Als u een steengoed maar heel deprimerend managementboek wil lezen, dan moet u The Halo-effect van Phil Rosenzweig lezen. Helder, goed onderbouwd, maar het doorprikt alle mythes van de hoeraboeken. Deprimerende lectuur, want bijna alle populaire managementboeken lijden aan hetzelfde euvel. Eerst wordt een bedrijf succesvol en dan gaat men op zoek naar de verklaring. Uiteraard vertellen de betrokkenen dat het een kwestie was van innovatie, teamwork, focus en charismatisch leiderschap. Rozenzweig is zowat de enige die de heilige Jim Collins durft aan te vallen, de auteur van het alomgeprezen (vroeger ook door mij, ik beken) ' Good to Great'. Hij laat geen spaander heel van het boek. Maar dat heeft weinig indruk gemaakt. Enkel toen bleek dat Fannie Mae een van die geweldige bedrijven was, zijn sommigen beginnen te twijfelen. Misschien klopt er toch iets niet met Collins' methodologie.
...

Als u een steengoed maar heel deprimerend managementboek wil lezen, dan moet u The Halo-effect van Phil Rosenzweig lezen. Helder, goed onderbouwd, maar het doorprikt alle mythes van de hoeraboeken. Deprimerende lectuur, want bijna alle populaire managementboeken lijden aan hetzelfde euvel. Eerst wordt een bedrijf succesvol en dan gaat men op zoek naar de verklaring. Uiteraard vertellen de betrokkenen dat het een kwestie was van innovatie, teamwork, focus en charismatisch leiderschap. Rozenzweig is zowat de enige die de heilige Jim Collins durft aan te vallen, de auteur van het alomgeprezen (vroeger ook door mij, ik beken) ' Good to Great'. Hij laat geen spaander heel van het boek. Maar dat heeft weinig indruk gemaakt. Enkel toen bleek dat Fannie Mae een van die geweldige bedrijven was, zijn sommigen beginnen te twijfelen. Misschien klopt er toch iets niet met Collins' methodologie. Ik heb echter een nog veel deprimerender boek gelezen: het nieuwe van Jim Collins, Great by choice. Hoe 'great' te worden en te blijven in turbulente tijden. Collins predikt vooral nederigheid. Maar auteurs van managementboeken hoeven blijkbaar niet nederig te zijn, vooral als ze Collins heten. Die kunnen op hun eentje de waarheid vinden. Geen enkele bestaande theorie wordt getoetst. Neen, hij zal weer eens de feiten voor zichzelf laten spreken. Er zijn bibliotheken vol geschreven over de rol van innovatie, waaronder enkele knappe studies die bijvoorbeeld aantonen dat niet innovatie belangrijk is, maar de architectuur waarin die innovatie terechtkomt. Collins ontdekt dat liever zelf, op basis van zeven Amerikaanse bedrijven. Collins gelooft in discipline. En ik ben geneigd hem gelijk te geven. Hij heeft - hoera hoera - gevonden dat niet strategie belangrijk is, maar uitvoering. Nooit van Jack Welch gehoord, Jim? Welch heeft dat van de daken geschreeuwd. Collins vindt dat je beter vrij kleine maar systematische vooruitgang boekt. Nooit The checklist manifesto gelezen, mijnheer Collins? Kaizen is een begrip dat hem blijkbaar ook vreemd is. Collins heeft ook, na minstens tien andere managementauteurs, ontdekt dat uit de verdoemde Everest-expeditie van 1996 misschien wel managementlessen te trekken zijn. De expeditieleiders hadden te weinig discipline. Daardoor zijn acht mensen gestorven. Zie je wel, discipline is de sleutel tot succes. Maar de man in wiens expeditie de meeste doden vielen (vier, onder wie de expeditieleider zelf) was een toonvoorbeeld van discipline, van maniakale voorbereiding. Bij de andere expeditie stierf enkel de leider, waarschijnlijk door ziekte. Acht doden? Wij tellen er vijf. De drie andere? Dat waren Indiërs die aan de andere kant van de Everest omgekomen zijn onder totaal andere omstandigheden. Bronnen controleren lijkt mij voor iemand die zo trots is op zijn intensieve research een eerste vereiste. Collins is een soort oplichter. Hij lanceert een nieuw concept. Dat is zo vaag, ambivalent en paradoxaal dat we onze goeroe nodig hebben om het te interpreteren. Succesvolle bedrijfsleiders lijden volgens Collins aan 'productieve paranoia'. Zo verklaar je alles. Als het slecht gaat, is de sukkelaar of te goedgelovig of te achterdochtig, en is zijn achterdocht niet meer productief. Collins lijkt maar niet te beseffen, of te willen beseffen, dat hij gewoon etiketjes plakt op 'succes' nadat iedereen het succes heeft kunnen waarnemen. Nog zo'n concept: 'empirical creativity'. Wees creatief, maar met de voeten op de grond. Als het slecht gaat, is de sukkelaar of wereldvreemd, of onvoldoende echt creatief. Nog een voorbeeld: neem geen dodelijke risico's. Dat weet iedereen. Maar in de handen van Collins besef je dat de sukkelaars onvoldoende risico's hebben genomen, of net te veel. Loopt het slecht af, dan was het risico 'dodelijk'. Het is dus een deprimerend boek door zijn triviale conclusies, zijn intellectuele oneerlijkheid, de arrogante toon waarop het nederigheid predikt en de hoogmoed waarmee de auteur geen rekening wil houden met de inzichten van anderen. Ik wil de fans niet helemaal tegen de borst stuiten. 'Den Jim' heeft weer eens verhelderende inzichten klaar, die opnieuw vooral de pragmatici zullen aanspreken. Het boek is een schitterende bron van inspiratie, oneliners en tegendraadse ideeën. Laat me pogen het boek in enkele lijnen samen te vatten: groot en blijvend succes is niet het gevolg van radicale veranderingen onder leiding van charismatische superleiders, maar van volgehouden, gedoseerde, systematische inspanningen, waarbij je heel goed beseft dat het voortdurend fout kan gaan, waarbij je systematisch probeert kleine stapjes vooruit te doen, onverantwoorde risico's vermijdt en echt leert uit je fouten. Collins heeft wellicht nog nooit van Colruyt gehoord. Spijtig, want dan had hij aan één casestudy genoeg gehad. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Leuven Gent Management School.MARC BUELENSCollins lijkt maar niet te beseffen, of te willen beseffen, dat hij gewoon etiketjes plakt op 'succes' nadat iedereen het succes heeft kunnen waarnemen.