Kunst

Niet toevallig openen we onze cadeausuggesties met Het verschrikkelijke mooie leven (Ludion, 44,50 euro), een stil stemmend overzicht van de schilderijen van de nu 82-jarige RogerRaveel uit de periode 1934-1967. We volgen de ontwikkeling van het oeuvre niet alleen beeld per beeld, maar ook via de verhelderende essays van Hans Sizoo (over leven, werk en visie) en Bernard Dewulf (over de betekenis). De titel van het boek is ook de titel van een drieluik met kanaries uit 1965. Volgens dichter-criticus Roland Jooris vat dat werk Raveels oeuvre perfect samen: "Verschrikkelijk en mooi, maar ook verschrikkelijk mooi, en mooi in zijn verschrikkelijkheid. Zo ervaart hij het leven om zich heen. Het is een meedogenloze, soms vetederde, maar meestal afstandelijk betrokken kijk op het bestaan en het bestaande, wars van elke vervalsende idealisering." Extra tip: een kaartje voor de gelijknamige tentoonstelling in het Machelse Raveelmuseum, die nog tot 1 februari 2004 loopt, waarvoor deze uitgave als catalogue raisonné fungeert.
...

Niet toevallig openen we onze cadeausuggesties met Het verschrikkelijke mooie leven (Ludion, 44,50 euro), een stil stemmend overzicht van de schilderijen van de nu 82-jarige RogerRaveel uit de periode 1934-1967. We volgen de ontwikkeling van het oeuvre niet alleen beeld per beeld, maar ook via de verhelderende essays van Hans Sizoo (over leven, werk en visie) en Bernard Dewulf (over de betekenis). De titel van het boek is ook de titel van een drieluik met kanaries uit 1965. Volgens dichter-criticus Roland Jooris vat dat werk Raveels oeuvre perfect samen: "Verschrikkelijk en mooi, maar ook verschrikkelijk mooi, en mooi in zijn verschrikkelijkheid. Zo ervaart hij het leven om zich heen. Het is een meedogenloze, soms vetederde, maar meestal afstandelijk betrokken kijk op het bestaan en het bestaande, wars van elke vervalsende idealisering." Extra tip: een kaartje voor de gelijknamige tentoonstelling in het Machelse Raveelmuseum, die nog tot 1 februari 2004 loopt, waarvoor deze uitgave als catalogue raisonné fungeert. Over nog een imponerende Vlaamse schilder schreef Ronald Feltkamp een al even indrukwekkende monografie: Théo Van Rysselberghe (Lannoo, 59,95 euro). De in 1862 in Gent geboren avant-gardist overtuigt vooral met pointillistisch werk. Zijn impressionistische stijl vond hij in Parijs. Hij stierf eind 1926 in de Provence. In Portretten van David Hockney (Ludion, 45 euro) geven tentoonstellingsbouwers Kay Hemer en Marco Livingstone commentaar bij hun selectie. Via zijn flegmatieke benadering, verrassende perspectieven en vervormingen bezorgde Hockney het portret een prominente plaats in de hedendaagse kunst. Decennium - Kunst in België na Documenta IX (Ludion, 29,50 euro) biedt een blik op het werk van jonge beeldende kunstenaars in de jaren negentig. Uit de vijf essays onthouden we de invloed van het alledaagse en de impact van de massamedia. Wie Jan Hoet en diens favorieten mist in die selectie, kan zichzelf troosten met de beknopte biografie Jan Hoet - Tussen mythe en werkelijkheid (Meulenhoff/Manteau, 17,95 euro), die journalist René De Bok schreef aan de hand van interviews met de Gentse kunstpaus. Voor leken én liefhebbers van de aloude iconenkunst schreven Konrad Onasch en Annemarie Schnieper het verrukkelijk vormgegeven standaardwerk Iconen - Fascinatie & werkelijkheid (Lannoo/KOK, 40 euro). Een first lady die geconfronteerd wordt met de slippertjes van haar man-de-president en zelf uitgroeit tot een krachtige politica - we hebben het niet over Hillary Rodham-Clinton, maar over Eleanor Roosevelt (1884-1962). Haar kleinzoon David Roosevelt schreef een biografie, Grandmère (Elmar, 25 euro). In Mevrouw de minister (Anthos/Standaard, 22,90 euro) weidt Madeleine Albright, de eerste vrouw die minister van Buitenlandse Zaken van de VS werd (in de periode- Clinton), uit over haar carrière, politieke hete hangijzers en haar afkomst. Albright werd geboren in Praag, vluchtte met haar ouders voor de nazi's en belandde als asielzoekster in de VS. In Mijn leven (Atlas, 24,50 euro) vertelt avonturier Heinrich Harrer (1912) niet alleen honderduit over zijn zeven jaar als enige westerling in Tibet en zijn triomf als eerste mens op de top van de Eiger, maar even meeslepend over zijn andere expedities. Dik van der Meulens majestueuze Multatuli-biografie (Sun, 29,50 euro) kreeg dit jaar de prestigieuze AKO-Literatuurprijs, een terechte bekroning voor de eerste volledige kroniek over leven en werk van Eduard Douwes Dekker, in het literaire (en politieke) geheugen gegrift als auteur van Max Havelaar. In Newton - Alchemist, filosoof en natuurwetenschapper (Veen, 30,50 euro) spit NiccoloGuicciardini ook minder bekende besognes bloot van de man achter de bewegingswetten en zwaartekrachtstheorie. Al sinds 1979 maakt Yann Layma reportages in China. De foto's in het monumentale China (Lannoo, 60 euro) onthullen de diversiteit, cultuur én steeds snellere evolutie van het immense land. Onlangs sneerde cultuurkeizer George Steiner in Het Financieele Dagblad: "Europa is nu niet meer dan een voetnoot van Amerika, net zoals Europa verderop in deze eeuw niet meer dan een voetnoot zal zijn van China." Wie de ontwikkeling van China liever wegplukt uit een grandioze roman, heeft aan Grote borsten, weidse heupen (Bert Bakker, 29,90 euro) een heerlijke kluif. Mo Yan volgt het leven van het achtste kind van de laatste Chinese vrouw met ingebonden voeten. De jongen bezit niet het vermogen tot veinzen, liegen en bedriegen, die in zowel het maoïstische als het hedendaagse China noodzakelijk zijn om te overleven. Ondertussen passeren de passies en gruwelen van de Chinese twintigste eeuw de revue. In Go West (Tirion, 15,98 euro) schildert Marco Baars (1961) een verrassend volwassen portret van de VS, dat totstandkomt via zijn vele ontmoetingen tijdens zijn homerische tocht van New York naar Los Angeles. Baars treedt in de voetsporen van de pioniers, reist door wereldsteden, maar even goed door de Midwest en natuurparken. Fotograaf Martino Fagiuoli vertelt zijn reisverhaal door het land van Fidel Castro in een kolossaal beeldrelaas: Cuba - La Isla Grande (Veltman, 29,95 euro). Een plejade journalisten en academici geven commentaar. In het smaakvol sober en solide uitgegeven Paradijs der steden - Venetië in de 19de eeuw (Bezige Bij, 27,50 euro) focust John Julius Norwich op beroemdheden en excentriekelingen in de Dogenstad. Zo ontmoeten we ook Napoleon, Wagner en schilder Whistler. Dertien maanden reisde Rudi Rotthier ( De Morgen) door islamitische oorden, van Marokko tot Iran en Nigeria. De koranroute (Atlas, 24,90 euro) is niet de zoveelste politieke bespiegeling, maar toont de mensen. Dat levert een lijvig fresco op, geprangd tussen hoop (de drang naar vernieuwing en emancipatie is vaker aanwezig dan verwacht) en vrees (de confrontatie met de vernieuwing levert ook een ideologische whiplash op, die - samen met isolatie, uitzichtloosheid en gekwetste trots - het fundamentalisme voedt). Ryszard Kapuscinski, 71 ondertussen, blikt in Lapidarium - Observaties van een wereldreiziger (Privé-domein, 22,95 euro) terug op de beschouwingen die hij optekende tijdens zijn werk als (oorlogs)correspondent. Soms scherpzinnig, soms badinerend, dan weer mijmerend over culturen, conflicten en zelfs over winkelen in Keulen. Fotograaf Wouter Rawoens (ook actief voor Trends) maakte samen met journalist Peter Jacobs ( De Standaard) een eigengereide selectie van toeristische en historische oorden in ons land. Be.st of Belgium (Lannoo, 19,95 euro) belicht onder meer de garnaalvissers van Oostduinkerke, het begijnhof van Diest en de dinosaurussen van Bernissart. In Het Hotel Errera (Davidsfonds, 62,50 euro) beschrijft Edgard Goedleven de ambtswoning van de Vlaamse regering. Het Brusselse herenhuis fungeerde als paleis van de hertogen van Brabant, residentie van keizer Karel en tal van andere prominenten. Goedleven reconstrueert de geschiedenis, plaatst het gebouw in zijn politieke context en duidt de architectuur. We beleven er zelfs de oprichting van de Bank Brussel Lambert. Marc Reynebeau ( Knack) bespeelt alle toonaarden van het historische register in Een geschiedenis van België (Lannoo, 29,95 euro). Hij weeft zowel een stevige rode raad (de concentratie van de macht mag nooit onderschat worden, ook vandaag niet), als een vlechtwerk met talloze anekdoten en details (soms gewoon pikant of ironisch, vaak revelerend). Na de Vlaamse begijnhoven - Werelderfgoed, pakt Michiel Heirman uit met een nieuw meesterwerk, Vlaamse belforten - Werelderfgoed (Davidsfonds, 62,50 euro). De belforten zijn de trotse getuigen van de groeiende macht van de steden, die zich tijdens de Middeleeuwen ontworstelden aan het gezag van de feodale heren. Zeg nooit zomaar bloemschikken tegen de florale kunst van Daniël Ost (zie blz. 122). Remaining Flowers (Lannoo, 49,50 euro) blijkt een gepaste ode aan de internationaal gerenommeerde bloemenkunstenaar uit Sint-Niklaas, die onlangs ook een winkel opende in een art-nouveaupand in de Brusselse Koningsstraat. Op het kruispunt van architectuur, kunst en natuur floreert Scheppers van Arcadië (Lannoo, 85 euro). De National Portrait Gallery in Londen gaf Tessa Traeger en Patrick Kinmonth de opdracht een serie portretten te maken "van mensen die op hoog niveau bijgedragen hebben aan de wereld van tuinen en planten." Uit dat project vloeide een tentoonstelling en een in alle opzichten buitenmaats boek voort. In wat bescheidener mate (en met adressen van tuinarchitecten en decorateurs nogal opzichtig aanwezig) geeft Tijdloze tuinen (Beta-Plus, 54,50 euro) van Wim en Jo Pauwels een actueel overzicht van Belgische tuinen. Nog maar pas was de Canadese natuurgids Charlie Russell getrouwd met fotografe Maureen Enns (zijn vierde huwelijk), of hij troonde haar mee naar het barre schiereiland Kamtsjatka in het noordoosten van Rusland. Het werd het begin van een jarenlange romance - met bruine beren. In Grizzly (De Geus, 29,90 euro) vertelt het paar hoe de beren aan hun aanwezigheid gewend raken en hoe ze drie verweesde pups trainen om te kunnen overleven. Tegelijk met de gelijknamige BBC-documentaire op Canvas, verscheen Over zoogdieren (Fontaine, 29,90 euro). Levende legende David Attenborough zoekt uit waarom zoogdieren de dominante levensvormen op aarde werden. Briljante uitleg, verrukkelijke foto's. Twintig jaar na zijn eerste vertaling, maakte Frans Denissen een nieuwe versie van de Decamerone (Athenaeum/P&VG, 60 euro). Giovanni Boccaccio schreef de raamvertelling met 100 verhalen rond 1350. Zeven jonge vrouwen en drie jongemannen trachten aan de pest in Florence te ontsnappen door zich af te zonderen in een kasteel. Ze vullen de dagen vooral met het (virtuoos) vertellen van vermakelijke verhalen. Het boek verschijnt in een oogstrelende gebonden editie met 100 miniaturen in kleur. In dezelfde onvolprezen Gouden Reeks verscheen Het paradijs verloren (Athenaeum/P&VG, 45 euro) in een vertaling van Peter Verstegen, met de prenten van Gustave Doré. De Engelse protestant John Milton (1606-1674) dicht over de oorlog tussen God en Satan, over de zondeval van de mens, maar zijn verwerking is heel wat aardser, gelaagder en politieker dan die samenvatting laat vermoeden. Uit de negentiende eeuw kiezen we Theo Kars' vertaling van De Kartuizer van Parma (Athenaeum/P&VG, 36,90 euro). In zijn romantische turf ten tijde van de napoleontische verwarring brengt Stendhal avontuur, liefde, Bildung en politieke satire samen. De ironische verteltoon, het machiavellisme en het amoralisme houden de roman verteerbaar anno 2004. Dé roman du jour komt nog wel van de vroeger zo taaie en louter cerebrale Amerikaan Richard Powers. In de kolos Het zingen van de tijd (Contact, 39,90 euro) filosofeert hij nog altijd over de tijd, muziek en de multiculturele maatschappij, maar hij gunt de lezer nu ook een meeslepend familieverhaal. Centraal staan de kinderen van een gemengd zwart-joods huwelijk, van wie er twee een muzikale carrière najagen en eentje zich aansluit bij zwarte, gewelddadige activisten. Ook de Turk Orhan Pamuk doordesemt zijn jongste roman met een wezenlijk politiek probleem: in Sneeuw (AP, 24,95 euro) wordt een dichter in Turkije geconfronteerd met de opmars van het moslimfundamentalisme. In een bizarre sfeer (sprookjestoetsen in een bittere realiteit) toont hij aan dat het fundamentalisme vooral voortspruit uit armoede. Voor Jef Geeraerts (1930) zich ontpopte tot succesvol Vlaams thrillerauteur, schopte hij schandaal met vier autobiografisch getoonzette romans, de Gangreen-cyclus. Het eerste deel, Black Venus, over de obsessieve liefde van een blanke koloniaal in Congo voor een zwarte vrouw, werd in 1968 in beslag genomen. In 1969 ontving hij voor hetzelfde boek de driejaarlijkse staatsprijs voor proza. De beruchte tetralogie is nu gebundeld (Meulenhoff/Manteau, 49,95 euro). Luc De Decker