Precies honderd jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit. Dat leidt dit jaar tot een overkill aan publicaties. Als we het kaf van het koren scheiden, stoten we op The Deluge, het jongste werk van historicus Adam Tooze.
...

Precies honderd jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit. Dat leidt dit jaar tot een overkill aan publicaties. Als we het kaf van het koren scheiden, stoten we op The Deluge, het jongste werk van historicus Adam Tooze. Tooze laat The Deluge -- genoemd naar Lloyd George die de oorlog een zondvloed noemde -- in 1916 starten. Op dat moment was de economie van de Verenigde Staten niet enkel uitgegroeid tot de grootste ter wereld, Amerikaanse banken hadden zich ook ontpopt tot de belangrijkste financiers van het conflict. In 1916 zaten de geallieerden op droog zaad. De Europese mogendheden klopten aanvankelijk aan bij privéfinanciers, niet bij de Amerikaanse overheid. De meeste politici wilden hun handen van het conflict houden. Begrijpelijk: de Amerikaanse burgeroorlog zat nog vers in het geheugen. Uiteindelijk ging de Amerikaanse overheid in 1917 overstag. Dankzij Wall Street en de bank JP Morgan kon het bloedvergieten bestendigd worden. Voor Tooze is het een uitgemaakte zaak dat de betrokkenheid van de Verenigde Staten de belangrijkste gebeurtenis van de oorlog is geweest. Vanaf dan werden de Amerikanen de belangrijkste mogendheid ter wereld. Eerst schoorvoetend, maar er kwam een rijpingsproces waardoor ze die rol tijdens en vooral na de Tweede Wereldoorlog ten volle konden spelen. Met Roosevelt en Truman kwamen presidenten die een volwassen democratie uitbouwden. Tijdens die rijpingsperiode ging de economische opmars onverminderd voort. Dat bewijzen de engagementen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog bedroeg bijvoorbeeld het bedrag dat Groot-Brittannië jaarlijks verschuldigd was aan Amerikaanse schuldeisers, evenveel als hun begroting voor onderwijs. Een afzonderlijke plaats in het verhaal is weggelegd voor de Amerikaanse president Woodrow Wilson . Hij wou een 'vrede zonder winnaars'. Maar begrijp dat principe niet verkeerd, waarschuwt Tooze. In essentie wilde hij een eind maken aan de oude wereldorde. Die wou hij vervangen door een nieuw soort internationale orde, waarin de Verenigde Staten een dominante en arbitrerende rol zouden spelen. Daarom was er geen ruimte voor een klassieke overwinning. Het failliet van de hele orde moest worden aangetoond. Achteraf is gebleken dat het allemaal niet zo makkelijk was om de dingen in zo'n stramien te structureren. Toch had het gekund, argumenteert Tooze. De mislukking wijt hij aan de kortzichtigheid van de toenmalige Amerikaanse Senaat. Er waren ook gebeurtenissen die de totstandkoming van die liberaal geïnspireerde, nieuwe orde saboteerden. In de loop van de jaren twintig had zich een soort van entente gevormd tussen Duitsland en Frankrijk. De Duitse politicus Gustav Streseman en de Franse staatsman Aristide Briand waren erin geslaagd iets uit te bouwen dat veel deed denken aan de kiemen van wat later de Europese Unie zou worden. Maar de beurscrash van 1929 dwarsboomde alles. Adam Tooze, The Deluge: The Great War and the remaking of global order, Londen, Allen Lane, 2014, 672 blz., 48 euroMICHAËL VANDAMME