt ontwikkelen met wat in de natuur aanwezig is, en waarmee iedereen aan de slag kan", zegt Vanbelle-ghem. Ken Surrite demonstreert op de beurs de werking van Water is Life, een Amerikaanse organisatie die allerlei projecten in verband met gezond water ontwikkelt. Een ervan is het Drinkable Book, een boek waar je halve bladen kunt uittrekken om ze te gebruiken als waterfilter. Vanbelleghem: "Je legt zo'n blad op een kan, giet er water door en er komt zuiver water uit. Iets heel simpels, waarmee mensen zelf aan de slag kunnen en dat makkelijk te verspreiden is, in Afrika bijvoorbeeld." Vanbelleghem is blij met de kans die Countryside+ hem biedt: "Je kunt een expo als deze ook brengen in een designmuseum, maar dan bereik je weinig nieuwe mensen. Terwijl we op de beurs onze boodschap kunnen uitdragen aan een breed publiek van 35.000 bezoekers, en we hier ook mensen bereiken die anders niet naar een designexpo zouden komen. Dat is voor mij als curator een gedroomd platform." "We willen trouwens niet enkel inspireren, maar ook meteen aanzetten tot engagement: wie wil, kan 5 euro storten om zijn favoriete project te steunen. Een directe call to action dus, want het blijft voor designers - en zeker voor jonge mensen - een uitdaging om een leefbaar businessmodel te ontwikkelen voor deze vormen van geëngageerd design." Behalve de waterexpo vindt de bezoeker op Countryside+ traditiegetrouw alles om zijn interieur aangenamer, mooier en ecologischer in te richten. Er zijn meer dan driehonderd exposanten met interieurs, objecten en verlichting, en de bezoekers vinden er culinaire delicatessen en reistips. Van 28 oktober tot en met 1 november 2016 in Flanders Expo Gent, telkens van 10 tot 18 u. Extra avondopening op vrijdag 28 oktober tot 21 uur. KARIN EECKHOUT, FOTOGRAFIE THOMAS SWEERTVAEGHER"De hedendaagse designer checkt waar anderen mee bezig zijn. Hij gaat op zoek naar wat in de universiteitslabo's gebeurt" - Kurt Vanbelleghem "De tv aanzetten en daarmee meteen het havenwater helpen reinigen. Fantastisch toch?"- Ermi van Oers