Een kleine dertig jaar geleden vroeg wijlen Jos Defoort, eminent fiscalist en filosoof, zich in zijn boek 'de belastingmaatschappij' af, of onze samenleving op termijn niet zou evolueren naar een soort 'verklikkingsmaatschappij'. Op ironische wijze schetste hij het beeld van een samenleving waarin alle burgers zouden worden ingezet bij het opsporen van belastingzondaars, en waarin iedereen door iedereen op fiscaal gebied in het oog gehouden wordt.
...

Een kleine dertig jaar geleden vroeg wijlen Jos Defoort, eminent fiscalist en filosoof, zich in zijn boek 'de belastingmaatschappij' af, of onze samenleving op termijn niet zou evolueren naar een soort 'verklikkingsmaatschappij'. Op ironische wijze schetste hij het beeld van een samenleving waarin alle burgers zouden worden ingezet bij het opsporen van belastingzondaars, en waarin iedereen door iedereen op fiscaal gebied in het oog gehouden wordt. Het hallucinante beeld is dertig jaar later nog geen realiteit. Maar de moderne samenleving vertoont er wel trekken van. Het beste voorbeeld is het 'preventieve luik' van de antiwitwaswetgeving. In het kader daarvan zijn tal van beroepsbeoefenaars verplicht hun cliënten vooraf te identificeren; en verdachte transacties te melden aan de cel voor financiële informatieverwerking, de zogenaamde witwascel. Tot die beroepsbeoefenaars behoren bankiers, verzekeraars, boekhouders, externe accountants en belastingconsulenten, bedrijfsrevisoren, casino's, vastgoedmakelaars, enzovoort, en in bepaalde omstan-digheden ook de advocaten. Zodra zij vermoeden dat hun cliënt zich inlaat met verdachte transacties, moeten zij de witwascel op de hoogte brengen. Die melding betekent niet dat de cliënt zich effectief schuldig maakt aan het witwassen van geld dat afkomstig is van misdrijven. De melding is slechts bedoeld om de witwascel de mogelijkheid te bieden een onderzoek in te stellen, en indien nodig, het parket op de hoogte te brengen. Eigen aan het preventieve deel van de antiwitwaswetgeving is, dat alles zeer discreet verloopt. De cliënt mag niet weten dat zijn gedragingen argwaan opwekken. De wet verbiedt daarom de betrokken beroepsbeoefenaars aan hun cliënt te melden dat zij een melding aan de witwascel doen of hebben gedaan. Zo kan het dat iemand vandaag bijvoorbeeld door zijn bankier met de glimlach ontvangen wordt, en dat hij morgen een controleur van de witwascel over de vloer krijgt, omdat achter zijn rug een melding is gebeurd. De antiwitwaswet veroorzaakt op die manier voor een nooit geziene wending in de verhouding tussen beroepsbeoefenaar en cliënt. Terwijl die verhouding tot voor kort gekenmerkt werd door een grenzeloos vertrouwen, wordt die tegenwoordig geïnjecteerd met een grote dosis argwaan: de beroepsbeoefenaars zijn wettelijk verplicht hun cliënten met een scheef oog te bekijken, en de cliënt weet, of zou moeten weten, dat hij argwanend in het oog gehouden wordt. Die argwaan speelt tegenwoordig eveneens op het gebied van de btw een belangrijke rol. Btw-plichtigen hebben recht op recuperatie van de btw die zij zelf aan hun leveranciers of dienstverrichters hebben betaald. Dit wordt gerealiseerd door het stelsel van aftrek van voorbelasting. Maar dat stelsel is erg fraudegevoelig. Getuige daarvan de moeilijk uit te roeien plaag van de btw-carrousels. In zo'n carrousel wordt in de verschillende stadia van de handelsketen wel btw aangerekend; en die btw wordt ook systematisch gerecupereerd. Maar ergens in de keten wordt de aangerekende btw niet doorgestort naar de schatkist. Het samenhangende stelsel van betaling van btw en recuperatie ervan, wordt op die manier gesaboteerd. Vandaar dat al jaren gezocht wordt naar middelen om dergelijke fraudemechanismen de pas af te snijden. Een van die middelen bestaat erin het recht op aftrek van de betaalde voorbelasting te ontzeggen, zodra blijkt dat de aangerekende btw door de leverancier niet doorgestort is naar de schatkist. De vraag is of je zo'n sanctie ook kunt toepassen als de afnemer niet weet dat zijn leverancier btw-fraude pleegt. Het Europese Hof van Justitie heeft daarop geantwoord, dat het niet strikt nodig is dat de afnemer absoluut 'wist' dat zijn leverancier een scheve schaats rijdt. Het volstaat dat de afnemer dat 'moest weten'. De argwaanmaatschappij is daarmee ook voor de btw een feit. Voortaan is het niet meer voldoende om na te gaan of de leverancier over een geldig btw-nummer beschikt, en de nodige btw in rekening heeft gebracht. De afnemer moet argwanend toekijken, en in redelijkheid nagaan of er niets verdachts opvalt. Bijvoorbeeld of de aangerekende prijs niet abnormaal laag is. Legt hij onvoldoende argwaan aan de dag, dan kan hem dat duur te staan komen. Hij kan ervan beticht worden dat hij moest weten dat zijn leverancier betrokken was bij een fraudegeval. Het recht op aftrek van de voorbelasting kan hem op die grond ontzegd worden. Op dezelfde basis kan hij ook aansprakelijk gesteld worden voor het betalen van de btw die zijn frauderende leverancier niet doorgestort heeft naar de schatkist. Niet vertrouwen, maar wantrouwen is blijkbaar ook voor de btw de nieuwe boodschap. DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG.Jan Van DyckOnvoldoende argwaan aan de dag leggen, kan de betrokkene duur te staan komen.