Fast50 was de voorbije jaren nog een Benelux-competitie. "Nu is de tijd rijp om een puur Belgische editie op te richten", zegt Nikolaas Tahon, managing partner bij Deloitte Accountancy. "Belgische bedrijven hebben lang wat afkerig gestaan tegenover snelle groei omdat ze vreesden die niet de baas te kunnen. Nu is het een kwestie van overleven door de toegenomen concurrentie, in het bijzonder uit het buitenland. Door technologie kunnen bedrijven ook veel sneller marktleider worden. Dat helpt hen meer middelen en talent rondom zich te verzamelen en te blijven innoveren."
...

Fast50 was de voorbije jaren nog een Benelux-competitie. "Nu is de tijd rijp om een puur Belgische editie op te richten", zegt Nikolaas Tahon, managing partner bij Deloitte Accountancy. "Belgische bedrijven hebben lang wat afkerig gestaan tegenover snelle groei omdat ze vreesden die niet de baas te kunnen. Nu is het een kwestie van overleven door de toegenomen concurrentie, in het bijzonder uit het buitenland. Door technologie kunnen bedrijven ook veel sneller marktleider worden. Dat helpt hen meer middelen en talent rondom zich te verzamelen en te blijven innoveren." "Snel groeien is noodzakelijk en bovendien is het iets dat je kan leren", voegt Duco Sickinghe toe. De ex-CEO van Telenet leidt nu het Vlaamse durfkapitaalfonds Fortino en komt daardoor veel in contact met groeibedrijven. "In de eerste plaats moet je bij de les blijven en je goed laten adviseren. Bedrijven opereren nu in een flat world. Het voordeel daarvan is dat Belgische bedrijven gemakkelijker internationaal opereren, maar omgekeerd kunnen buitenlandse spelers ook gemakkelijker de Belgische markt betreden." DUCO SICKINGHE. "Die kerktorenmentaliteit is er volledig uit, zeker bij de jongere generaties. Ze zijn zich ervan bewust dat ze moeten zijn waar hun concurrenten zijn. Bedrijven gaan soms hun concurrenten uit de weg, maar voor investeerders of andere partners is het veelbetekenend dat een bedrijf zijn mannetje kan staan in de kernmarkten van de concurrentie. Ondernemingen houden hun ontwikkeling vaak beter in België, maar ze moeten goede antennes hebben in hun kernmarkten. In de technologiebranche is de Amerikaanse markt zeer belangrijk. Belgische bedrijven kunnen daarom vaak niet zonder een afdeling in de VS." NIKOLAAS TAHON. "Misschien speelt de kerktorenmentaliteit nog wel het meest bij de zoektocht naar goede adviseurs of managementtalent. In België gaat men nog te snel bij de 'nonkel en tante' te rade in plaats van experts te zoeken die in de branche hun strepen hebben verdiend." TAHON. "In België duurt het soms te lang vooraleer wijzigingen worden doorgevoerd in het team. Dat hoeft niet noodzakelijk een bocht van 180 graden te zijn. Tijdens het zeilen moet je de koers soms slechts met een paar graden bijstellen om de wind vol in de zeilen te hebben. Er zijn ook veel minder 'soloslimondernemers'. Starters zijn er zich meer van bewust dat ze een of meerdere complementaire medeoprichters nodig hebben. Dat vereist meer openheid, maar uiteindelijk kan men niet anders. Wie snel wil groeien, kan dat moeilijk op zijn eentje." SICKINGHE. "De meeste ondernemers hebben een tunnelvisie als het over de samenstelling van hun team gaat. Dat is eigenlijk het grootste aandachtspunt voor snelgroeiende bedrijven. Een voetbalcoach speelt zelden het hele seizoen met dezelfde opstelling. In vergelijking met twintig jaar geleden kunnen bedrijven sneller goede partners vinden. Dankzij het internet verloopt de communicatie nu ook veel vlotter, maar er is nu ook een beter en divers aanbod van expertise. Deloitte en andere organisaties bieden nu een breed gamma aan diensten aan. "Daardoor hoeven bedrijven al die kennis niet noodzakelijk binnen de eigen vier muren op te bouwen. Een freelancespecialist kan nu voor vier of vijf bedrijven tegelijk werken. Zo kan een bedrijf zijn werkingskosten drukken. Dat is nodig. Europese bedrijven denken nog te veel dat ze goedkopere concurrenten kunnen afhouden door zich op een andere manier te differentiëren. Maar kosten blijven belangrijk. Schaalvergroting -- en dus groeien -- is daarom de boodschap." SICKINGHE. "Jonge bedrijven zijn zich te weinig bewust van een goede positionering: Wat is relevant voor welke klanten en hoe bereiken we die. Ik zie soms businessplannen van starters waar geen geld is uitgetrokken voor marketing. Dat is jammer, zeker omdat er online mooie resultaten te boeken zijn met beperkte middelen." SICKINGHE. "Daar ben ik het niet mee eens. Er zijn hier wel degelijk Belgische spelers bijgekomen die op het hoogste niveau meespelen. Clear2Pay bijvoorbeeld (onlangs voor 375 miljoen euro verkocht aan sectorgenoot FIS, nvdr). Dat het er niet meer zijn, komt misschien door een gebrek aan geld. Maar dat is zeker niet in de beginfase. In België is het gemakkelijk een paar honderdduizenden euro's aan startkapitaal bij elkaar te krijgen. Het probleem zit bij de bedrijven die tussen 3 en 10 miljoen euro aan doorgroeifinanciering nodig hebben. Daar is nog een gat in België, en dat is ook waar Fortino zich positioneert." TAHON. "Een goed concept en goed team vinden absoluut geld. En dat gebeurt veel in België. Voor de Rising Stars (een nevencompetitie voor recentelijk opgestarte techbedrijven, nvdr) hebben er zich hier al meer dan veertig kandidaten aangemeld. Zeker bij jongeren begint de drive om te ondernemen het te halen van de angst van het falen. Er is echt wel iets aan het veranderen. Het is overigens niet erg dat jonge bedrijven zich verankeren in een grotere onderneming. Een overname is soms de meeste verstandige keuze voor een bedrijf." TAHON. "België is een goed laboratorium om zaken uit proberen. Er is een sterk en divers weefsel van kmo's en ook de markt van multinationals is redelijk goed ontwikkeld. Dat schept fantastische mogelijkheden, maar zeker technologiebedrijven moeten durven uit te breken met die kennis en ervaring die ze hier opdoen." SICKINGHE. "De omstandigheden moeten meezitten, maar het is echt wel mogelijk. Kijk naar Marc Coucke. Die is begonnen met verkopen van een paar shampoos. Die heeft op een zeer verstandige manier een wereldbedrijf gebouwd. De crisis is de crisis, en die is zeer vervelend. Maar zoals Johan Cruijff zei: ieder nadeel heb zijn voordeel. Veel talentvolle jongeren kunnen niet meer de geijkte paden bewandelen. Door de crisis rekruteren grote bedrijven veel minder. Daardoor is de appetijt bij jongeren veel groter geworden. Maar ondernemen moet gemakkelijker zijn. Mijn vrouw heeft een bedrijfje en de boekhouding kost haar een significant deel van de omzet. Dat moet eenvoudiger, zonder dat we de normen versoepelen."STIJN FOCKEDEY, FOTOGRAFIE EMY ELLEBOOG