Ik voel me nu klaar voor de echte start. Het voorbije jaar hebben we veel geïnvesteerd. Ik heb me moeten aanpassen aan een heel ander type organisatie. Tegelijkertijd is de context waarin we werken sterk geëvolueerd. Het inwerken heeft dus wel wat tijd gevraagd, maar we zijn op het punt gekomen dat we eigen klemtonen kunnen leggen." Marcel Smets kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn eerste jaar als Vlaams Bouwmeester. Een boeiend jaar, maar ook een jaar waarin hij van hot naar her heeft moeten lopen, zodat er weinig tijd overbleef voor reflectie.
...

Ik voel me nu klaar voor de echte start. Het voorbije jaar hebben we veel geïnvesteerd. Ik heb me moeten aanpassen aan een heel ander type organisatie. Tegelijkertijd is de context waarin we werken sterk geëvolueerd. Het inwerken heeft dus wel wat tijd gevraagd, maar we zijn op het punt gekomen dat we eigen klemtonen kunnen leggen." Marcel Smets kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn eerste jaar als Vlaams Bouwmeester. Een boeiend jaar, maar ook een jaar waarin hij van hot naar her heeft moeten lopen, zodat er weinig tijd overbleef voor reflectie. De Bouwmeester is zowat de verpersoonlijking van het Vlaamse architectuurbeleid. Hij stimuleert, adviseert, selecteert, informeert en begeleidt. Na zes jaar (een jaar langer dan gepland) vond de eerste Bouwmeester, Bob Van Reeth, het welletjes. Als mogelijke opvolgers circuleerden de namen van architect Jo Crepain en architectuurcriticus Koen Van Synghel. Maar het werd Marcel Smets, tot dan gewoon hoogleraar Stedenbouw aan de KU Leuven. Smets combineert een gedegen academische reputatie met twaalf jaar praktijkervaring aan het hoofd van het studiebureau Projectteam Stadsontwerp. Zijn bekendste realisatie is de heraanleg van de Leuvense stationsomgeving. Nog voor de zomer wil Smets zijn beleidsnota Voor een dienstbare architectuur voorstellen. Daarin licht hij zijn klemtonen en doelstellingen toe. Zo wil hij meer aandacht voor de kwaliteit bij infrastructuurwerken. En hij lanceert het concept van de modelprojecten. "Bob heeft het concept geïntroduceerd van de voorbeeldige bouwheer. Ik wil dat idee opentrekken: we moeten niet alleen de aandacht vestigen op de modelopdrachtgevers, maar ook op modelprojecten. Om aan te tonen dat wij ook hier zeer kwalitatieve projecten kunnen realiseren. Nu kijken we nog te vaak naar het buitenland en denken dan dat het weliswaar kan in Nederland of Zwitserland, maar niet bij ons." Ook monumentenzorg staat hoog op het prioriteitenlijstje: "De beste bescherming van een monument ligt in een gepaste herbestemming. We stellen nu een lijst op van monumenten die daarvoor in aanmerking komen. Na een grondige haalbaarheidsstudie willen we met concrete voorstellen naar potentiële privépartners stappen."Smets pleit ook voor een nieuwe visie op socialewoningbouw: "Vandaag is dat nog te veel een aparte sector. Dat werkt stigmatiserend voor de bewoners. We moeten naar een systeem evolueren van gesubsidieerde woningbouw. Zo krijg je sociale woningen die niet als dusdanig herkenbaar zijn." Tot slot wil de Bouwmeester ook meer aandacht voor het landschap. "In een verstedelijkt gebied zoals Vlaanderen maakt het landschap het verschil. Daar moeten we omzichtiger mee omspringen."Op de vraag of hij als Bouwmeester het verschil kan maken, hoopt hij bij de keuze van het ontwerp voor de nieuwe brug van Temse een positief antwoord te krijgen. Het team van Smets heeft dat dossier grondig bijgestuurd. Een stedenbouwkundig en een constructief studiebureau kregen de opdracht om in de opgave voor de mededinging veel preciezere kwalitatieve richtlijnen op te nemen. "Er zitten bij de kandidaten goede ontwerpers," weet Smets. "Het zou dus een grote ontgoocheling zijn, mocht er toch voor een slecht project gekozen worden."L.V.