Wanneer straks de deuren van het Kinepoliscomplex in Brugge openzwaaien, zal het publiek kunnen kennismaken met de vernieuwende cinemafilosofie van de Belgische beursgenoteerde bioscoopgroep. Tegelijk zal het publiek ook de technologie van Quick Sensor kunnen smaken. Maar terwijl het ene aspect - de nieuwe bioscoopfilosofie - perfect gevisualiseerd kan worden, is dat voor het hightechverhaal achter Quick Sensor veel minder het geval. Toch is de technologische inbreng van die laatste de achillespees van het hele gebeuren.
...

Wanneer straks de deuren van het Kinepoliscomplex in Brugge openzwaaien, zal het publiek kunnen kennismaken met de vernieuwende cinemafilosofie van de Belgische beursgenoteerde bioscoopgroep. Tegelijk zal het publiek ook de technologie van Quick Sensor kunnen smaken. Maar terwijl het ene aspect - de nieuwe bioscoopfilosofie - perfect gevisualiseerd kan worden, is dat voor het hightechverhaal achter Quick Sensor veel minder het geval. Toch is de technologische inbreng van die laatste de achillespees van het hele gebeuren. Het klinkt oersimpel, net daarom allicht duurde het tot vandaag voor het systeem op poten werd gezet. In elke bioscoopstoel wordt een sensor ingebouwd, die in verbinding staat met een centrale computer. Zodra iemand op de stoel gaat zitten, verklikt de sensor de aanwezigheid van een persoon. Leuk gegeven, denk je dan, tot de ongebreidelde mogelijkheden van het systeem zich langzaam ontplooien. Net dát gebeurde tijdens de ontwikkeling van het systeem door Nick Vandenbulcke en Frank Adins, de twee peetvaders van Quick Sensor. "In essentie levert de technologie van Quick Sensor een nieuw businessmodel voor de bioscoopsector." Grote woorden, daar is Vandenbulcke zich van bewust, maar wie de mogelijkheden van het systeem objectief bekijkt, moet toegeven dat hij wel eens gelijk zou kunnen krijgen. De informatie die via de sensoren wordt gegenereerd, is nagenoeg onuitputtelijk. Voor het eerst krijgen de bioscoopadverteerders, de filmdistributeurs en de bioscoopuitbaters zélf adequate en objectieve data. Hoeveel mensen hebben mijn reclamespot gezien? Welke zetels zijn het meest geliefd bij de bioscoopganger? Hoeveel mensen verlieten de zaal tijdens de film, en op welk ogenblik? Maar er zijn nog andere - commerciële - mogelijkheden. "Interactieve reclame behoort hiermee tot de mogelijkheden," aldus Nick Vandenbulcke, de techneut van dienst bij Quick Sensor. "Adverteerders zoals Red Bull of Coca-Cola hebben al interesse getoond." En met de komst van digitale cinema is interactie tussen wat er zich op het scherm afspeelt en het publiek in de zaal een kwestie van tijd. "Votingsystemen, of een wedstrijdje tussen verschillende bioscoopcomplexen, de mogelijkheden zijn legio," droomt Vandenbulcke. En zelfs in de meest eenvoudige toepassing blijft het interessant voor de consument. "Die kan zijn plaatsje reserveren via het internet, en bijgevolg valt er een stressfactor weg: zijn zetel staat immers klaar."Kinepolis, en vooral zijn co-gedelegeerd bestuurder Joost Bert broedde al langer op de idee van een open foyer. In dat systeem kan iedereen het bioscoopcomplex volledig binnen en buiten wandelen, zonder daarom effectief een film mee te pikken (zie kader: Kinepolis Brugge schaft ticketcontroles af). Zo lokt men meer volk naar het bioscoopcomplex, waardoor de 'verkoopzone' geoptimaliseerd wordt. Tegelijk wou Bert een eenvoudiger kasticketsysteem, waardoor het aanschuiven aan de kassa's verleden tijd is. Beide ideeën - noem ze gerust revolutionair in cinemaland - konden pas voluit slagen indien er een sluitend systeem van ticketcontrole op poten werd gezet. "Het idee was goed, alleen hoe om te zetten in de praktijk," aldus een retorische Nick Vandenbulcke die in zijn dagelijks leven eigenlijk zaakvoerder is van Flocom, een hightechcentrum waar telefonie, computertechnologie en technische coördinatie samenvloeien. "In een bepaalde vorm van naïviteit heb ik tijdens een cafédiscussie met Joost Bert gezegd dat ik dat wel even zou klaren," lacht hij. Na een aantal brainstormsessies én een compleet mislukt prototype bleek het uitgangspunt te berusten in stoelen met een ingebouwde sensor. Toen die idee vorm kreeg, was de entrepreneur in Nick Vandenbulcke niet meer te stoppen. Samen met Frank Adins, de man achter de transport- en expeditiegroep Transuniverse-Intercargo en een zakenrelatie van Vandenbulcke, werd daarvoor Quick Sensor opgericht. Anderhalf jaar later is Kinepolis Brugge de eerste klant. Een industrie die al vergevorderd was met de technologie en uitwerking van dit soort sensoren is de autosector, waar sensoren worden gebruikt voor het autogordelkliksysteem en de activering van de airbag. "We hebben eigenlijk voortgebouwd op die bestaande toepassingen." De technologie werd intussen gepatenteerd, met die nuance dat niet de sensor in de stoel zelf werd gepatenteerd, want dat was geen optie. Maar het cascadesysteem, waarbij alle stoelen met elkaar en met een centrale computer in verbinding staan, is beschermd. Het systeem zelf werd uitvoerig getest, met de medewerking van Kinepolis. "Ze stelden een zaal in Kortrijk ter beschikking waar we een jaar konden proefdraaien," zegt Nick Vandenbulcke. De ontwikkelingskost schat Nick Vandenbulcke voor Quick Sensor op ruim 750.000 euro, maar de totaalkost bedraagt een veelvoud daarvan. Tal van partners hebben meegewerkt en krijgen een percentage per verkochte stoel. "Met Kinepolis alleen redden we dit niet," weet Vandenbulcke. Op vandaag hebben ze echter al een zestal ernstige contacten. En nog eens een twintigtal geïnteresseerden kijken reikhalzend uit naar de lancering van het systeem in Brugge. "Het break-evenpunt ligt rond 30.000 stoelen," meent Vandenbulcke. Op kruissnelheid moet Quick Sensor jaarlijks zo'n 40- tot 50.000 stoelen kunnen uitrusten. Lieven Desmet