Henk Van Aelst is één van de vijf architecten die grotendeels of nagenoeg uitsluitend met strobalen werken. "Het concept is natuurlijk al heel oud, maar in ons land wordt het pas de laatste acht tot tien jaar echt toegepast. De interesse neemt duidelijk toe. Alle strobaalarchitecten samen bouwen zo'n dertig woningen per jaar."
...

Henk Van Aelst is één van de vijf architecten die grotendeels of nagenoeg uitsluitend met strobalen werken. "Het concept is natuurlijk al heel oud, maar in ons land wordt het pas de laatste acht tot tien jaar echt toegepast. De interesse neemt duidelijk toe. Alle strobaalarchitecten samen bouwen zo'n dertig woningen per jaar." Stro heeft te kampen met vooroordelen. "Stro is brandbaar, maar strobalen zijn dat een stuk minder", legt Van Aelst uit. "Vergelijk het met een telefoonboek, dat zijn veel papieren bladen op elkaar, maar er zit geen lucht tussen. Probeer zo'n boek maar eens in brand te steken. Ook een strobaal is vrij massief, zodat alleen de buitenkant kan branden. Om het helemaal brandveilig te maken, wordt alles mooi afgewerkt met leem. Diezelfde leem of een sterke beplating houdt ook insecten en knaagdieren tegen. Belangrijk is dat in strobalen enkel de stengels zitten, terwijl de verwijderde strohalmen voedzaam zijn voor dieren. Er valt in strowoningen voor hen dus geen eten te rapen. Ze kunnen er uiteraard hun nest bouwen, maar dat kan in eender welk huis." De sterkte is een dubbel verhaal. "Het klopt dat steen een stuk sterker is, maar de vraag is hoe sterk onze woningen moeten zijn. In oorlogstijd had men nood aan versterkte burchten, nu niet meer. Meestal wordt er gewerkt met een houtskelet en dat is sterk genoeg. Bij zelfdragende structuren met dikke strobalen onderaan en steeds smallere erbovenop, is het van belang alles goed te berekenen en strenge regels te volgen. Zo moet de woning beperkt worden tot een of twee verdiepingen. In rampgebieden die dikwijls geteisterd worden door aardbevingen, kan men de strobalen extra inpakken met een soort visnet om alles bij elkaar te houden en de beweging op te vangen. Maar ik geef toe dat de meeste strowoningen bij ons niet beter bestand zijn tegen een aardbeving dan traditionele woningen." Ons land telt zo'n 150 strowoningen. Het wordt er niet alleen gebruikt als isolatiemateriaal, maar kan ook dienst doen als wand, dak en vloer. 'Steeds meer mensen zien de voordelen. In eerste instantie zijn strostengels een ecologisch afvalmateriaal dat in overvloed in de natuur aanwezig is. Doordat het een soort cellulosemateriaal is, isoleert het bijzonder goed. Daarnaast is het biologisch afbreekbaar en vrij licht, zodat er geen zware funderingen nodig zijn. Tot slot is het een betaalbaar alternatief. Een strobaal van 1,10 meter breed, 35 cm hoog en 45 cm dik, kost slechts 2 euro. Als je dat omrekent naar de wanden en het dak van een woning, dan kost met stro isoleren zo'n 2000 euro. Voor dat bedrag heb je normaal gezien enkel het dak beperkt ge-isoleerd." Van Aelst bouwde ook voor zichzelf een strobaalwoning. "In 2007 won ik daarmee de energieaward voor best geïsoleerde woning. Er heerst ook echt een vakantiesfeer. De aardetinten van het leem vertonen prachtige schakeringen door de reflectie van het zonlicht. Bovendien is het een droge woning, waardoor we nooit last hebben van aangedampte spiegels en ook geen dampkap nodig hebben. Ik raad het iedereen aan die bereid is zelf de handen uit de mouwen te steken. De balen zijn licht en eenvoudig op elkaar te stapelen, dus eigenlijk wordt het een leuke familiebezigheid." Door Annick Claus