Tijdens de moeilijke begrotingsonderhandelingen van de regering-Di Rupo viel de voorbije weken voortdurend op dat de maatregelen om de begroting op orde te krijgen en de structurele hervormingen van de economie wel twee gescheiden werelden lijken. Dat onderscheid is een fundamenteel foute insteek.
...

Tijdens de moeilijke begrotingsonderhandelingen van de regering-Di Rupo viel de voorbije weken voortdurend op dat de maatregelen om de begroting op orde te krijgen en de structurele hervormingen van de economie wel twee gescheiden werelden lijken. Dat onderscheid is een fundamenteel foute insteek. Structurele hervormingen worden ondernomen om de groei van de economie en van de werkgelegenheid aan te zwengelen. Meer groei brengt voor de overheid meer inkomsten en minder uitgaven. Een doordacht en moedig beleid van structurele hervormingen draagt dus direct en wezenlijk bij tot de sanering van de publieke financiën. De kers op deze taart is dat veel van die structuurhervormingen bovendien zelfs geen geld hoeven te kosten. Uit recente studies van de OESO, de Parijse denktank van de rijke landen, blijkt dat net een land als België zeer veel te winnen heeft bij degelijke structurele ingrepen in het economische weefsel. Meer nog, de Belgische economie zou daar meer groei uit puren dan de rest van de rijke landen. Over een periode van twintig jaar zou het economische groeipotentieel van ons land er zelfs met 19 procent op vooruitgaan, een gemiddelde van bijna 1 procent per jaar (zie grafiek Groei-impuls van structurele hervormingen). Erg opvallend is dat België zelfs meer voordeel uit structurele hervormingen kan halen dan Griekenland. Ook Polen, Hongarije, Oostenrijk, Frankrijk, Spanje en Italië zouden bij een dergelijk beleid forse groei-impulsen krijgen. 1 procent van het bruto binnenlands product is voor ons land vandaag gelijk aan 3,7 miljard euro. Met onze belastingdruk van 50 procent en na enige correcties zou dat betekenen dat in euro's van vandaag de Belgische begroting in de komende twintig jaar jaarlijks een meevaller van gemiddeld 1,5 miljard euro krijgt. Dat effect komt er natuurlijk enkel op voorwaarde dat werk wordt gemaakt van een ernstig beleid van structurele hervorming. Wat de hoofdlijnen van dat beleid zouden moeten zijn, heeft de OESO intussen ook al aardig in kaart gebracht. Het lijstje van de ingrepen die België moet doen om zijn economie naar een hoger groeipeil te brengen, ziet er als volgt uit: Voor de detailhandel moet de politiek de reglementering over de winkeloppervlaktes en de openingstijden afbouwen. De netwerkindustrieën in ons land hebben nood aan een vereenvoudiging van de reglementering en meer eenheid in toezicht. De lasten op arbeid moeten lager, vooral voor de lagere looncategorieën. De belastingen op arbeid blijven in België veel hoger liggen dan gemiddeld in de OESO-club (zie grafiek Belastingen op arbeid). Het verschil tussen het nettoloon en de uitkeringen moet groter worden om de werkloosheidsval tegen te gaan. De werkloosheidsvergoedingen mogen hoger liggen in de eerste maanden, maar daarna moeten ze veel sneller afnemen. Het loonoverleg moet worden gedecentraliseerd door af te stappen van de centrale loonnorm. Het automatische loonindexeringsmechanisme moet uitdoven in de tijd. Ons hele arbeidsmarktbeleid heeft nood aan een grondige omschakeling. Daarbij moet het accent verschuiven van gesubsidieerde tewerkstelling naar verplichte training en bijscholing. Alle systemen gericht op vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt moeten uitdoven. De pensioenleeftijd moet worden opgetrokken. Het merkwaardige van deze door OESO-onderzoek geïnspireerde lijst is dat het, op de verlaging van de lasten op arbeid na, allemaal om maatregelen gaat die niet of nauwelijks geld kosten, zelfs op de heel korte termijn. Ook mag de samenhang in dit maatregelenpakket niet uit het oog verloren worden. Een voorbeeld. Een vermindering van de lasten op arbeid zal de vraag naar arbeid doen groeien. Maar als dat niet gepaard gaat met een grotere aansporing tot werken, zal die lastenverlaging zich na verloop van tijd vooral vertalen in hogere looneisen. In alle hoeken en kanten naar kleine besparingen zoeken, is zinvol en het moet gebeuren. Maar om de openbare financiën duurzaam te saneren, is het nog veel zinvoller ingrijpende structurele hervormingen door te voeren. De regering-Di Rupo heeft daarin de eerste stappen al ondernomen, bijvoorbeeld door de werkloosheidsvergoedingen degressief te maken en de vervroegde uitstap uit de arbeidsmarkt te bemoeilijken. Maar de todolijst blijft bijzonder lang. JOHAN VAN OVERTVELDT EN ALAIN MOUTON