John Kenneth Galbraith zorgde tijdens zijn actieve loopbaan voor diverse bestsellers. Echt baanbrekend analytisch werk zat er echter niet tussen. Voor een omstandige biografie van Galbraith verwijzen we graag naar het vorig jaar verschenen boek His Life, His Politics, and his Economics van Richard Parker (zie Trends, 1 september 2005, blz. 69).
...

John Kenneth Galbraith zorgde tijdens zijn actieve loopbaan voor diverse bestsellers. Echt baanbrekend analytisch werk zat er echter niet tussen. Voor een omstandige biografie van Galbraith verwijzen we graag naar het vorig jaar verschenen boek His Life, His Politics, and his Economics van Richard Parker (zie Trends, 1 september 2005, blz. 69). Geboren in de Canadese provincie Ontario op 15 oktober 1908 zakte John Kenneth Galbraith al gauw af naar de Verenigde Staten. Nadat hij in 1936 zijn doctoraat economie behaalde aan de University of California (Berkeley), kwam Galbraith op Harvard University terecht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam hij aan het hoofd te staan van het Office of Price Administration. Aan die ervaring hield de econoom een sterk geloof over in prijscontroles die waren opgelegd door de overheid. Een tegenwicht voor de macht van grote ondernemingen. De argwaan tegenover alles wat met big business te maken heeft, vormt dan ook de rode draad door leven en werk van John Kenneth Galbraith. Vertekend beeld. Tegen 1949 nam Galbraith zijn professoraat op Harvard opnieuw op. In 1952 publiceerde hij American Capitalism: The Concept of Countervailing Power, waarin hij poneerde dat elke vorm van machtsconcentratie tegenkrachten in het leven roept (bijvoorbeeld invloedrijke consumentenorganisaties). Na het minder succesvolle boek The Great Crash 1929 (1954) werd deze adviseur van de presidenten Roosevelt, Kennedy en Johnson een echte mediaster met The Affluent Society (1962). Hierin tekende hij de consument als een bijna willoos slachtoffer van reclame en marketing. In de moderne welvaartsstaat, zo schreef Galbraith, beschikt de overheid bovendien over onvoldoende middelen om vitale diensten zoals infrastructuur, onderwijs, ordehandhaving en cultuur op een adequate manier aan te bieden aan haar burgers. De macht van de grote ondernemingen stond ook centraal in The New Industrial State (1967). Niet de marktkrachten en ook niet de aandeelhouders, maar wel de "technostructuur" van topmanagers beheersen het economische gebeuren, zo stelde Galbraith. Hoewel het boek opnieuw behoorlijk scoorde bij het brede publiek, kreeg het links-liberale boegbeeld bakken kritiek van zijn collega's-economen over zich heen. Zijn tegenstanders vonden dat de auteur een erg vertekend beeld gaf van de economie en de bedrijfswereld. Dat Galbraith nauwelijks cijfermatige bewijzen voor zijn theorieën gaf, maakte het zijn critici extra makkelijk. Vernietigende kritiek. De verwijten namen nog toe naar aanleiding van de televisiereeks die Galbraith in de jaren zeventig van de vorige eeuw maakte voor de BBC. In The Age of Uncertainty poogde de Amerikaanse econoom een wandeltocht doorheen de economische geschiedenis neer te zetten. Daarbij doken, om het eufemistisch uit te drukken, nogal vreemde inzichten op over het werk van Adam Smith, de kenmerken van het communisme en de bijdragen van John Maynard Keynes. Naar aanleiding van de televisiereeks schreef George Stigler, winnaar van de Nobelprijs Economie in 1982, een vernietigende kritiek op Galbraith in de National Review. "Galbraith," aldus Stigler, "is een prima entertainer, maar een econoom die kwalificatie onwaardig." Stiglers mokerslagen zijn wellicht overdreven, maar het staat buiten kijf dat Galbraith als analytisch econoom tijdens zijn lange loopbaan niet echt potten brak. Een top vijf van economen uit de tweede helft van de twintigste eeuw kan worden bevolkt met Paul Samuelson, Jan Tinbergen, Milton Friedman, Gary Becker en Amartya Sen. Eventueel kunnen in een economenhitparade ook nog de namen van Kenneth Arrow, Robert Mundell, Maurice Allais, Arthur Lewis, James Tobin, George Stigler, James Meade, Edmond Malinvaud, Herbert Simon, Jacques Drèze, Alfred Chandler, Franco Modigliani of Ronald Coase. Over de doden niets dan goeds, maar de naam John Kenneth Galbraith hoort niet thuis in die lijstjes. De auteur is directeur van de denktank VKW Metena.Johan Van Overtveldt