Wij voorzien dat als hier niet tegen opgetreden wordt, Reach binnen vijf jaar dood is." Dat stelt Geert Krekel, de topman van de beursgenoteerde non-ferrogroep Campine en voorzitter van i2a, de Internationale Antimoonassociatie.
...

Wij voorzien dat als hier niet tegen opgetreden wordt, Reach binnen vijf jaar dood is." Dat stelt Geert Krekel, de topman van de beursgenoteerde non-ferrogroep Campine en voorzitter van i2a, de Internationale Antimoonassociatie. Reach is het prestigieuze Europese programma dat bedrijven verplicht alle stoffen die worden geproduceerd of ingevoerd in de Europese Unie te evalueren op hun risico's voor gezondheid en milieu. Een lovenswaardig en noodzakelijk initiatief, dat bedrijven de voorbije jaren wel handenvol geld heeft gekost. Zo heeft Campine al een half miljoen euro betaald om voor Reach in regel te zijn voor het metaal antimoon en antimoonverbindingen zoals antimoontrioxide en antimoonpentoxide. "Maar inclusief de indirecte kosten loopt dat op tot het drievoudige van dat bedrag", heeft Krekel becijferd. Alleen blijkt dat Reach wel eens een stevige steek laat vallen, ten koste van metaalverwerkers als Campine. Die wijst samen met de technologiefederatie Agoria op hiaten in de opvolging door Reach van registratiedossiers. Dat leidt tot oneerlijke concurrentie in de antimoonmarkt, stellen Krekel en Patrick Van den Bossche, de directeur van Agoria voor milieu en materialentechnologie. Om in regel te zijn met Reach werd niet alleen voor vele chemische stoffen maar ook voor vrijwel elk metaal een consortium van bedrijven opgericht om een registratiedossier op te stellen. Daarin staan gegevens over de impact van het metaal op milieu en mens, aangevuld met bedrijfsgegevens. Zo'n dossier opstellen is een dure aangelegenheid. Voor antimoon loopt het kostenplaatje op tot 5,4 miljoen euro, te verdelen onder de leden van het consortium. Campine had al lang geanticipeerd op de verplichte registratie van antimoon. "Wij wisten al van in de jaren 90 dat die ooit op ons zou afkomen", zegt Krekel. Maar lang niet elke speler in de sector was er als de kippen bij. Sommigen wachtten liever af tot Reach een feit was, alvorens hun wagonnetje aan te haken, en dat bleek een lucratieve houding. "Terwijl wij er een half miljoen in hebben gestoken, is de bijdrage van nieuwe leden kleiner. Zij krijgen de info voor 50.000 of 80.000 euro, en betalen daarna nog voor bijkomende informatie. Er moeten namelijk verdere studies gedaan worden, omdat er nieuwe vragen en nieuwe kennisinzichten komen. Eigenlijk hebben ze een soort licentie op de registratie voor Reach gekocht", zegt Krekel. Maar sommige spelers doen liever helemaal geen duit in het zakje. De Antimoonassociatie en Agoria wijzen onder meer met een beschuldigende vinger naar het Italiaanse Amik, een invoerder van grondstoffen. Amik benaderde de Antimoonassociatie wel, maar haakte af. "Zo'n bedrijf zegt dan 'ik vind het te duur, dus ik verzin zelf iets en zet het in het systeem'", aldus Van den Bossche. "En tot onze grote frustratie accepteert het IT-systeem van ECHA (het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen, dat Reach implementeert, nvdr) dat. Het is hallucinant. Als je een dossier met enkel maar spaties indient of stelt dat er geen informatie aanwezig is, gaat dat door de automatische compliance check. Reach accepteert met andere woorden een onvolledig dossier", zegt Van den Bossche, die stelt dat andere metalen te maken hebben met hetzelfde probleem. Het zorgt volgens de Antimoon Associatie en Agoria voor oneerlijke concurrentie, omdat zo'n bedrijf goedkopere tarieven kan aanbieden aan niet-Europese producenten. "In chemie zijn het vaak onderhandelde prijzen, maar metalen zijn beursgenoteerd", legt Van den Bossche uit. "Een kilo antimoon kost wat het kost op de beurs, wereldwijd. En de kosten die je maakt voor Reach gaan gewoon van je marge af. Je kunt niet tegen een klant zeggen 'kijk, ik heb die registratie gedaan en ik wil daar een premie voor krijgen'", zegt de Agoria-directeur. "We derven dus een stuk omzet door zulke free riders", voegt Krekel eraan toe. Bovendien stelt de Antimoonassociatie dat zulke registraties worden misbruikt door deze profiteurs, die hun eigen registratienummer ter beschikking stellen van niet-Europese producenten. Zo'n Chinese producent denkt dan: 'Waarom zou ik een officieel dossier openen? Ik kan veel goedkoper werken via dat Italiaanse bedrijf'", aldus Van den Bossche. ECHA onderwerpt wel 5 procent van alle ingediende dossiers aan een uitgebreide controle, maar ook dat brengt weinig zoden aan de dijk. Krekel: "Een dossier dat erg volledig is, en waar een uitgebreide wetenschappelijk onderbouwde uitleg in staat, daar kijken ze naar. Een nagenoeg leeg dossier krijgt geen prioriteit voor een uitgebreide controle." Van den Bossche: "Antimoon heeft een compliance check van ECHA gehad, terwijl het Amik-dossier waarvoor wij ECHA hadden gevraagd een check te doen, die niet kreeg. Dat is wel schrijnend." Maar het probleem is nog ruimer. ECHA kan wel controleren, maar voor de handhaving en bestraffing moet de Italiaanse overheid optreden. Die zou het registratienummer van het bedrijf kunnen afnemen, of de invoer in beslag nemen. "Maar waar sta je als de Italiaanse overheid niet wil meewerken?", vraagt Van den Bossche zich af. De Antimoonassociatie heeft het probleem al aangekaart bij de Italiaanse overheid. "Die zegt 'het interesseert ons niet'. Dat holt het hele systeem uit, en maakt dat bedrijven zich afvragen waarom ze zo veel geld hebben geïnvesteerd." Agoria heeft er ook de Belgische overheid al over aangesproken. "Maar ze kunnen niets doen omdat het niet op Belgisch grondgebied is. Daar zie je de beperkingen van het systeem", zegt Van den Bossche. In juni werd de zaak ook voorgesteld en besproken bij ECHA. "Maar er is niets uit gekomen", zegt de Agoria-directeur. De suggestie dat Reach overstelpt is door de vele dossiers, wuift hij weg. "Mijn indruk is dat ze dat eigenlijk relatief snel naar de Italiaanse overheid duwen en zeggen dat ze niets kunnen doen." "Wij hebben het ook elders in Europa aangekaart, en wat wij horen is dat de regulerende instanties en de politiek liever bezig zijn met het maken en onderhouden van systemen dan met ze uit te voeren", gaat Krekel voort. "ECHA weet dat, we hebben het hen verteld, maar ze zeggen dat we het zelf moeten oplossen. We zijn bij de EU geweest. En daar hoor je 'oei, als we dit soort dingen moeten doen, moeten we af en toe optreden en dat is ons ding niet'." Intussen groeit het ongenoegen binnen de Antimoonassociatie en haar 43 leden, gaande van handelaars, fabrikanten en importeurs tot gebruikers. "Dit ondermijnt de geloofwaardigheid van Reach. De helft van onze leden zegt 'foert, we stoppen ermee verder te investeren in regelgeving'. Ik begrijp hen wel, maar dat kan de bedoeling niet zijn", zucht Krekel.BERT LAUWERS, FOTOGRAFIE EMY ELLEBOOG"Als je een dossier met enkel maar spaties indient of stelt dat er geen informatie aanwezig is, gaat dat door de automatische compliance check van Reach"