Een uiterst zonnige vrijdag. De kleppers uit de top tien van de Belgische verzekeringswereld zakken af naar de redactiegebouwen van Trends. Strak in het pak. Sommigen met één blackberry, anderen hebben er zelfs twee. De heren kennen elkaar van de regelmatige brainstorms bij hun beroepsfederatie Assuralia. En toch was het niet gemakkelijk om het selecte gezelschap bij elkaar te krijgen. "Veel werk hè", zucht iemand. "Ja maar, dat was vóór de crisis ook al zo", riposteert een andere sneller dan het licht.
...

Een uiterst zonnige vrijdag. De kleppers uit de top tien van de Belgische verzekeringswereld zakken af naar de redactiegebouwen van Trends. Strak in het pak. Sommigen met één blackberry, anderen hebben er zelfs twee. De heren kennen elkaar van de regelmatige brainstorms bij hun beroepsfederatie Assuralia. En toch was het niet gemakkelijk om het selecte gezelschap bij elkaar te krijgen. "Veel werk hè", zucht iemand. "Ja maar, dat was vóór de crisis ook al zo", riposteert een andere sneller dan het licht. Alle uitspraken worden zorgvuldig gewikt en gewogen. En als de naam van een niet-aanwezige concurrent ter sprake komt, gaan de lippen aanvankelijk stijf op elkaar. Voor de nieuwsgierige lezer lichten we een tipje van de sluier: het gaat om Ethias. Langzaam maar zeker komen de tongen toch los, al blijft het grote verzekeringsdebat sereen. Af en toe een klein steekje onder water, of enkele decibels extra. De boodschap is dan ook eensgezind duidelijk: de malaise in de bankensector is niet doorgedrongen tot bij de verzekeringsmaatschappijen. Eén uitzondering natuurlijk, maar u weet intussen om welke firma het gaat. E uit H, inderdaad. KOEN DIERCKX (ING). "De crisis is het meest voelbaar in de levensverzekeringsactiviteiten. Levensverzekeraars zijn van nature grote beleggers, en hun financiële resultaten staan onder druk. Bovendien is de malaise zeer algemeen: zowel de aandelenmarkten als de obligatiemarkten worden getroffen, terwijl het in vorige crisissen altijd een van beide was. Commercieel zien we vanaf dit jaar een impact op de beleggingsverzekeringen, zoals de Tak 23-producten, combinaties van een levensverzekering en een belegging. Daar twijfelt de consument duidelijk over. Maar bij de pure verzekeringsproducten zien we geen grote verschuivingen als gevolg van de crisis." EUGÈNE TEYSEN (AXA). "De verzekeringsindustrie is veel resistenter gebleken dan de banken. Verzekeraars worden niet geconfronteerd met plotse liquiditeitsproblemen, zoals dat bij sommige banken onlangs het geval is geweest. Toch denk ik dat dit jaar de levensverzekeringsactiviteiten enigszins onder druk zullen komen. Ook bij de schadeverzekeringen zal er een zekere impact zijn. Er worden veel minder nieuwe auto's gekocht, en dus ook minder autoverzekeringen, om maar iets te noemen. En fraudegevallen zijn er altijd meer in tijden van crisis. Onze financiële resultaten staan inderdaad onder druk." BART DE SMET (FORTIS). "De boekhoudkundige regels gaan sowieso een heel belangrijk effect hebben op de beleggingspolitiek van bedrijven. (zie kader) Door de enorme volatiliteit die gecreëerd wordt door de internationale accounting, neem je een voorzichtiger houding aan. Minder aandelen dus, met minder hoge opbrengsten als gevolg. Bij Fortis Insurance Belgium hebben wij onze aandelenportefeuille tot nul herleid, om die vo-latiliteit niet te hebben. Dat heeft voor een boekhoudkundig verlies gezorgd, dat weliswaar minder groot is dan als we onze aandelen behouden hadden. De hamvraag is: in welke mate komen we in een model terecht waarbij de boekhoudregels het zaakvoeren gaan bepalen? De sector zal zich meer dan ooit moeten concentreren op zijn core business, eerder dan op financiële meerwaarden. Dat betekent ook aanpassingen in de niet-levensverzekeringen." DIERCKX. "De resultaten van de schadeverzekeringsactiviteiten staan mogelijk onder druk, zeker bij maatschappijen die eventuele verliezen niet langer kunnen compenseren met financiële resultaten. Het kan dus de premies voor schadeverzekeringen verhoogd worden. Aan de andere kant gaat de consument nog altijd op zoek naar de meest voordelige formules, en dat gegeven creëert een spanningsveld. Ik kan momenteel moeilijk inschatten welke richting het zal uitgaan." DE SMET. "Ik denk dat er een kentering aankomt en correcte prijzen weer mogelijk worden." JOHAN THIJS (KBC). "De sector is voor het operationeel resultaat vrij goed gewapend tegen de crisis. We zullen niet in ademnood komen. Als men de technische regels respecteert tenminste. Als de onderliggende operationele business rendabel blijft, met andere woorden." DE SMET. "Ik denk niet dat de Belgische verzekeringssector staatssteun nodig heeft." DIERCKX. "De facto is die steun er al. Ethias heeft staatssteun gekregen, maar de overheid heeft ook het kapitaal van alle grote bank-verzekeraars - KBC, Dexia, Fortis en ING - ondersteund. Ook de verzekeringsactiviteiten van die vier groepen hebben daarvan kunnen profiteren." DE SMET. "Excuseer! Mag ik er toch op wijzen dat Fortis Insurance Belgium geen enkele vorm van staatssteun heeft gekregen, en dat we geen enkele externe kapitaalinbreng nodig hebben gehad?" DIERCKX. "Vroeger lag de nadruk vooral op de resultaten, terwijl er nu veel kritischer gekeken wordt naar de beleggingsactiva die de verzekeraars aanhouden. Het investeringsbeleid wordt hoe dan ook terughoudender. Overheidsobligaties winnen terrein, als veiliger alternatief voor aandelen. In het algemeen geloof ik dat pure verzekeringsactiviteiten weer belangrijker woden, terwijl vroeger de grens tussen bankieren en verzekeren soms erg flou was. Verzekeraars gaan op zoek naar een gezonde basis voor hun activiteiten. Een voorbeeld van hoe het niet moet, is de vroegere First-rekening van Ethias. Daarbij werd de langetermijnstrategie van het verzekeren doorkruist door het feit dat klanten op elk ogenblik en kosteloos hun geld konden ophalen, net zoals bij een spaarboekje. Niet onlogisch dat je dan in de problemen kan komen." THIJS. "We hebben de voorbije jaren meermaals de wenkbrauwen gefronst bij wat er in de verzekeringsindustrie gebeurde. En nu spreek ik in het algemeen. Ik zie bijvoorbeeld dat dé waardemeter voor de rendabiliteit van een schadeverzekeraar - de combined ratio - voor de hele sector gemiddeld méér bedraagt dan honderd procent. Dat wil zeggen dat sommige verzekeraars de facto geen winst maken met het verkopen van schadeverzekeringen." THIJS. "Ik zeg dat de markt verschrikkelijk matuur is, en hypercompetitief. En dat we het elkaar moeilijk aan het maken zijn. Dat is vrije concurrentie, maar ik stel vast dat de sector daar geen geld mee verdient. Voor KBC is de opdracht heel simpel: wij proberen minimaal vijf procent rendement te behalen op de verkoop van onze verzekeringen. Hetzelfde voor levensproducten. Wij hebben allemaal bedenkingen gehad toen andere spelers opbrengsten garandeerden die fundamenteel hoger lagen dan de langetermijnrente. En dat gebeurt nog altijd! Om dat te kunnen, moeten die maatschappijen al zeker enorme risico's nemen in hun beleggingsbeleid." TEYSEN. "Elke dag. Wij zijn onlangs een zaak verloren omdat iemand een rente garandeerde die hoger lag dan de rente op acht jaar." THIJS. "Daar wil ik net toe komen! There's no such thing as a free lunch. Verzekeraars die zulke hoge rendementen garanderen, moeten risico's nemen. In de huidige context kunnen die zich tot in het extreme uitkristalliseren. En dan kom ik terug naar het voorbeeld van Ethias dat u zelf gegeven heeft. Wij hebben allemaal de wenkbrauwen gefronst." TEYSEN. "Dat lijkt inderdaad het besluit te zijn." DE SMET. "Volledig akkoord. Techniciteit is uiterst belangrijk, zeker nu. Maar ik wil er nog iets aan toevoegen: ethiek. Je moet er als verantwoordelijke van een bedrijf voor zorgen dat je producten maakt die je ook op de lange termijn kunt behouden. Dat je niet enkel voor het gewin op korte termijn gaat. En dat je dus je plaats in de markt kunt blijven waarmaken." THIJS. "Sommige verzekeringsformules komen inderdaad dicht bij bankproducten. Maar om terug te komen op het voorbeeld van daarnet: een levensverzekering degraderen tot een lookalike van een zichtrekening of een spaarrekening - door bijvoorbeeld geen instap- en uitstapkosten aan te rekenen - dat is niet de missie van een verzekeringsproduct." GUY ROELANDT (DEXIA). "Zeker. We moeten ook eerlijk zijn, en toegeven dat we vijftien à twintig jaar geleden allemáál producten op de markt hebben gezet die we vandaag zouden weren. We hebben allemaal de leercurve doorgemaakt." DE SMET. "Absoluut niet. Op geen enkel moment zijn we besmet. Er was wel gevaar op reputatieschade. Elke keer weer moesten we uitleggen dat in onze groep enkel Fortis Bank problemen kende." THIJS. "Zeker. Balansmatig worden een aantal zaken in orde gebracht. Bovendien bekijken we de bedrijfsactiviteiten in hun geheel. Zijn de producten adequaat? Reageren de klanten er positief op? En last but not least: we herbekijken ook de interne bedrijfsprocessen. Als die vlot en goedkoper verlopen, winnen we daarbij. En de klant uiteindelijk ook." TEYSEN. "Ik verwacht dat er een consolidatie komt. Dat is een voordeel. Op de Duitse markt bijvoorbeeld zijn er enorm veel verzekeringsmaatschappijen." TEYSEN. "Waarschijnlijk." DE SMET. "Je hebt natuurlijk wel het geld nodig om ervan te kunnen profiteren. Dat is niet bij alle spelers in tonnen aanwezig. De prioritaire uitdaging is momenteel de crisis, met alle budgettaire problemen van dien." DIERCKX. "De crisis heeft een aantal spelers kwetsbaar gemaakt. De vraag is: wie wil zulke opportuniteiten grijpen? De meeste verzekeraars willen zich nu niet aan een moeilijk integratieproces wagen. Er zijn inderdaad andere prioriteiten: elke maatschappij ziet erop toe dat ze goed gekapitaliseerd is. Maar zodra de crisis begint weg te ebben, komt er waarschijnlijk een andere mindset." DE SMET. "Ik denk dat we weer meer aandacht moeten hebben voor de traditionele verzekeringsproducten. De strijd om de kortetermijnproducten tussen verzekeringsondernemingen en banken zal afnemen. We moeten langer vooruitzien. Maar voorlopig kampen we vooral met financiële issues. Zaken als de klimaatverandering zijn natuurlijk ook belangrijk, maar hebben geen onmiddellijk effect op het management. Wij zijn niet heel actief bezig met wat er over tien jaar kan gebeuren in klimaatverzekering. (ironisch) We maken bijvoorbeeld geen producten die zwembaden beschermen tegen de gevolgen van het gat in de ozonlaag." THIJS. "Ik denk dat de klimaatverandering voor onze sector wel degelijk actueel is. Stormen en natuurgeweld zullen een invloed hebben op de schadeverzekeringen. We bestuderen dat al serieus. Een andere uitdaging is de vergrijzing van de bevolking. Die zal een rol spelen voor de levensverzekeringen, maar ook voor de zorgverzekeringen. De ziektekosten zullen stijgen. Bovendien heeft een oudere bevolking andere behoeften. Vroeger was je op je 65ste oud, nu laat je nog een operatie uitvoeren aan je knie om te kunnen blijven tennissen. De nanotechnologie wordt belangrijk in de gezondheidszorg. Moeten we klaar staan om organen te vervangen, zoals al gebeurt in de VS?" ROELANDT. "Ik denk dat de verzekeringssector, wellicht als enige, hier oplossingen kan aanbieden. De wetgever speelt daarin ook een grote rol. We moeten dus continu overleg plegen met de overheid. Over de renteverzekering bijvoorbeeld moet opnieuw gepraat worden. Niet om de verzekeringssector een plezier te doen, maar omdat er een nood aan is." TEYSEN. "De paradox die me ongerust maakt - en die onze sector overstijgt - is dat we de crisis bestrijden door de overheidsschulden omhoog te jagen. Er worden honderden miljarden in het economische systeem gepompt. Het wordt een immense taak om die immense geldstroom niet alleen goed te besteden, maar ook om de effecten op te vangen van de omkering van het macro-economische huishouden. Het inschatten van de gevolgen van de crisis is een enorme uitdaging, want het is een wereld die we niet kennen." DE SMET. "We zijn altijd vrij om dat gegeven aan te passen voor nieuwe producten. Belangrijk is wel dat de wet op de aanvullende pensioenen ook de ondernemers verplicht het risico van dat verplichte rendement op zich te nemen." ROELANDT. "De fiscale regelgeving in dit verband zou moeten evolueren. De grondslag voor taxatie wordt nog altijd bepaald op basis van de vroeger geldende rendementen van 4,75 procent. Dat is al lang achterhaald!" TEYSEN. "De Japanse verzekeringsmaatschappijen zijn kapotgegaan aan een te hoge verplichte rente. Ze moesten 4,75 procent toekennen, terwijl de markt slechts 1 of 2 procent opbracht. Met een intrestvoet van 4 procent kan je evenmin een gegarandeerde opbrengst van 3,75 procent opleggen. De werkgever wil dat risico begrijpelijkerwijze afwentelen op de verzekeringsmaatschappijen. We zullen de negatieve gevolgen pas over een jaar of zeven zien. Een aantal spelers heeft trouwens problemen gehad. Op dit moment is de situatie van de groepsverzekeringen erg ongezond." Allen: "Uiteraard." THIJS: "De banken zijn nodig om de economie er bovenop te helpen en het geld te laten stromen, hoor je altijd. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor ons. Als de economie opnieuw aantrekt, hebben particulieren en ondernemingen meer assets die beschermd moeten worden. Die cruciale rol is voor ons weggelegd. Mensen zullen altijd zekerheid blijven zoeken." DIERCKX. "Iedereen hoopt dat het keerpunt van de crisis er snel komt, maar een herstel zal waarschijnlijk niet meer voor dit jaar zijn. Voor de verzekeraars wordt het hoe dan ook back to basics. Maar dat is niet hetzelfde als terugkeren in de tijd! We moeten innovatief uit de hoek blijven komen met onze producten." (T) Door Celine De Coster en Hans Brockmans/Fotografie Pat Verbruggen