"De nota behoudt de principes van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, die de vorige regering goedkeurde", zegt Gregory Verhelst, een in ruimtelijke ordening gespecialiseerde advocaat bij CMS DeBacker. In de nota staat letterlijk: "De Vlaamse regering werkt de nodige decreten en beleidskaders uit, zodat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen juridisch van kracht wordt."
...

"De nota behoudt de principes van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, die de vorige regering goedkeurde", zegt Gregory Verhelst, een in ruimtelijke ordening gespecialiseerde advocaat bij CMS DeBacker. In de nota staat letterlijk: "De Vlaamse regering werkt de nodige decreten en beleidskaders uit, zodat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen juridisch van kracht wordt." "Eigenlijk verandert er niet veel", bevestigt Marc Dillen van de Vlaamse Confederatie Bouw. "De verdichting van de bouwprocessen wordt al sinds 1997 opgelegd. Het percentage appartementen neemt almaar toe. Deze nota zet het beleid van de vorige regering gewoon voort." Het beleidsplan van de vorige regering, goedgekeurd in juli 2018, hield in dat het 'bijkomend gemiddeld dagelijks ruimtebeslag' (dus de bebouwing van terreinen) tegen 2040 moest zakken van 6 naar 0 hectare. "Dat betekende niet dat er geen nieuwe groene ruimte meer kon worden aangesneden voor de creatie van woongelegenheden of bedrijventerreinen", verklaart Verhelst. "Er kan dus nog worden gebouwd. De term 'bouwshift' is dan ook correcter: voor elke hectare die bijkomend in beslag werd genomen, moet een hectare worden teruggeven aan de open ruimte. Oude bedrijventerreinen moeten bijvoorbeeld weer natuurgebied worden. De Vlaamse regering heeft evenwel vlak voor de verkiezingen beslist de uitvoering van het beleidsplan over de verkiezingen te tillen, omdat volgens de Raad van State een plan-milieueffectenrapport nodig is voor een ontwerpdecreet over de zonevreemde kwetsbare bossen. Dat kwam politiek goed uit." De al goedgekeurde principes moeten volgens de startnota in nieuwe regelgeving worden gegoten. Verhelst: "Nieuw is de nadruk die de nota legt op de noodzaak van een maatschappelijk draagvlak. Op dat gebied heeft de communicatie van de Vlaamse Bouwmeester over de betonstop meer kwaad dan goed gedaan. De bevolking kreeg een totaal verkeerd beeld van de beleidskeuzes. Nu probeert men de perceptie te keren. Hopelijk lukt dat." De nota stelt ook een staten-generaal in het vooruitzicht, omdat niet alleen burgers en bedrijven, maar ook lokale besturen onmisbaar zijn in de transitie. "Dat is een goede zaak", vindt Dillen. "Lokale besturen zijn van groot belang voor de ruimtelijke ordening. Brussel denkt te veel dat het de ruimtelijke ordening centraal kan regelen, terwijl de lokale besturen veel beter weten hoe de zaken kunnen worden aangepakt op de maat van de gemeentes. De nota stelt terecht dat er een einde moet komen aan de regelneverij." Verhelst ziet het wat anders. "Innovatieve woonprojecten worden al te dikwijls afgeblokt door het conservatisme van lokale besturen en stedenbouwkundige ambtenaren, die altijd teruggrijpen naar de klassieke concepten, zoals klassieke verkavelingen", getuigt hij. "Op een modern woonerf kan bijvoorbeeld per saldo meer groene ruimte worden ingericht. Een staten-generaal zou de positieve kanten van de bouwshift beter in de verf kunnen zetten en lokale besturen mee op de kar krijgen."