De antiwitwaswetgeving in België omvat twee luiken: een preventief en een repressief deel. In theorie zijn beide luiken strikt gescheiden. In de praktijk leggen sommige angstige beroepsbeoefenaars uit voorzorg toch een loopbruggetje. Die praktijk kan uitdraaien op onaangename verrassingen voor niets vermoedende burgers.
...

De antiwitwaswetgeving in België omvat twee luiken: een preventief en een repressief deel. In theorie zijn beide luiken strikt gescheiden. In de praktijk leggen sommige angstige beroepsbeoefenaars uit voorzorg toch een loopbruggetje. Die praktijk kan uitdraaien op onaangename verrassingen voor niets vermoedende burgers. Het preventieve luik voorziet in een meldingsplicht voor nagenoeg alle financiële tussenpersonen en financiële raadgevers, zodra ze weten of vermoeden dat bij bepaalde transacties zwart geld omgaat. De wet evolueerde van een meldingsplicht van zodra het geld zijn oorsprong vond in de zware criminaliteit of 'ernstige en georganiseerde fiscale fraude' naar een meldingsplicht van zodra er bijvoorbeeld sprake is van misbruik van vennootschapsgoederen of misbruik van vertrouwen. De meldingsplicht bleef wel beperkt tot enkele specifieke misdrijven. Op het niet naleven van de meldingsplicht staat een tuchtsanctie en een administratieve boete die kan oplopen tot 1,25 miljoen euro. Het repressieve luik wil het witwassen van het illegale geld bestraffen. Het viseert iedereen die geld bezit, beheert, in bewaring neemt of omzet, waarvan hij wist (of moest weten) dat het voortkwam uit een misdrijf. Alle misdrijven in alle wetboeken worden geviseerd. Ook worden de personen geviseerd die iemand geholpen helpen om de illegale herkomst van dat geld te verdoezelen of verbergen. Sinds het Cassatie-arrest van 22 oktober 2003 is het duidelijk dat het repressieve luik ook van toepassing is op 'gewone' fiscale fraude. In die zin heeft het repressieve luik een onbeperkte draagwijdte. De straffen in het kader van het repressieve luik kunnen oplopen tot vijf jaar gevangenisstraf en een verbeurdverklaring van de illegaal verkregen vermogensvoordelen. Het probleem schuilt in het feit dat iedereen (en dus zeker een meldingsplichtige beroepsbeoefenaar) in het kader van het repressieve luik op strafrechtelijk vlak mee kan veroordeeld worden als 'heler' of medeplichtige voor de witwaspraktijken van de hoofddader. Maar de antiwitwaswet zegt dat geen enkele rechtsvordering kan worden aangespannen, en geen enkele straf- of tuchtsanctie kan worden opgelegd aan degene die een melding te goeder trouw heeft verricht. Een melding te goeder trouw van een verdachte transactie in het preventieve luik verleent dus vrijstelling van strafvervolging in het repressieve luik. De derde Europese richtlijn tegen het witwassen maakt alle bepalingen strenger. De richtlijn legt een meldingsplicht op voor alle geviseerde beroepsbeoefenaars, zodra het geld voortkomt uit een misdrijf waarop een gevangenisstraf staat van ten minste één jaar, of wanneer het geld gebruikt wordt voor de financiering van terrorisme.