Vergeet de begrotingsnormen van Maastricht. Eenmaal de EMU van wal steekt, zullen de overheden rekenschap moeten afleggen van hun fiscale politiek. De burgers zullen waar vragen voor hun (belasting)geld. En dat zal de tekorten drukken.
...

Vergeet de begrotingsnormen van Maastricht. Eenmaal de EMU van wal steekt, zullen de overheden rekenschap moeten afleggen van hun fiscale politiek. De burgers zullen waar vragen voor hun (belasting)geld. En dat zal de tekorten drukken.De begrotingsnorm van Maastricht (het begrotingstekort mag niet hoger zijn dan 3 % van het bruto binnenlands product) begint meer en meer twijfel te veroorzaken in politieke en economische kringen. "Kan de Europese Monetaire Unie (EMU) nog wel tijdig van wal steken ?" zo vragen veel waarnemers zich af. Onlangs waarschuwde de Duitse minister van Financiën Theo Waigel ervoor dat de EMU maar beter de wachtkamer ingaat als de overheden de normen toch niet op een orthodoxe manier halen. Maar dat is een politieke uitspraak. Volgens het verdrag van Maastricht kan een deelname aan de EMU al zodra de begrotingstekorten significant en continu tenderen in de richting van de 3 %-norm.BUDGETBEPERKING.Eenmaal in de EMU zullen de deelnemende landen geen geld meer kunnen drukken. Alleen de Europese Centrale Bank zal nog eurobiljetten kunnen uitgeven. Het wegvallen van kapitaalmarkten in nationale munten zal ook de leningcapaciteit van de overheden terugschroeven. Tot nog toe kon bijvoorbeeld de Belgische overheid zijn papier in Belgische frank makkelijk kwijt aan ingezeten financiële instellingen en particulieren die precies in Belgische frank willen beleggen."De overheid wordt in een monetaire unie geconfronteerd met een hardere budgetbeperking," aldus professor Wim Moesen (KU Leuven). "Leningfinanciering verdwijnt gedeeltelijk uit het beleidsinstrumentarium. De overheid kan alleen nog uitgeven wat de burger met belastingen wil financieren. Die burger kan ook even bij de buren kijken om te zien wat daar met welk belastinggeld wordt gepresteerd. Dat zal de overheden aanzetten om efficiënter te werken en het overtollige te schrappen." Moesen onderzocht de relatie tussen harde budgetbeperkingen in een land en de omvang van de overheidssector. Deelstaten kunnen geen geld drukken en hebben door hun kleinere omvang sowieso een kleinere kredietlijn bij de kapitaalmarkten. Hoe hoger de graad van decentralisatie, hoe harder de budgetbeperkingen (zie grafiek : Spilzieke centrale overheden). Belangrijk daarbij is de fiscale autonomie van de deelgebieden. Die verplicht de deelgebieden de wensen van de burgers na te leven. België toont aan dat zonder fiscale autonomie het feestje niet doorgaat. De grafiek illustreert het verband. In de federale landen waar de lagere overheden een grotere belastingbevoegdheid hebben (gemiddeld 31 % ten opzichte van 14 % in unitaire staten) resulteert de belastingautonomie in een beheersing van de overheidsuitgaven. In federale landen is de omvang van de overheidssector gemiddeld 43 % van het bruto nationaal product ten opzichte van 49 % in de unitaire staten.MONETAIRE UNIE.Een monetaire unie schept een dergelijke, federale structuur. De deelnemende landen nemen de rol van de deelgebieden op. De deelnemende landen behouden in de EMU hun fiscale autonomie, maar worden geconfronteerd met een hardere budgetbeperking. Het grote verschil is wel dat deelgebieden de fiscale stabilisatiepolitiek aan de overkoepelende federale overheid overlaten. Van een dergelijke stabilisatiepolitiek op Europees niveau is echter nog geen sprake.Prof. Moesen : "Op het begrotingsfront komt de harde budgetbeperking overeen met een toepassing van goedehuisvaderregels op de begroting. De gouden financieringsregel bijvoorbeeld die zegt dat lopende uitgaven moeten worden betaald met belastingontvangsten. Overheden kunnen zich dan alleen nog leningfinanciering veroorloven voor doordachte investeringen. Het komt erop neer dat in plaats van zich te schikken naar punctuele normen, de overheid nu rekenschap moet afleggen voor wat ze met de geïnde belastingen aanvangt." KDA Hoe hoger de fiscale autonomie van de lagere overheden in een land, hoe lager het overheidsbeslag op de economie. Dat komt omdat lagere overheden hoofdzakelijk een beroep moeten doen op belastingen om hun uitgaven te financieren. Die overheden moeten rekenschap afleggen aan de betalende burger, waardoor ze efficiënter werken. In de EMU verliezen de deelnemende landen alternatieve financieringsbronnen, wat hen drukt in de rol van de lagere overheden. Daardoor kan een daling van de overheidssector worden verwacht.