De West-Vlaamse producent van diepvriesgroenten Unifrost zou in de toekomst graag containers vol groenten aanvoeren uit Chimaltenango in Guatemala. "Voorwaarde is alleen dat de verkoopprijs marktconform is en dat ook de kwaliteit van de groenten kan wedijveren met het aanbod op de wereldmarkt," zegt Henri Vansweevelt. De gewezen Bekaert-manager voor Latijns-Amerika tast vandaag in Guatemala de exportmogelijkheden af voor kleine groenteboeren. Hij is bestuurder bij Incofin, de Vlaamse investeringsmaatschappij voor het Zuiden.
...

De West-Vlaamse producent van diepvriesgroenten Unifrost zou in de toekomst graag containers vol groenten aanvoeren uit Chimaltenango in Guatemala. "Voorwaarde is alleen dat de verkoopprijs marktconform is en dat ook de kwaliteit van de groenten kan wedijveren met het aanbod op de wereldmarkt," zegt Henri Vansweevelt. De gewezen Bekaert-manager voor Latijns-Amerika tast vandaag in Guatemala de exportmogelijkheden af voor kleine groenteboeren. Hij is bestuurder bij Incofin, de Vlaamse investeringsmaatschappij voor het Zuiden. Terwijl u dit leest, onderzoekt Vansweevelt met de lokale Incofin-manager hoe hij voor 150 groentekwekers uit de streek een alternatieve exportmarkt kan openbreken. Ze telen prachtige groenten, maar missen de commerciële slagkracht om hun productie naar de markt te brengen. Precies daar steekt Incofin een handje toe. Tot de aandeelhouders van Incofin behoren bedrijven als Ackermans & van Haaren, Bekaert, Deme, KBC, Roularta Media Group, Tractebel, Association Verelst en VDK Spaarbank. Maar ook familiale KMO's, zoals Vyncke, en organisaties zoals de Boerenbond en het Verbond van Kristelijke Werkgevers en Kaderleden zitten in het kapitaal. Hetzelfde geldt trouwens voor individuele ondernemers zoals Aimé Desimpel of Donald Pans. Incofin-België heeft een kapitaal van 2 miljoen euro samengebracht (zie Trends, 23 augustus 2001). In België stelt Incofin (een coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk) geen winst- en dividenduitkering aan zijn aandeelhouders in het vooruitzicht. De winsten - want daar wordt wél naar gestreefd - worden opnieuw geïnvesteerd in de regionale Incofin-filialen in Afrika en Latijns-Amerika. "We waarborgen dat het kapitaal van de aandeelhouders gehandhaafd blijft en maken daarom een punt van een degelijke financiële rapportering voor elk van de participaties," stelt Loïc de Cannière, gedelegeerd bestuurder van Incofin-België. Boeren leren exporterenPrecies uit bezorgdheid voor dat financiële evenwicht trok Henri Vansweevelt naar Guatemala. De groentekwekers van Chimaltenango verloren onlangs hun belangrijkste klant nadat een supermarktketen uit het buurland El Salvador in financiële moeilijkheden was geraakt. Incofin-Guatemala, dat de oogst van de boeren commercialiseert, hoopt dat Vansweevelt mee nieuwe deuren opent in El Salvador of Unifrost over de brug krijgt.Om de boeren bedrijfsmanagement bij te brengen, heeft Vansweevelt in Chimaltenango ook nog een afspraak met een vertegenwoordiger van Empretec. Dat programma van Unctad, de organisatie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling, heeft sedert 1988 al 42.000 kleine ondernemers in 21 landen managementvaardigheden bijgebracht. Per land worden jaarlijks zo'n 300 kleine, beloftevolle ondernemers door Empretec gescreend op het gebied van capaciteit, motivatie en toekomstpotentieel. De gelukkigen mogen gedurende drie tot vijf jaar een training volgen. De nadruk ligt op het versterken van de 'ondernemersattitude' - de bedrijfjes betalen dan ook consequent een minimale vergoeding voor de opleiding. De trainingen gebeuren in bedrijvencentra die worden uitbesteed aan een plaatselijke, kostendekkende partnerorganisatie. In Guatemala bijvoorbeeld heeft Incofin zich daarvoor kandidaat gesteld. De oprichting van bedrijvencentra via de lokale Incofin-filialen - waarvan Incofin-België meerderheidsaandeelhouder is - beschouwt de Vlaamse investeringsmaatschappij immers als een van haar hoofdopdrachten (naast microfinanciering en het nemen van tijdelijke participaties in jonge bedrijven). "Train the trainer"Duizenden kilometer verder in Oost-Afrika, in het afgelegen stadje Hoima in het westen van Oeganda, staan vijf ondernemers klaar voor hun eerste Empretec-training. Simon Mukati is er één van. Hij stampte een bedrijfje uit de grond dat sanitaire installaties bouwt en sloot in 1996 een CPP-peterschap (CPP of Company Partnership Plan was de voorloper van Incofin) met het Gentse bouwbedrijf Wyckaert. Empretec-Oeganda geeft aan het team van het Incofin-bedrijvencentrum in Hoima een aangepaste vorming, waarna dat team op zijn beurt ondernemers uit de streek opleidt. Vlaamse ondernemers die zich aansloten bij Ex-Change, het uitzendplatform voor experts dat nu aan zijn eerste werkingsjaar toe is, zullen onder meer voor dergelijke opleidingsprogramma's worden ingezet, bevestigt Ex-Change-voorzitter Karel Huysmans. Een vijftigtal ondernemers schreef zich al in bij Ex-Change; dit jaar zijn er tien missies gepland in zes landen. Van de Vlaamse regering ontvangt Ex-Change een werkingstoelage van 99.157 euro. Het uitzendplatform is een samenwerkingsverband van Incofin, Kauri, de Vlaamse Ingenieurskamer en Seniorconsultants Vlaanderen en haalde zijn inspiratie bij het Nederlandse PUM/Programma Uitzending Managers. PUM (dertig vaste personeelsleden en een pool van 3000 senior adviseurs) stuurt jaarlijks 1500 managers uit naar een tachtigtal landen en wordt financieel gesteund door het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en de werkgeversorganisaties. "We breien netwerken tussen bedrijfsleiders van bij ons en ondernemers uit het Zuiden en doen dat ook op een zeer pragmatische manier met gelijkgestemde organisaties. Want waarom zouden we telkens opnieuw het wiel gaan uitvinden? Incofin kan leemten opvullen en aanvullende diensten leveren aan partnerorganisaties met eenzelfde visie," zegt Loïc de Cannière.Hij doelt op samenwerking met organisaties zoals Incofin, die vanuit werkgeverskringen in zowat alle westerse landen geruisloos de kop opsteken. Een merkwaardige nieuwe trend, waarbij ondernemers startende collega's in het Zuiden spontaan een steuntje in de rug geven met praktijkgerichte trainingsprogramma's of als verschaffer van durfkapitaal.Marktconform en kostendekkendSwisscontact in Zürich, Afrique Initiatives in Parijs, Business Partners in Johannesburg en Incofin in Antwerpen, ze vertrekken allemaal vanuit hetzelfde basisprincipe: de kanalen die ze aanreiken voor kennisoverdracht en/of bedrijfsfinanciering in het Zuiden moeten binnen een redelijke termijn kostendekkend en zelfbedruipend worden. Kortom, ze moeten marktconform functioneren - een benadering die meestal haaks staat op de klassieke ontwikkelingssamenwerking. Swisscontact is een buitenbeentje. De privé-organisatie, die al in 1959 door een groep Zwitserse industriëlen werd opgericht, haalt vandaag een omzet van 16,5 miljoen euro en stelt 225 personeelsleden (35 in Zürich en 195 in 26 landen) tewerk. Dertig procent van de activiteiten hebben betrekking op technische training en opleiding van jonge ondernemers; vijftig procent op managementopleiding en begeleiding van kleine en middelgrote bedrijven, en twintig procent op milieuprojecten. Opmerkelijk is dat de Zwitserse regering de organisatie voor tachtig procent financiert - ze besteedt ook heel wat ontwikkelingsprojecten aan Swisscontact uit. 6% van de werkingsmiddelen komt van giften van bedrijven. De overige inkomsten haalt Swisscontact uit consultancyopdrachten voor internationale organisaties zoals IFC/International Finance Corporation, de arm voor samenwerking met de privé-sector van de Wereldbank. Synergie tussen netwerkenSwisscontact werd door IFC aangezocht om in het Tanzaniaanse plaatsje Kilombero, tussen de suikerrietplantages, een bedrijvencentrum op te richten. Zo kwamen Swisscontact en IFC in aanraking met Incofin-Tanzania, dat 700 kilometer verderop een 20%-participatie heeft in Mufindi Community Bank ( Mucoba). Incofin werkt bij Mucoba samen met de Belgische Raiffeisenstichting van KBC. Incofin-België richt immers niet alleen bedrijvencentra op, maar participeert via zijn filialen ook in microfinancieringsinstellingen (MFI's verstrekken kleine leningen aan boeren en ondernemers die buiten het bereik van de klassieke banksector vallen). Incofin-Tanzania stelt zijn ervaring in bedrijvencentra, onder meer in Arusha, ter beschikking van Swisscontact en IFC, terwijl Swisscontact managementondersteuning geeft aan Mucoba en zal meewerken aan de opening van een tweede bankfiliaal in Kilombero. "Zo tuimelen we van het ene samenwerkingsverband in het andere," lacht Loïc de Cannière.In Plettenberg, Zuid-Afrika, werkt Incofin met Business Partners (een investeringsmaatschappij van industrieel Johan Ruppert) als lokale co-investeerder. Guido Hoste, directeur van het Bedrijvencentrum Veurne-Ieper en voordien actief bij het KMO Vormingsinstituut in Brugge, wordt er in de opstartfase projectmanager. Het nieuwe Incofin-bedrijvencentrum zal fungeren als een ILO-trainingscentrum met lespakketten van het Internationaal Arbeidsbureau (ILO): de 'Start Your Business'-modules zijn gebaseerd op een methodologie die werd ontwikkeld door de Zweedse werkgeversorganisatie en inmiddels in tachtig landen is geïntroduceerd. In Kindia, Guinee, werkt het Incofin-bedrijvencentrum samen met de Vlerick Leuven Gent Management School. Ook het metaalconstructiebedrijf Demyttenaere uit Harelbeke stelt daar zijn ervaring ter beschikking en onderzoekt in welke mate een heropstart mogelijk is van de plaatselijke ploegsmederij Somata. "Uiteraard zijn niet alle bedrijfjes succesvol, en dan moeten er knopen worden doorgehakt," commentarieert Loïc de Cannière. "Telkens opnieuw ontstaat er een pragmatische maar efficiënte synergie met gelijkgestemde privé-organisaties." Een interessante evolutie, vindt De Cannière, is dat deze bedrijfsgerichte nieuwsoortige coöperanten samenwerken met overheidsstructuren, niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en internationale instellingen die hun oude gewaden hebben afgelegd. FDCF of het Financial Deepening Challenge Fund is typerend voor die nieuwe aanpak in de officiële ontwikkelingssamenwerking. In Kilombero (Tanzania) kwam Incofin in contact met FDCF, dat innovatieve financieringsmethoden voor ontwikkelingslanden steunt. Incofin doet als Belgische organisatie mee aan een competitieve openbare aanbesteding om erkend te worden als operationele partner van FDCF. Hoewel FDCF deel uitmaakt van het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking is het management ondergebracht bij Enterplan, een privé-bedrijf; projecten die door FDCF zijn uitgekozen, worden bovendien geëvalueerd door onafhankelijke auditors zoals Deloitte & Touche en Project Northeast. Hefboomeffecten van groot en kleinHet wegwissen van de grenzen tussen privé- en overheidsinitiatieven, maar ook de letterlijk grensoverschrijdende samenwerking - want Incofin kan als Belgische organisatie opdrachten uitvoeren voor officiële ontwikkelingsorganisaties uit bijvoorbeeld Nederland, Groot-Brittannië en Denemarken - ervaart Loïc de Cannière als een mentale ommekeer. " Danida, de officiële Deense ontwikkelingssamenwerking is bereid de bedrijvencentra van Incofin-Oeganda als doorgeefluik voor Empretec-trainingen te steunen." De Cannière verwijst ook naar de toezegging van een Nederlandse investeringsmaatschappij om een participatie te nemen in Incofin-België. En na de oprichting door Incofin-Tanzania van een microfinancieringsbank voor de suikerboeren van Kilombero overweegt Wereldbank-dochter IFC een structurele samenwerking in de vorm van een participatie in Incofin.Zo ontstaat er een kruisbestuiving tussen initiatieven uit de bedrijfswereld - zoals Incofin en Swisscontact - enerzijds en de officiële ontwikkelingsapparaten van individuele staten en multilaterale ontwikkelingsorganisaties anderzijds. "De overtuiging dat ondernemerschap een duurzame basis is voor welvaartscreatie zit in een stroomversnelling," concludeert Loïc de Cannière.De nieuwe zienswijze op ontwikkelingssamenwerking stak twintig jaar geleden de kop op in Nederland. Daar werd FMO (Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden) binnen de officiële ontwikkelingssamenwerking opgericht. In Frankrijk ontstond Proparco, in Duitsland DEG (Deutsche Entwicklungsgesellschaft), in Groot-Brittannië de Commonwealth Development Corporation - die laatste werd onlangs omgedoopt tot CDC Capital Partners om haar rol als investeringsmaatschappij extra te onderstrepen. En in België zag BIO (Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden) deze maand het daglicht. Al die bilaterale organisaties sluiten aan bij multilaterale initiatieven als IFC, Empretec of de 'Start Your Business'-modules van de Internationale Arbeidsorganisatie. Veel van de organisaties zijn inmiddels uitgegroeid tot grote investeringsmaatschappijen - volgens de voormalige Franse premier Michel Rocard zijn IFC, CDC Capital Partners of Proparco zelfs " trop grosses"geworden. Rocard zelf is voorzitter van Afrique Initiatives, dat een kapitaal van 2 miljoen euro heeft en werd opgericht door zwaargewichten uit de Franse industrie: Vivendi, Groupe Bolloré, EDF, Alcatel. Grote investeringsmachines als IFC, CDC Capital Partners of het nieuwe BIO verwachten bovendien returns van 8% tot 10% op hun kapitaal, wat voor kleine ondernemingen te hoog gegrepen is. Driekwart van de Afrikanen heeft een per capita inkomen van minder dan 500 dollar per jaar; 600 van de 750 miljoen Afrikanen leven van de informele sector, in een vaak bruisende, maar beklemmende volkseconomie, die ook op de VN-conferentie 'Financing for Development' in Monterrey nog steeds wordt miskend (zie Briefing, blz. 19). "Daar ligt de complementariteit van Incofin en Afrique Initiatives als risicokapitaalverschaffers voor kleine bedrijfjes," zegt de Cannière. Erik Bruyland [{ssquf}]ebruyland@trends.be* 'Ondernemers voor ondernemers' (Trends, 23 augustus 2001), een artikel waar gedetailleerd werd ingegaan op de kapitaalverhoging bij Incofin. * Links naar de sites van de belangrijkste bedrijfsgerelateerde ontwikkelingsprojecten.De kanalen die Incofin aanreikt voor kennisoverdracht en bedrijfsfinanciering moeten zelfbedruipend worden - een hele ommekeer.Nieuw is dat de bedrijfsgerichte nieuwe 'coöperanten' ook met de officiële ontwikkelingsapparaten samenwerken. 600 van de 750 miljoen Afrikanen leven van de informele volkseconomie - dat wordt door de VN nog al te vaak miskend.