De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog.Binnen enkele maantden kunnen personen van hetzelfde geslacht ook in het huwelijk treden. Zij zullen dan volwaardige echtgenoten zijn. Ook op fiscaal gebied. Maar veel nadelen zullen zij daar niet van ondervinden. Met ingang van het aanslagjaar 2005 (inkomsten van 2004) worden echtgenoten voor de toepassing van de personenbelasting immers (grotendeels) behandeld zoals alleenstaanden. Het belastingvrije minimum waarop zij recht hebben, zal precies even hoog zijn als bij personen die als alleenstaanden worden belast. Voorts zullen vanaf dan niet alleen hun beroepsinkomsten, maar ook hun andere inkomsten gedecumuleerd worden belast; net zoals dat het geval is bij alleenstaanden of bij personen die ongehuwd samenwonen. Voordeel. De meest opvallende fiscale nadelen van het huwelijk zullen dus afgeschaft zijn. Terwijl een belangrijk voordeel blijft bestaan. Gehuwden hebben nog altijd toegang tot het fiscaal aantrekkelijke stelsel van het huwelijksquotiënt. Dat heeft in eeninkomensgezinnen een belangrijke vermindering van de belastingdruk tot gevolg. Door het huwelijksquotiënt wordt een deel van het inkomen van de alleenverdiener immers fictief overgeheveld naar de andere echtgenoot, waar het volledig afzonderlijk wordt belast. Het huwelijksquotiënt blijft een privilege voor gehuwden. Of althans voor wie als zodanig wordt beschouwd. Want met ingang van het aanslagjaar 2005 is niet langer strikt vereist dat men officieel gehuwd is. Ongehuwd samenwonenden blijven weliswaar verstoken van het huwelijksquotiënt. Maar het volstaat dat zij voor de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring van wettelijk samenwonen afleggen. Voor de toepassing van de inkomstenbelastingen worden wettelijke samenwoners met ingang van het aanslagjaar 2005 immers volledig met gehuwden gelijkgesteld. Zodat zij ook toegang krijgen tot het huwelijksquotiënt. Keerzijde van de medaille is dat echtgenoten - en dus straks ook wettelijk samenwonenden - in principe blijven instaan voor het voldoen van elkaars schulden op het gebied van de personenbelasting. Maar met een goed huwelijkscontract (van scheiding van goederen) kan dit nadeel vrij eenvoudig weggewerkt worden. En ook wettelijk samenwonenden hoeven niet veel te vrezen. De goederen die verworven zijn met inkomsten die krachtens het burgerlijk recht eigen zijn, zullen ook in hoofde van wettelijk samenwonenden beschermd zijn tegen invordering van belastingschulden die van de andere partner afkomstig zijn. Cumulatie. Het aanslagjaar 2005 zal dus voor een grote omwenteling zorgen. Zoals gezegd wordt de principiële cumulatie van de inkomsten van echtgenoten afgeschaft en naar het belastingmuseum verwezen. Daarmee komt een einde aan een lange geschiedenis waarvan het beginpunt ergens tussen de twee wereldoorlogen gelegen moet zijn. De gecumuleerde belasting van de beroepsinkomsten van echtgenoten werd naar verluidt ingevoerd in 1934. Officieel om de belastingopbrengst te verhogen en om de progressiviteit van de inkomstenbelastingen voluit te laten spelen. Maar volgens sommige bronnen was de ware reden helemaal anders. Het land zat midden in een economische crisis. Met de invoering van de gecumuleerde belasting zou men de aantrekkelijkheid van loonarbeid hebben willen verminderen en zodoende gehuwde vrouwen hebben willen aansporen om zich niet op de arbeidsmarkt te begeven; in de hoop op die manier de verhoging van het aantal werklozen te kunnen afremmen. Draagkracht. Of dat ook gelukt is, is niet geweten. Feit is dat de gecumuleerde belasting van de arbeidsinkomsten standgehouden heeft tot ver in de jaren vijftig. Ze werd toen afgeschaft. Maar niet voor lang. Met de grote fiscale hervorming die begin jaren zestig werd doorgevoerd, werd ze langs de grote poort weer binnengehaald. Ditmaal in naam van het draagkrachtprincipe, dat wil dat gezinnen waarvan de partners allebei beroepsinkomsten hebben, sterkere schouders hebben om lasten te dragen dan alleenstaanden of gezinnen die het met één inkomen moeten stellen. De gecumuleerde belasting van het bedrijfsinkomen heeft in de loop van de daaropvolgende jaren weliswaar nog een aantal wijzigingen ondergaan, waarbij telkens gepoogd werd het effect van de cumulatie op de een of andere manier te verzachten. Maar voor de volledige afschaffing heeft men moeten wachten op de hervorming van de personenbelasting zoals die eind 1988 is doorgevoerd. Onroerend. De cumulatie van de beroepsinkomsten was nu wel afgeschaft; maar de cumulatie van de andere inkomsten bleef gewoon bestaan. In de praktijk kwam dit er in hoofdzaak op neer dat de onroerende inkomsten van de echtgenoten nog altijd gecumuleerd werden belast. Waarom dat zo moest blijven, is niet meteen duidelijk. In de jaren zestig is ooit de idee geopperd dat de cumulatie moest dienen om belastingontwijking tegen te gaan. Bij een gedecumuleerde belasting zouden echtgenoten immers de neiging vertonen om hun vermogen zo te structureren dat de onroerende inkomsten in hoofdzaak zouden toekomen bij de echtgenoot die het laagste beroepsinkomen heeft. Wat er ook van zij, dergelijke bespiegelingen zijn vandaag niet langer aan de orde. Met ingang van het aanslagjaar 2005 (inkomsten van 2004) wordt de decumulatie de algemene regel. En zullen dus ook de onroerende inkomsten van de echtgenoten gedecumuleerd worden belast. Ieder van de echtgenoten zal slechts belasting betalen op de onroerende inkomsten die hem eigen zijn; en de gemeenschappelijke inkomsten worden netjes gedeeld door twee. Jan Van DyckDe cumulatie is uitgevonden om vrouwen van de arbeidsmarkt te houden.