Twee jaar geleden droeg Jacques Putzeys, CEO van Easdaq, de pan-Europese beurs voor groeibedrijven, een bedrijfsdas met de spreekwoordelijke afbeelding van de kip en het ei erop. "Nu niet meer," glimlacht de Limburgse ex-bankier. "De positie van Easdaq in Europa is veel comfortabeler geworden."
...

Twee jaar geleden droeg Jacques Putzeys, CEO van Easdaq, de pan-Europese beurs voor groeibedrijven, een bedrijfsdas met de spreekwoordelijke afbeelding van de kip en het ei erop. "Nu niet meer," glimlacht de Limburgse ex-bankier. "De positie van Easdaq in Europa is veel comfortabeler geworden." In november '96 ging de groeibeurs van start als een exacte kopie van de Amerikaanse Nasdaq. Vandaag - anno 1998 - zijn er welgeteld 38 bedrijven op de Easdaq genoteerd, afkomstig uit twaalf verschillende landen en goed voor een totale marktkapitalisatie van 18,75 miljard dollar (of bijna 670 miljard frank). Jacques Putzeys toonde zich eind vorige maand erg opgetogen over die bedrijvenoogst. Maar er was ook scepsis. De gezaghebbende krant The Wall Street Journal gaf Easdaq in een frontpaginastuk een flinke veeg uit de pan. Het aanvankelijke streefcijfer om tegen eind '97 een vijftigtal bedrijven te noteren was niet gehaald, zo merkte de krant op. De beurs verloor bovendien marktaandeel tegenover lokalere initiatieven zoals de Franse Nouveau Marché (68 noteringen) en de Duitse Neuer Markt (43). De beurskrant besloot: "Easdaq zou wel eens de geschiedenis kunnen ingaan als de Betamax van de beurswereld." Namelijk als een schitterend idee dat werd gekortwiekt door een simpeler systeem - zoals Betamax destijds uit de markt werd gedrumd door de concurrerende videostandaard VHS. TRENDS. Klopt dit? Verliezen jullie terrein tegenover kleinere initiatieven zoals de Nouveau Marché of Neuer Markt? JACQUES PUTZEYS (EASDAQ). Eerst en vooral, we verliezen geen marktaandeel. Iedereen is marktaandeel aan het opbouwen. De markt is zich nog volop aan het vormen. De kern van de zaak gaat over iets compleet anders. Wij leggen de lat doelbewust erg hoog voor een IPO ( initial public offering). We zijn ervan overtuigd dat een firma met een marktkapitalisatie van minder dan 30 miljoen dollar ( nvdr - zo'n 1 miljard frank) vroeg of laat problemen zal ondervinden in liquiditeit en marktvolume op de Easdaq. Wij eisen ook dat firma's die op de Easdaq staan genoteerd, zich houden aan de nodige transparantie en een uniforme manier van informatieverschaffing nastreven, zodat een analist in Londen, Skandinavië of waar ook ter wereld het bedrijfsrapport kan lezen en vergelijken met andere. Toch is het opvallend dat veel firma's met een internationaal groeiprofiel rigoureus blijven vasthouden aan hun nationale achterban.Ja, absoluut. En het is duidelijk dat de meeste bedrijven die vandaag op Euro.NM - correctie, niet Euro.NM, want dit beursplatform bestaat nog niet: op de Neuer Markt of Nouveau Marché (glimlacht) - staan genoteerd, een nationale tendens hebben. Ik vind dit soms onbegrijpelijk. In de ontwikkeling van hun marktprofiel zijn die bedrijven heel internationaal denkend en exporteren ze. Maar in hun zoektocht naar kapitaal willen ze lokaal blijven. Zo krijg je niet die ruime waaier van investeerders die voor een bedrijf in de volgende eeuw nodig zal zijn om op wereldschaal actief te zijn. Zelfs op Easdaq lonken bedrijven zoals het Franse PixTech (beeldschermen) of Chemunex (microbiologie) hoopvol naar de Nouveau Marché. En weet u waarom? In Frankrijk wordt er aan institutionele investeerders een belastingvoordeel geboden. Zij mogen een deel van hun reserves in aandelen beleggen, op voorwaarde dat ze op een Franse markt opereren. Dus net op een moment dat de Europese lidstaten op zoek gaan naar mogelijkheden voor een verdere Europese integratie, vaardigen sommige onder hen wetten uit om hun lokale kapitaalmarkt te beschermen. Dit is ontoelaatbaar. Wij hebben klacht ingediend bij de Europese Commissie tegen dit soort praktijken in Frankrijk en Italië. Dit zal niet zonder gevolgen blijven.Tegen eind dit jaar willen de beurzen van Parijs, Frankfurt, Amsterdam en Brussel hun verhandelingsplatform - met de naam Euro.NM - integreren tot één geheel. Een bedreiging voor Easdaq?Zij zeggen nu al twee jaar dat zij hun systemen onderling zullen verbinden. Wij doen het al twee jaar. Deze eerbiedwaardige nationale beursinstituten, die tientallen jaren ervaring achter de rug hebben en over ruime werkingsbudgetten beschikken, praten altijd maar met de pers over hun wildste dromen, maar zij slagen er niet in om die ambitie waar te maken. Wij hebben ons van het begin af aan geprofileerd als een Europese beurs. We hadden evengoed kunnen opteren voor een lokaler model. In de beginperiode waren er ook gesprekken met de Nouveau Marché en Neuer Markt, maar de ene wilde van Easdaq een Frans initiatief maken en de andere wilde ons een Duits etiket opkleven. Die situatie hebben wij vermeden. Ik heb geen zin om jarenlang te vergaderen over hoe het tradingsysteem van Parijs kan communiceren met dat van Brussel. En ik wil evenmin achter de coulissen bedisselen welke nu de officiële taal zal zijn. Heeft Easdaq zelf ook geen typische lokale achterban? Namelijk België. In dit land werd de groeibeurs opgestart en instellingen zoals KBC Securities, Puilaetco en BBL zijn de sterkste (van de intussen 38) marktmakers. Dit heeft niets te maken met België zelf, wel met de kwaliteit van deze investeringsbankiers. De lokale situatie - namelijk dat we in Brussel zijn gestart - is van mineur belang. De financiële instellingen die u daar noemt, waren de pioniers in de creatie van het concept Easdaq. Zij zaten mee aan tafel en in de werkgroepen toen werd beslist waar we naartoe moesten. Zij hebben erg veel energie gestoken in de uitbouw van de Easdaq-markt en hebben hun businessplan letterlijk op onze leest geschoeid. We moeten ophouden met altijd maar in nationale hokjes te denken. Wat zij deden, had te maken met visie. Hoe ver zijn de plannen gevorderd om met Easdaq zélf naar de beurs te gaan?Die blijven concreet. Maar een IPO kondig je natuurlijk nooit eerst aan een journalist aan (bulderlach). We zijn een beurs met een entrepreneurial manier van werken en we vinden dat wat we aanbieden aan onze klanten ook op ons van toepassing is. Al is een beursintroductie wellicht nog niet voor dit najaar. PIET DEPUYDT