Ik leef tegen 200 kilomete per uur, ik doe nu eenmaal graag verschillende dingen tegelijk." Lode Van Pee (50) onderdrukt ternauwernood een kwajongensachtige grijns, maar één blik op zijn agenda maakt duidelijk wat hij bedoelt. Als curator en daarna directeur van het Caermersklooster in Gent zette hij al heel wat gesmaakte tentoonstellingen op het getouw - zo haalde hij de indrukwekkende expo rond filmregisseur Stanley Kubrick naar Gent - en daarnaast is hij actief in Rwanda, waar hij onder meer het culturele beleid mee bepaalt en verscheidene musea aan het bouwen is. "Kiezen tussen mijn werk hier in België en in Rwanda zou ik nooit willen doen. Ik vind het fantastisch om tegelijk met Kubrick bezig te zijn en even later met kunst in Rwanda. Die combinatie is schitterend. Het ene versterkt het andere."
...

Ik leef tegen 200 kilomete per uur, ik doe nu eenmaal graag verschillende dingen tegelijk." Lode Van Pee (50) onderdrukt ternauwernood een kwajongensachtige grijns, maar één blik op zijn agenda maakt duidelijk wat hij bedoelt. Als curator en daarna directeur van het Caermersklooster in Gent zette hij al heel wat gesmaakte tentoonstellingen op het getouw - zo haalde hij de indrukwekkende expo rond filmregisseur Stanley Kubrick naar Gent - en daarnaast is hij actief in Rwanda, waar hij onder meer het culturele beleid mee bepaalt en verscheidene musea aan het bouwen is. "Kiezen tussen mijn werk hier in België en in Rwanda zou ik nooit willen doen. Ik vind het fantastisch om tegelijk met Kubrick bezig te zijn en even later met kunst in Rwanda. Die combinatie is schitterend. Het ene versterkt het andere." Lode Van Pee raakte als zeventienjarige in de ban van Rwanda. Bij zijn eerste bezoek beleefde hij een coup de foudre die zijn verdere leven zou bepalen. Waarom hij indertijd precies naar het hart van zwart Afrika trok, weet hij niet meer. "Ik zou kunnen verwijzen naar een tante nonneke uit de buurt die ooit over Rwanda vertelde, maar de waarheid is dat ik het gewoon niet meer weet. Ik wou gaan backpacken, dat staat vast. Rwanda was misschien een vreemde keuze, maar zodra ik er was, werd ik overrompeld door de natuur en de mensen. Ik weet het: veel mensen zien Rwanda als een land dat verminkt is door gruwel en geweld, en dat klopt ook, maar ik zie het als een onwaarschijnlijk prachtig land. Toen ik ernaartoe trok in 1975, was er nog geen sprake van een genocide. Ik trok naar het noorden van het land, weg van de politiek en de hoofdstad. Ik vond het land zo prachtig dat ik elk jaar ben teruggegaan. En ik zal er blijven gaan zolang ik kan." Rwanda bepaalde de studiekeuze van de jonge Lode Van Pee. Bij de Bahutu (Hutu's) zag hij een hut in de steigers staan die hij zo prachtig vond dat hij architectuur ging studeren. "Ik raakte gefascineerd door het uitzicht en de bouwwijze. In die mate dat ik later in die hut ben gaan wonen. Ik sliep bij de haard, samen met de kinderen. Ik heb toen alles opgetekend en opgemeten, de verhoudingen tussen de woning en de makers opgeschreven en er mijn proefschrift architectuur over gemaakt. Daar is het trouwens niet bij gebleven: ik heb daarna ook antropologie gestudeerd. Ik had geen universiteit gedaan, maar door mijn veldonderzoek mocht ik aan de opleiding beginnen. Ik ben toen ook bij de pygmeeën gaan wonen en leven, een enorm fascinerende tijd." De architectuurstudie van Lode Van Pee en zijn fascinatie voor Rwanda omarmden elkaar later nog eens, toen koning Boudewijn aan Juvénal Habyarimana, de toenmalige Hutupresident van Rwanda, een Nationaal Museum beloofde. "Ze vroegen mij of ik het gebouw wilde ontwerpen. Ik was 24 jaar, had mijn architectuurstage nog niet achter de rug, maar deed het. Op basis van mijn vroeger onderzoek heb ik het grondplan getekend. Het dak, volledig in koper, geeft de polyritmiek van de tamtam weer. Ik heb ook gespeeld met de zon: je zit daar in Butare bijna op de evenaar. Het gebouw werd ingehuldigd in 1989. Daarna ben ik een architectenbureau begonnen in België. Ik ben toen een hele tijd niet meer in Rwanda geweest, onder meer door de genocide." In 2004 piekt de liefde voor Rwanda van Lode Van Pee, intussen verbonden aan het Caermersklooster, opnieuw. In het cultuurcentrum organiseert hij onder de titel 'Imigongo, van mest tot design' een tentoonstelling rond Imigongo, een kunstvorm waarbij Rwandezen sinds de achttiende eeuw met koeienmest driedimensionale kunstwerken maken die ze kleuren met verschillende soorten aarde. "Naar aanleiding van die tentoonstelling vroeg de Rwandese minister van Cultuur of ik het cultuurbeleid in Rwanda mee wou uittekenen. In 2006 hebben we een Musée des Arts opgericht in een bestaand gebouw in Nyanza, dat in de jaren vijftig was gebouwd voor de laatste mwami (koning). Die koning is er nooit ingetrokken, want hij stierf voor het af was. De vraag bij het Musée des Arts was: wat voor werken moeten erin komen? Rwanda heeft geen prachtige maskers, zoals Congo. Het geometrisch versieren van ambachtelijke voorwerpen, dat doen ze wel. We hebben een wedstrijd georganiseerd om werken bij elkaar te sprokkelen. Ik had in het begin schrik dat het te ambachtelijk zou zijn, maar ik was blij met de diversiteit: borduurwerk, werken over de genocide, conceptuele kunst ... De provincie Oost-Vlaanderen heeft die kunstwerken indertijd aangekocht en ze vervolgens geschonken. De cataloog is hier gemaakt en ook betaald door de provincie. Intussen is er al twee keer een nieuwe wedstrijd uitgeschreven, waardoor de verzameling uitgebreid is." Lode Van Pee haalde de banden met Rwanda sinds die samenwerking nauwer aan, terwijl hij tegelijk in het Caermersklooster blijft werken. Vorig jaar tekende hij de plannen van het nieuw te bouwen Musée de l'Environnement in de provincie Karongi, aan het Kivumeer. "De bouw van dat museum begint eind dit jaar. Maar het leuke is dat ik vorig jaar in contact kwam met mensen van de International Polar Fondation (IPF). In het kader van het milieumuseum wilden we ook aan klimaatonderzoek doen. We hebben onderling besloten om samen te werken." (T) Door Dominique Soenens