In sommige achtergebleven gebieden vinden ze het nog altijd leuk om dingen te betalen met metalen schijfjes en rechthoekige stukjes papier. En opmerkelijk genoeg zijn er nog altijd mensen die strookjes papier invullen, tekenen, van een datum voorzien en op de post doen. Maar er zijn drie andere betaalmiddelen in opmars: de internetoverschrijving, de betaling met een kaart (al dan niet contactloos) en de betaling met de smartphone. Dat laatste betaalmiddel zal in 2019 doorbreken. En Chinese betaalmiddelen zullen zich meedogenloos over de wereld verspreiden.

Twee Chinese betaaldiensten voor smartphones veroveren het buitenland. De eerste is Alipay, ontwikkeld voor Taobao, een internetplatform van de Chinese webwinkelgigant Alibaba. Als onderdeel van de financiële instelling Ant Financial, een dochter van Alibaba, heeft de dienst naar eigen zeggen 870 miljoen gebruikers. De tweede dienst is WeChat Pay, een product van de socialemediagigant Tencent.

Een derde van de gebruikers van Alipay zou zich in het buitenland bevinden. In de zomer van 2018 verwerkte de dienst 2,6 keer meer buitenlandse transacties dan in dezelfde periode in 2017. Net als WeChat Pay volgde het aanvankelijk de groeiende groep Chinese toeristen die naar het buitenland gaan. Verkooppunten in meer dan veertig landen aanvaarden de dienst. Hun betaalsystemen zijn in China zo wijdverbreid dat zelfs bedelaars er gebruik van maken. Ze werken met QR-codes.

Er zijn twee redenen waarom deze diensten marktaandeel zullen veroveren. De eerste is de omvang van de Chinese markt en de aanhoudende groei van de Chinese economie. De tweede reden is dat ze gemakkelijk te gebruiken en goedkoop zijn. Je hebt er alleen een smartphone voor nodig.

Finland wijst de weg

Een voorbeeld uit Finland laat zien hoe die diensten ingeburgerd kunnen raken. Het Finse betaalbedrijf ePassi is ontstaan toen personeelsleden van een softwarebedrijf in 2007 belastingvrije voordelen in natura kregen. Uit zelfrespect weigerde het bedrijf met papieren waardebonnen te werken. Het ontwikkelde een virtueel alternatief.

Vervolgens ging het bedrijf een partnerschap aan met Alipay, omdat het zijn diensten wou aanbieden aan de 300.000 à 400.000 Chinese toeristen die elk jaar Finland bezoeken. Het realiseerde zich toen dat QR-codes ook voor zijn eigen producten zouden werken. De handelaars die ePassi benaderde, zagen algauw de voordelen van het systeem. In 2018 ging ePassi in zee met Nordea, de grootste Scandinavische bank, om op grotere schaal een mobiel betalingssysteem op basis van QR-codes aan te bieden.

Er zijn mensen die zich tegen de QR-revolutie verzetten. Op hen heeft China UnionPay het gemunt, een door de staat gecontroleerd bedrijf dat de Chinese betaalkaartenmarkt domineert. Al meer dan 41 miljoen handelaars en 2 miljoen automaten in 170 landen aanvaarden zijn kaarten. En het maakt zich op voor een buitenlands offensief.

De auteur is redacteur internationaal van The Economist