Met de verhoging van de belasting op liquidatieboni van 10 naar 25 procent aast de regering op bijkomende inkomsten. Tegelijk realiseert zij hiermee iets wat al lang had moeten gebeuren: het fiscaal gelijkschakelen van de uitkeringen waarmee een vennootschap haar aandeelhouders vergoedt, ongeacht de wijze waarop die uitkeringen gebeuren.
...

Met de verhoging van de belasting op liquidatieboni van 10 naar 25 procent aast de regering op bijkomende inkomsten. Tegelijk realiseert zij hiermee iets wat al lang had moeten gebeuren: het fiscaal gelijkschakelen van de uitkeringen waarmee een vennootschap haar aandeelhouders vergoedt, ongeacht de wijze waarop die uitkeringen gebeuren. Aandeelhouders kunnen op verschillende wijzen worden vergoed. De meest klassieke bestaat erin een dividend uit te keren. Maar het kan ook op andere manieren. Bijvoorbeeld door eigen aandelen in te kopen, waarbij de aandeelhouder een zogenaamde 'inkoopbonus' ontvangt. Of door de vennootschap te ontbinden, waarbij aan de aandeelhouders een 'liquidatiebonus' wordt uitgekeerd. Een wat meer ingewikkelde vorm bestaat erin de aandelen van de vennootschap in te brengen in of te verkopen aan bijvoorbeeld een holdingvennootschap. Zo kunnen opgepotte tegoeden onrechtstreeks ook naar de oorspronkelijke aandeelhouders vloeien. In de vorm van gerealiseerde meerwaarden op aandelen. Vanuit een conceptueel oogpunt zou er geen verschil in fiscale behandeling mogen bestaan. Maar dat is in het verleden wel even anders geweest. Op dividenden was nu eens 15 procent, en dan weer 25 procent roerende voorheffing verschuldigd. Inkoop- en liquidatieboni zijn in de personenbelasting lange tijd gewoon onbelast gebleven. Pas sinds een kleine tien jaar zijn zij wel aan personenbelasting onderworpen. Maar het tarief bedroeg slechts 10 procent. Bij inkoopboni is het tarief nadien verhoogd naar 21 en dan naar 25 procent. Maar liquidatieboni zijn vandaag nog altijd slechts belastbaar tegen 10 procent. Voor 'meerwaarden' op aandelen geldt nog altijd dat zij niet belastbaar zijn, als zij verwezenlijkt zijn binnen het normale beheer van een privépatrimonium. Zo'n normaal beheer is er, als de aandeelhouder handelt als een 'goede huisvader'. Water stroomt altijd omlaag, ook op fiscaal gebied. Belastbare inkomens -- of beter gezegd, de belastingplichtigen en hun adviseurs -- zoeken altijd de laagste belasting. Bij de overheveling van tegoeden uit het vennootschapsvermogen naar de privésfeer is dat niet anders. Als die overheveling belastingvrij verwezenlijkt kan worden, via het organiseren van een constructie met 'meerwaarden', wordt massaal voor die organisatievorm gekozen. De belastingvrijstelling waarop een inkoop van eigen aandelen destijds kon rekenen, had exact hetzelfde gevolg. Constructies met 'inkoop van eigen aandelen' lagen bij elke belastingadviseur in de bovenste schuif. Ontelbaar zijn de dossiers waarin de oversteek van de grens tussen het vennootschapsvermogen en het privépatrimonium belastingvrij georganiseerd werd door het realiseren van meerwaarden op aandelen binnen het normale beheer van een privépatrimonium. Met enige zin voor overdrijving kan men stellen dat de halve economie erop is gebouwd. Maar, zoals gezegd, bestaan er conceptueel eigenlijk geen goede redenen voor dit verschil in fiscale behandeling. Stilaan is dan ook een tendens op gang gekomen om deze verschillen (weliswaar steeds geïnspireerd door budgettaire overwegingen) weg te werken. Inkoop van eigen aandelen is al lang niet meer belastingvrij. Het tarief evolueerde van 0, over 10 en 21 naar vandaag 25 procent. Dat is het tarief waartegen -- op een enkele uitzondering na -- alle dividenden vandaag in de personenbelasting worden belast. En de mogelijkheden om te werken met belastingvrije meerwaarden op aandelen zijn ook al niet meer wat ze waren. Onlangs nog heeft de Rulingcommissie aangekondigd dat ze strenger zal toezien op situaties waarin men via meerwaarden poogt overtollige liquiditeiten naar het privépatrimonium over te hevelen. Dat liquidatieboni vanaf oktober 2014 ook aan 25 procent belasting onderworpen zullen zijn, past in dezelfde tendens, en maakt de cirkel bijna rond. Zo'n verhoogde belasting is niet leuk (maar een overgangsregeling die in de maak is, verzacht ongetwijfeld de pijn). Conceptueel is er daarentegen niets op aan te merken. JAN VAN DYCKVanaf oktober 2014 gaat het tarief op liquidatieboni omhoog naar 25 procent.