Sommige documenten maken gewag van de aanwezigheid van wijnranken in onze contreien in de negende eeuw (vooral in abdijen) en in latere eeuwen, voornamelijk in het prinsbisdom Luik. Tijdens de 'kleine ijstijd' in de vijftiende eeuw koelde het klimaat af, zoals blijkt uit te winterlandschappen van de Vlaamse meesters. Slechts enkele wijngaarden bleven over omdat ze beschermd werden door een plaatselijk microklimaat.
...

Sommige documenten maken gewag van de aanwezigheid van wijnranken in onze contreien in de negende eeuw (vooral in abdijen) en in latere eeuwen, voornamelijk in het prinsbisdom Luik. Tijdens de 'kleine ijstijd' in de vijftiende eeuw koelde het klimaat af, zoals blijkt uit te winterlandschappen van de Vlaamse meesters. Slechts enkele wijngaarden bleven over omdat ze beschermd werden door een plaatselijk microklimaat. De wijnranken verdwenen echter helemaal bij de doortocht van de napoleontische troepen. Er wordt gezegd dat de keizer - die zijn chambertin met water versneed - de Belgische wijngaarden liet vertrappelen zodat ze niet zouden concurreren met de Franse wijnbouw, maar slechts weinig specialisten hechten geloof aan dat verhaal. Volgens hen is het waarschijnlijker dat de doortocht van de huzaren in België samenviel met een verwoestende ziekte onder de wijnstokken. Anderen zijn dan weer van mening dat klimaatverandering (toen al!) en de geleidelijke industrialisering en verstedelijking vooral de biercultuur ten goede kwamen en leidden tot de teloorgang van de wijngaarden, die meestal aan de rand van de grote steden te vinden waren. Anderhalve eeuw lang bleef de wijnbouw daarna grotendeels een tijdverdrijf en een fol-kloristisch gebeuren. De wederopstanding kwam er pas in de jaren zestig en zeventig, toen enkele gedreven amateurs de traditie nieuw leven inbliezen. En ze kregen ook navolging. Landbouwers die genoodzaakt waren hun activiteiten te diversifiëren, begonnen wijnranken aan te planten. Andere, vooral geestdriftige liefhebbers, begonnen van niets, maar wel met heel wat ambitie. Het fenomeen nam een professionele vorm aan in de jaren negentig. Een heleboel wijnbouwers, die grotendeels verenigd zijn in de Belgische Federatie van Wijn en Gedistilleerd (BFWG), wensten hun werk snel erkend te zien en hun productie beschermd met herkomstbenamingen en gebiedsaanduidingen. België heeft een wijnareaal van 120 hectare dat elk jaar 4670 hl wijn voortbrengt. De federale overheidsdienst Economie registreert een bijna honderd producenten, waarvan er volgens de BFWG al 55 een BOB-erkenning (Beschermde Oorsprongsbenaming) aangevraagd hebben. Volgens de federatie is er nog voldoende groeipotentieel om de productie op te voeren naar 6000 hl per jaar. "Het is dus niet onze bedoeling om de marktorganisatie die door het gemeenschappelijke landbouwbeleid werd opgezet uit evenwicht te brengen", verzekert ons de secretaris-generaal van de BFWG, Jean-Jacques Delhaye. Volgens zijn gegevens bedraagt de Europese productie 160 miljoen hectoliter en de wereldproductie 270 miljoen hectoliter. Om te vermijden dat de Belgische productie volledig verdrinkt in de wereldproductie worden twee troeven uitgespeeld: het statuut van nicheproduct en de kwaliteit van de productie. "De Belgische wijnboeren kunnen niet rivaliseren met streken als de Languedoc. Om het hoofd boven water te houden, zijn ze verplicht kwaliteit te leveren", legt Thomas Costenoble, oenoloog en redacteur van het magazine Vino, uit. Maar het dient ook gezegd dat, als de Belgische wijn goed is, hij verrassend overkomt en meer nieuwsgierigheid creëert dan andere. "Het is een utopie om een globale waardering te willen geven aan de Belgische wijn, maar men kan wel zeggen dat de mousserende wijnen heel wat perspectief bieden. Ze leggen vaak de crémants, de cava's en soms zelfs de champagnes het vuur aan de schenen. Het ligt helemaal anders bij de witte wijnen. Er zijn er die naar bourgognes zwemen, andere doen denken aan de Loire of aan Luxemburg. Sommige zijn heel fraai, maar er is niet zoiets als een 'Belgische touch'. De rode wijn is vaak ontgoochelend." Philippe Grafé, eigenaar van het Domaine du Chenoy, bevestigt een en ander. "In België zijn er traditionalisten en vernieuwers. Eerstgenoemden maken soms zeer mooie, maar niet bijzonder originele wijnen. Ze produceren zoals men dat bijvoorbeeld in Bourgogne doet en dat levert dan inderdaad een uitstekende bourgogne op. Ik wil echter een vernieuwer zijn op de wijngaarden van Noord-Europa", verklaart hij met de energieke uitbundigheid van de hartstochtelijke liefhebber. Voor Philippe Grafé begon het avontuur in 2003. Op zijn 65ste, nadat hij zich had teruggetrokken uit de Naamse wijnhandel Grafé-Lecocq, stichtte hij het Domaine du Chenoi in Emines. Hij plantte 10 ha Duitse, Tsjechische en Zwitserse druivensoorten, waarvan hij toevallig lucht had gekregen, op de fraaie naar het zuiden gerichte hellingen in dat deel van Namen. "Die variëteiten leveren kwaliteit, ze passen zich beter aan het klimaat aan en bieden meer weerstand tegen ziekten. Dat maakt een milieuvriendelijker teelt mogelijk. Mijn originaliteit schuilt in mijn druiven." Hij is bijvoorbeeld van oordeel dat het niet altijd nodig is om de wijn op te slaan in eiken vaten. Dat geeft hem een houtige smaak die ten koste gaat van de fruitigheid. Zelf heeft hij resoluut gekozen voor kuipen in roestvrij staal. "Ik wil een wijn maken die zo dicht mogelijk bij de natuur staat, de vruchten en de bodem respecteren en zo min mogelijk chapitaliseren (vóór de gisting suiker toevoegen aan de most)." Een dergelijke wijnfilosofie wordt doorgaans in verband gebracht met de 'Duitse school', in tegenstelling tot andere waarbij enkel traditionele druivenvariëteiten worden toegelaten, wat meteen inhoudt dat er meer gesproeid moet worden om de druiven gezond te houden. Die school wordt ruimschoots gevolgd in België en vooral in Vlaanderen. Philippe Grafé is ervan overtuigd dat de Belgische wijnbouw in het algemeen, en de zijne in het bijzonder, alles heeft om grote wijnen voort te brengen. Zelf koestert hij de ambitie om zijn wijngaard een 'internationale reputatie' te bezorgen. In Wijnkasteel Genoels-Elderen in Limburg hebben Jaap en Jacqueline van Rennes en hun dochter Joyce niet geaarzeld. Die Nederlanders, grote liefhebbers van bourgogne, hebben er chardonnay en pinot noir aangeplant. Jaap van Rennes en zijn team onderhouden de wijngaard. Joyce, die aan de wijnuniversiteit van Suze-la-Rousse studeert, assembleert het kostbare vocht. Genoels-Elderen brengt zeven wijnen voort, waaronder een aantal schuimwijnen, en drie soorten brandewijn. "De echte kenners proeven het verschil tussen onze wijnen en de bourgognes of de champagnes", meldt van Rennes. Hij vindt dat zijn wijnen een eigen karakter hebben: "We maken een streekwijn. Het klimaat is hier hetzelfde als in de Bourgogne 100 jaar geleden en de gist speelt ook een belangrijke rol. Let wel: ik heb het over de plaatselijke gist. We hebben hier gistculturen met een geheel eigen identiteit." Hun verhaal begon in 1990 toen Van Rennes zijn bedrijf, waarmee hij voedingsproducten leverde aan de horeca, verkocht en zich het kasteel van Genoels-Elderen aanschafte met het idee een golfterrein aan te leggen. De landbouwer waarvan hij grond hoopte te kopen, hapte echter niet toe en hij kocht dan maar enkele gespecialiseerde boekwerken en stortte zich op de wijnbouw. Aanvankelijk was dat op 10 ha, tegenwoordig zijn dat er 24 geworden en hij zou dat nog willen uitbreiden naar 30 ha. "We beschikken hier over een ideale bodem en het vereiste klimaat. We oogsten met de hand en onze dochter heeft een uitstekende neus. We willen alleen maar kwaliteit voortbrengen." Genoels-Elderen is daar duidelijk in geslaagd. "We hebben geëxporteerd naar Japan, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland." Tegenwoordig wordt echter al zijn wijn in België verkocht. "We hebben een paar mindere oogsten gekend en de lokale vraag is gestegen. We hebben ons dan ook afgevraagd waarom we moeite zouden doen om naar Japan te exporteren en onze klanten hier ter plekke niet bedienen." De familie Van Rennes mikt op een rendement van 50 hectoliter per hectare, wat gemiddeld 80.000 flessen oplevert. Over de financiële resultaten van zijn onderneming blijft van Rennes liever in het vage: "We investeren meer dan we verdienen." Jaap van Rennes legt vooral de nadruk op de rol van de bodem, Philippe Grafé daarentegen gelooft eerder in het 'streekklimaat'. Hij verwerpt het belang van de geografische bodemgesteldheid weliswaar niet, maar hij vindt toch dat Frankrijk het belang ervan overdrijft uit eigenbelang. "Waar het vooral op aankomt, is een goede ligging en een goede afwatering. De overlevering speelt echter ook mee. Er zijn weliswaar plekken die hoe dan ook een goede wijn opleveren, maar de reputatie van een grand cru berust veeleer op de voorouderlijke technieken dan op de bodem", vindt hij. Zeker is dat het Belgische klimaat kan leiden tot aanzienlijke verliezen. "We zijn beducht voor vorst en hagel", legt Henri Larcille uit. Hij is gedelegeerd bestuurder van de Vignoble des Agaises in de buurt van Binche, een andere grote naam uit de vaderlandse wijnbouw. "Het jaar was goed begonnen. We hebben geen vorst gekend, maar wel een fraaie bloeitijd meegemaakt", preciseert hij. Maar dan trok de storm van 14 juli over Henegouwen. "We moeten de oogst afwachten om een duidelijk idee te krijgen van de schade, maar ik denk dat de hagel ons 40 tot 50 procent van de opbrengst gekost heeft. Gelukkig lijkt de schimmelvorming op de aangetaste druiven zich niet op de gezonde vruchten over te zetten." België blijkt dus te beschikken over de vereiste bodem en hellingen en over de noodzakelijke knowhow om goede wijnen voort te brengen. De wijnbouwers moeten er wel toe worden aangepord om toe te geven dat "het een generatie vergt om een grote wijn voort te brengen", zoals Jaap van Rennes zegt. De eerbiedwaardigste domeinen zijn daar niet ver meer van verwijderd. Het is moeilijk om in het jonge wijnareaal een 'Belgische touch' terug te vinden, maar niettemin durft Philippe Grafé stellen: "De identiteit van onze wijnen is de kwaliteit, de diversiteit en het karakter." Door gerald de HemptinnesOm zich te onder- scheiden speelt de Belgische wijnsector twee troeven uit: het statuut van nicheproduct en de kwaliteit van de productie.