Pieter Zelfstandig is een montere jonge man van 28 jaar. Hij heeft enkele jaren geleden de BVBA Software opgezet. Pieter schrijft computerprogramma's en adviseert zijn klanten bij hardware- en softwareproblemen. De BVBA Software doet goede zaken. Pieter heeft met zijn vennootschap 300.000 euro geïnvesteerd in kantoor, apparatuur en werkingsmiddelen. Hij ontvangt uit zijn vennootschap een jaarloon van 30.000 euro. Zijn vrouw Rita Zelfstandig is huismoeder en zorgt voor de twee kinderen, Boris en Wanda, respectievelijk vijf en acht jaar.
...

Pieter Zelfstandig is een montere jonge man van 28 jaar. Hij heeft enkele jaren geleden de BVBA Software opgezet. Pieter schrijft computerprogramma's en adviseert zijn klanten bij hardware- en softwareproblemen. De BVBA Software doet goede zaken. Pieter heeft met zijn vennootschap 300.000 euro geïnvesteerd in kantoor, apparatuur en werkingsmiddelen. Hij ontvangt uit zijn vennootschap een jaarloon van 30.000 euro. Zijn vrouw Rita Zelfstandig is huismoeder en zorgt voor de twee kinderen, Boris en Wanda, respectievelijk vijf en acht jaar. Boris en Wanda spelen graag met Casper en Hobbes, de even oude kinderen van buurman Jan. Jan is werknemer bij een Amerikaanse multinational. En hij zal in onze tragedie vaak de tanden doen knarsen bij Pieter en Rita. Elke dag bekijkt Rita de inkomende post. Over rekeningen is ze nooit enthousiast, maar vooral met de rekening van het sociaal verzekeringsfonds die ze voor Pieter een keer per kwartaal uit de bus licht, kan ze niet lachen. Pieter betaalt elk kwartaal 1615 euro aan sociale bijdragen, namelijk 19,65 % verhoogd met de administratiekosten (we gaan er even van uit dat Pieters loon constant is, want de sociale bijdragen worden berekend op het loon van drie jaar eerder). Buurman Jan betaalt slechts 13,07 % aan sociale bijdragen. Zijn werkgever mag ondanks lastenverlagingen nog steeds 26 % ophoesten, maar Jan heeft daar geen zicht op. Bovendien worden zijn belastingen elke maand van zijn loon afgehouden via de bedrijfsvoorheffing. Pieter en Rita moeten die zelf betalen, een groot psychologisch verschil. Ze hebben wel het voordeel dat ze meer mogelijkheden hebben om kosten te noteren als fiscale aftrekposten. Pieter kan ook zelf bepalen hoeveel loon hij ontvangt uit zijn BVBA en kan dus aan fiscale planning doen. Elke tragedie heeft haar lichtpunt. De BVBA Software moet ook bijdragen tot Pieters sociale zekerheid. Elke vennootschap betaalt momenteel de zogenaamde vennootschapsbijdrage: 335 euro. Om de verbetering van het sociaal statuut van de zelfstandigen, waartoe de superministerraad in Gembloers besliste, te financieren, zal dat bedrag fors stijgen. In totaal met 33 miljoen euro. Wat dat voor elke vennootschap individueel betekent, is nog niet bekend. Als alle vennootschappen een gelijke verhoging krijgen, stijgt de bijdrage naar 439,69 euro. De BVBA Software mag dan ruim 104 euro meer betalen. Een ander scenario is dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen bedrijven met een verkort boekhoudschema en die met een volledig schema. In dat geval zou Pieters vennootschap 71,75 euro meer betalen (terwijl de 22.500 vennootschappen met een volledig schema de wettelijk bepaalde maximumbijdrage van 868 euro betalen). Pieter hoopt echter dat gekozen zal worden voor het scenario waarbij de bedrijven die het verlaagde tarief in de vennootschapsbelasting betalen (zoals de BVBA Software), geen verhoging krijgen. In dat geval moeten alle andere bedrijven - 37 % van het totaal - 618 euro betalen. Boris en Wanda zijn de zonnetjes in huis en een van de redenen dat Pieter en Rita zo hard werken. Ze willen dat de twee kinderen niets te kort komen, maar dat kost handenvol geld. Gelukkig brengen ze ook geld binnen. Want voor de bijdragen aan het sociaal verzekeringsfonds krijgen ze ook kinderbijslag terug. Voor Wanda, die acht jaar oud is, ontvangen Pieter en Rita 63,40 euro (37,67 euro plus een leeftijdstoeslag van 25,73 euro). Voor de vijfjarige Boris is dat 137,03 euro. Het jongste kind van een zelfstandige heeft, in tegenstelling tot dat van een werknemer, nooit recht op een leeftijdstoeslag. De kinderbijslag die Pieter en Rita ontvangen, ligt wel nog altijd een stuk lager dan wat Casper en Hobbes, de kinderen van buurman Jan en echtgenote Katrien, ontvangen. Voor Casper krijgen Jan en Katrien 86,96 euro (74,06 euro plus een lagere leeftijdstoeslag van 12,9 euro). De basiskinderbijslag voor het eerste kind van zelfstandigen bedraagt slechts de helft van de kinderbijslag voor het eerste kind van een werknemer. Vanaf het tweede kind is er echter geen verschil meer. Voor Hobbes ontvangen Jan en Katrien 137,03 euro kinderbijslag, evenveel als Boris krijgt. Pieter staat 's morgens op. Veertig graden koorts. Hij hijst zich in de auto, maar halverwege op weg naar kantoor moet hij terugkeren. Werken is uitgesloten. Een doktersbezoek leert dat hij een ernstige virale infectie heeft, gecombineerd met klierkoorts. Pieter zal minstens vier maanden buiten strijd zijn. De eerste maand moet Pieter zijn spaarboekje aanspreken. Voor een zelfstandige is er geen enkele uitkering voorzien tijdens de eerste maand. Zijn buurman Jan is tegelijkertijd ziek geworden, maar diens werkgever betaalt het loon tijdens de eerste maand gewoon door. En nadien ontvangt hij 1500 euro per maand van de mutualiteit. Gelukkig maar dat Jan niet bij Pieter werkt, anders kreeg onze arme zelfstandige een dubbele rekening gepresenteerd. Na 31 dagen en een uitgedund spaarboekje mag Pieter eindelijk een uitkering gaan ontvangen. Hij verkeert in het gezelschap van ruim 8200 andere zelfstandigen. Maandelijks ontvangt Pieter nu 793,78 euro, circa 30 % van zijn normale loon uit zijn BVBA Software (zonder kinderen had hij het moeten stellen met 595,4 euro). Om maar niet te spreken van de lasten in zijn BVBA die blijven doorlopen. Bovendien moet Pieter tijdens zijn ziekte sociale bijdragen blijven betalen (538,33 euro per maand). De bankrekening van Pieter en die van de BVBA Software slinken zienderogen. En hij slaat zich voor het hoofd dat hij niet, zoals veel van zijn jonge collega's, een privé-verzekering tegen ziekte en invaliditeit heeft genomen. Voor een jaarpremie van 1087 euro kon hij zich verzekeren van een jaarinkomen van 30.000 euro. De doktersbezoeken en geneesmiddelen kosten Pieter ook een aardige duit. Toen hij startte met zijn zaak, waren de middelen beperkt en verzekerde hij zich niet tegen kleine risico's. De verzekering tegen grote risico's - grosso modo alle intramurale zorgen - zijn verplicht, maar tot nu toe kunnen zelfstandigen vrij kiezen of ze zich ook verzekeren tegen kleine risico's (alle ambulante zorgen zoals dokters- en tandartsbezoeken, geneesmiddelen enzovoort). Momenteel heeft 70 % van de zelfstandigen zich hiertegen verzekerd. Ze betalen daarvoor een forfaitaire bijdrage van gemiddeld 675 euro (de bijdrage kan variëren afhankelijk van leeftijd en ziekenfonds van 360 tot 720 euro). Tien procent zijn invaliden en gehandicapten die automatisch zijn verzekerd vanuit hun gewone bijdragen. Blijft dus 20 % over die niet verzekerd is, waaronder onze arme Pieter. In de verbeteringen die de regering plant, wordt die verzekering vanaf 1 juli 2006 verplicht voor elke zelfstandige. De zelfstandige zal daarvoor zelf moeten betalen. Hoe, is nog niet beslist. Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel blijft het een forfaitaire bijdrage en die zou dan op gemiddeld 836 euro komen, 161 euro meer dan nu. Ofwel wordt het een procentuele bijdrage. Ramingen schatten die bijdrage op 3,66 %. Voor Pieter met zijn loon van 30.000 euro wordt dat 1098 euro. Dat tikt weer aardig aan. Zelfs als Pieter al een verzekering had gehad, zal hij 423 euro meer moeten betalen. Pieter kan dan wel dat dure, lang uitgestelde tandartsbezoek doen. Er is echter een bijkomend probleem. De regering heeft voorzien dat ze de 64 miljoen euro aan reserves die bij de mutualiteiten opgespaard liggen, zal gebruiken voor de financiering van het systeem. Die reserves zijn opgebouwd door de bijdragen van de zelfstandigen die zich verzekerd hebben tegen kleine risico's. Het Onafhankelijk Ziekenfonds heeft zich inmiddels verzet tegen die 'inbeslagname'. Het gaat volgens hen niet op dat reserves die door 70 % van de zelfstandigen zijn opgebouwd, nu ook gebruikt worden voor die 20 % die nooit betaald heeft. De Liberale Mutualiteiten hebben afstand genomen van dit standpunt. En er zijn nog meer problemen. In 2002 was het systeem van de kleine risico's deficitair. Want ook bij de zelfstandigen stijgen de kosten van de gezondheidszorg. Verdere verhogingen van de bijdragen in de toekomst zijn dus niet uit te sluiten. Pieter is weer hersteld van zijn ziekte. Maar kort daarna slaat het noodlot toe. Pieter rijdt 's avonds na lange besprekingen met een buitenlandse klant terug naar huis en overmand door slaap verliest hij de controle over het stuur. Zijn auto knalt tegen een boom. Naast enkele zware breuken wordt vooral Pieters gezicht zwaar toegetakeld. Achteraf blijkt dat hij blind is geworden. Software schrijven of klanten adviseren bij hun computerproblemen hoort er niet meer bij. Het eerste jaar is er geen verschil met de regeling voor de periode dat Pieter ziek was (een uitkering van 793,78 euro vanaf de tweede maand). Na een jaar blijft Pieter erkend als invalide (wat niet automatisch gebeurt: een pianist die zijn hand verliest, is het eerste jaar wel invalide omdat hij geen piano kan spelen, maar het tweede jaar niet meer omdat hij een ander beroep dat aan zijn kwalificaties beantwoordt kan uitoefenen). Pieter is verplicht zijn zaak stop te zetten, want zijn vrouw kan geen software schrijven. Daardoor krijgt hij maandelijks 82,42 euro meer. Pieter moet nu leven van 876,2 euro per maand. Rita moet snel op zoek naar werk. En gelukkig hebben ze Boris en Wanda, want zonder kinderen ten laste zou Pieter het moeten stellen met 657,28 euro. Ook hier beloven de regeringsplannen beterschap. De uitkering van 876,2 euro per maand stijgt vanaf 2006 naar 987,22 euro. Maar daarmee krijgt Pieter nog niet evenveel als buurman Jan, als die als werknemer invalide zou zijn geworden. Die krijgt immers 65 % van zijn loon, met een maximum van 1548,04 euro (wat hij met een loon van 30.000 euro ook bereikt). Vanaf 2007 wordt deze regeling gefaseerd ingevoerd voor de zelfstandigen. De medische wetenschap staat niet stil en dankzij een experimentele ingreep wordt het gezichtsvermogen van Pieter hersteld. Hij start meteen zijn zaak weer op, maar ook de computerwetenschap staat niet stil. De jaren dat hij ertussenuit is geweest, eisen hun tol. Hij heeft de laatste ontwikkelingen in computerland niet gevolgd en dat wordt hem fataal. De BVBA Software moet het faillissement aanvragen. Als zelfstandige kan Pieter geen beroep doen op een werkloosheidsuitkering. De eerste twee maanden van het faillissement heeft Pieter wel recht op een uitkering van 837,49 euro. De volgende vier maanden moet hij zich zien te redden met 558,32 euro. Bovendien blijft hij een jaar lang zijn rechten inzake kinderbijslag en gezondheidszorgen behouden. Het is een schamele troost. De faillissementsverzekering is eigenlijk niet meer dan een middel om de overgang van het zelfstandigenstatuut naar de bijstand niet te bruusk te laten verlopen. Voor Pieter is het van bij het begin al duidelijk dat er voor hem niets anders op zit dan bij het OCMW te gaan aankloppen. Pieter zou er minder slecht voor gestaan hebben als hij in Luxemburg of in een Scandinavisch land had gewoond. Daar ontvangen zelfstandigen een volwaardige werkloosheidsuitkering. Ook Nederland heeft een aantal regelingen die een zelfstandige bijstaan bij het beëindigen van zijn zaak. De redenering die onze noorderburen hanteren, is dat die werkloosheidsverzekering niets méér doet dan een inkomen garanderen nadat men onvrijwillig met de beroepsactiviteiten is moeten stoppen. Dat onvrijwillige karakter is belangrijk. In landen waar zelfstandigen recht hebben op een werkloosheidsuitkering, is die wel gekoppeld aan de voorwaarde dat het faillissement niet frauduleus is gebeurd. In dat geval heeft de zelfstandige geen recht op een werkloosheidsuitkering. Net zoals de Belgische faillissementsverzekering geen uitkering toekent aan een frauduleus gefailleerde. Maar daar is in het geval van Pieter zeker geen sprake van. Intussen is de bank Pieter ook niet vergeten. Zijn lening van 300.000 euro was nog maar gedeeltelijk terugbetaald. Na de verkoop van de resterende activa blijft nog een schuld van 150.000 euro over. Arme Pieter heeft persoonlijk mee moeten tekenen toen hij de lening afsloot en nu moet hij in vijf jaar tijd de resterende schuld afbetalen. Dat is voor hem echter een onmogelijke opdracht. Zijn lijdensweg tot nu toe heeft zijn persoonlijke vermogen al zwaar aangetast. De termijn van vijf jaar is duidelijk te kort. Er zit niets anders op dan een collectieve schuldenregeling aan te vragen. De rechtbank kan dan een gedeelte van de schulden van Pieter kwijtschelden en hem een afbetalingsplan opleggen. Ook het filiaal waar buurman Jan werkte, is intussen failliet gegaan. Jan krijgt een werkloosheidsuitkering van 60 % van zijn loon met een maximum - dat hij makkelijk bereikt - van 1005,68 euro. Onbeperkt in de tijd. Jan heeft bovendien van de Amerikaanse moedermaatschappij een mooie afscheidspremie gekregen en gaat nu elke week op woensdag dure taartjes eten bij de lokale patisserie in de hoofdstraat van hun dorp. Gelukkig mogen Boris en Wanda soms mee. Pieter is er met veel harken in geslaagd zijn schulden terug te betalen. Hij brengt zelfs nog de moed op een nieuw bedrijfje op te starten, opnieuw in de softwarebranche. Via wat bijscholing is hij erin geslaagd de draad weer op te pakken en weet hij met hard werken een nieuwe klantenportefeuille samen te stellen. Maar Pieter is niet meer van de jongste. Nadat hij een tiental jaar voor zijn nieuwe bedrijf gewerkt heeft, vindt hij dat het stilaan tijd wordt om aan zijn pensioen te denken. Op zijn zestigste zou hij graag met pensioen gaan, maar Pieter twijfelt. Als zelfstandige heeft hij pas recht op een pensioen vanaf zijn 65ste. Als hij eerder met pensioen wil gaan, verliest hij per jaar 5 % van het (schamele) pensioenbedrag. Pieter beseft dat hij 25 % van zijn pensioen verliest als hij besluit om te stoppen met werken. Was Pieter een vrouw geweest, dan zou hij nu nog op zijn 63ste op pensioen kunnen gaan, maar er wordt een stapsgewijze gelijkschakeling doorgevoerd. Vanaf 2009 moeten vrouwen ook tot hun 65ste werken. Wat een verschil met buurman Jan. Die kon zonder inlevering op zijn zestigste op pensioen gaan. Maar daar wou hij zelfs niet op wachten. Nadat hij van zijn Amerikaanse werkgever een afscheidspremie had gekregen, kon hij bij een concurrent terecht als kaderlid. Op zijn 58ste vroeg de werkgever aan Jan wat hij ervan dacht om met brugpensioen te gaan. Die vraag moesten ze hem geen twee keer stellen. Jan en echtgenote Katrien genieten nu volop van het leven als 'jonge' gepensioneerden. Op zijn 65ste kan Pieter dan eindelijk met pensioen. Als zelfstandig gezinshoofd heeft hij vandaag recht op een minimumpensioen van 839,56 euro per maand. Dat is maar liefst 200 euro minder dan het minimumpensioen van een werknemer. De regering heeft op de superministerraad in Gembloers beslist om die kloof in vier jaar tijd te verminderen tot 80 euro. De verhoging kost 163 miljoen euro en wordt voor 100 miljoen euro gefinancierd door de overheid. Pieter is een (gelukkig) man. Met zijn inkomen van 30.000 euro zit hij circa 3000 euro hoger dan het inkomen dat nodig is om het minimumpensioen te verwerven. Sinds 1984 is in het zelfstandigenpensioen de proportionaliteit ingevoerd: hoe hoger het inkomen, hoe hoger het pensioen. Maar er zit nog een addertje onder het gras. Pieter heeft een loopbaan van 45 jaar nodig om een pensioen te verwerven. Als computerspecialist heeft hij echter tot zijn 22ste gestudeerd. Hij haalt dus slechts 43 jaar en zal daarom 43/45ste ontvangen, of 1145 euro. Buurman Jan haalt met een zelfde inkomen een maandelijks pensioen van 1433 euro. Ontoereikende inkomens tijdens de loopbaan en een onvoldoende aantal gewerkte jaren zorgen ervoor dat veel gepensioneerde zelfstandigen in de armoede verzeilen. Ruim 10 % van de zelfstandige gepensioneerden ontvangt het gewaarborgd inkomen, tegenover slechts 4 % bij de gepensioneerde werknemers. Wel is het zo dat de meerderheid van de zelfstandigen (70 %) een gemengde loopbaan heeft: ze zijn gestart als werknemer en later zelfstandige geworden, of omgekeerd. In dat geval is hun pensioen een combinatie van beide systemen. Maar voor Pieter komt er vanaf nu nog één extra bij. In de hervorming van de regering is voorzien dat vanaf 1 juli 2006 alle zelfstandigen verplicht 1 % van hun netto-inkomen moeten afdragen als individuele opbouw voor een aanvullende pensioenuitkering. In totaal zou die operatie 116 miljoen euro moeten opleveren, want de loonmassa bij de zelfstandigen bedraagt 11,6 miljard euro. Voor Pieter betekent dat een jaarlijkse meerkost van 300 euro. Op zijn 65ste heeft hij dan wel recht op een extra uitkering van naar schatting 21.900 euro. En kan hij eindelijk één keer per maand met zijn kinderen Boris en Wanda en met buurman Jan en zijn kinderen taartjes gaan eten. Als Pieter zo verstandig was geweest - zoals 67 % van zijn collega's - om een aanvullende pensioenverzekering (het vrij aanvullend pensioen zelfstandige, een klassieke pensioenverzekering of een groeps- of bedrijfsleidersverzekering) te nemen, dan had hij ook wekelijks een taartje kunnen gaan eten. Jammer. Een tragedie moet eindigen met een tragische noot. Alain Mouton Guido Muelenaer