Triviaal of niet, het blijft markant: de Florentijnse schrijver en politicus Dante Alighieri (1265-1321) smachtte in het werk waarmee hij de literaire eeuwigheid veroverde naar de jongedame Beatrice die hij amper gekend had, terwijl de vrouw met wie hij trouwde en kinderen had niet eens een half woord kreeg in zijn hele oeuvre. In La Divina Commedia ( De goddelijke komedie) beschrijft hij zijn allegorische reis in de paastijd van het jaar 1300. Hij daalt af naar de hel,...

Triviaal of niet, het blijft markant: de Florentijnse schrijver en politicus Dante Alighieri (1265-1321) smachtte in het werk waarmee hij de literaire eeuwigheid veroverde naar de jongedame Beatrice die hij amper gekend had, terwijl de vrouw met wie hij trouwde en kinderen had niet eens een half woord kreeg in zijn hele oeuvre. In La Divina Commedia ( De goddelijke komedie) beschrijft hij zijn allegorische reis in de paastijd van het jaar 1300. Hij daalt af naar de hel, beklimt de Louteringsberg (het vagevuur) en ziet het goddelijke licht in het paradijs. Op zijn tocht ontmoet hij heel wat bekenden, zowel historische figuren als tijdgenoten. Zo stelt hij ook corruptie en hebzucht van sommige machthebbers aan de kaak, al beperkt hij zich niet tot zijn concrete middeleeuwse omgeving. Zijn figuren symboliseren evengoed de menselijke zwakheden en onhebbelijkheden, waarmee hij een universeel kunstwerk creëert, dat los van de politieke context gelezen kan worden. Uiteraard ontmoet hij er ook de vroeg gestorven muze Beatrice. De recente voortreffelijke vertaling op rijm door Ike Cialona en Peter Verstegen is nu ook verkrijgbaar als paperback (Athenaeum/P&VG, 958 blz., 27,50 euro). De ruim 14.000 verzen van De goddelijke komedie voltooide Dante pas kort voor zijn dood. Toen was hij al lang verbannen uit Florence, de stad die verscheurd werd door een politieke strijd, waarin de aanhangers van de paus aan het langste eind trokken. Dante droomde van een Italiaanse eenwording met een dubbel gezag, waarin de keizer moest zorgen voor de dagelijkse politieke orde en de kerk zich moest ontfermen over het geestelijke. In Dante Alighieri (Balans, 184 blz., 17,95 euro) tracht de Amerikaanse historicus E.W.B. Lewis ons nu wegwijs te maken in het politieke kluwen van Dantes epoque. De hoogleraar aan Yale slaagt daar vrij aardig in met een beknopte biografie. Af en toe gaat hij te vlug, lijkt het op een introductie in de denkbeelden, het leven en oeuvre van Dante voor lezers met weinig tijd, maar dat zou betekenen dat hij zich richt tot belangstellenden die al helemaal geen tijd hebben voor het magnum opus. Misschien vinden ze de nodige tijd tijdens een rustige tocht door Italië. Dan kunnen ze helemaal in de stemming komen dankzij Met Dante door Italië (Ambo, 248 blz., 19,95 euro). Frans van Dooren, die eerder al De goddelijke komedie in prozavorm vertaalde, gaat er op zoek naar de oorden waar Dante verbleef, naar plaatsen uit zijn werk en naar huidige verwijzingen naar de dichter. Uiteraard verpoost hij lang in Florence, maar zelfs in Rome achtervolgt de schrijver hem: in een restaurant wordt hij bediend door een ober die tussen de gangen door driftig in De goddelijke komedie leest. Jan Lodewyckx