De Amerikaanse beursindexen hebben sinds begin dit jaar het ene record na het andere gebroken. Zelfs de Europese beurzen zijn blijven stijgen, ook al gebeurde dat met horten en stoten. De Japanse Nikkei-index heeft nog nooit zo sterk gepresteerd -- een gevolg van het agressieve monetaire beleid van de Bank of Japan, de Japanse centrale bank. De groeilanden zijn daarbij op de achtergrond gebleven.
...

De Amerikaanse beursindexen hebben sinds begin dit jaar het ene record na het andere gebroken. Zelfs de Europese beurzen zijn blijven stijgen, ook al gebeurde dat met horten en stoten. De Japanse Nikkei-index heeft nog nooit zo sterk gepresteerd -- een gevolg van het agressieve monetaire beleid van de Bank of Japan, de Japanse centrale bank. De groeilanden zijn daarbij op de achtergrond gebleven. Sommige analisten vinden dat de opkomende markten te weinig groeien en dat hun beursprestaties niet voldoen aan wat beleggers ervan mogen verwachten. Maar dat gaat te kort door de bocht. Veel opkomende economieën hebben te lijden onder de zwakke wereldwijde groei en onder de dalende grondstoffenprijzen. Maar ze stellen niet allemaal teleur. Ze zijn zo divers dat er altijd stijgers te vinden zijn. De landen die hebben gebruikgemaakt van de jaren van wereldwijde economische groei om zich te diversifiëren en in te spelen op de opkomst van de lokale consument -- zoals Thailand, Turkije en Indonesië -- doen het een stuk beter. Ook de zogenoemde frontiermarkten, die nog in het eerste ontwikkelingsstadium zitten, verkeren in goede vorm. Ze groeien snel en zijn relatief immuun voor de crisis in Europa en voor de Chinese economische vertraging. De beurzen van Afrikaanse landen als Botswana, Kenia en Ghana hebben dubbelcijferige winsten neergezet. Ghana maakte zelfs een sprong van ruim 50 procent. Ook Vietnam, Laos, de Filipijnen en Argentinië kunnen prima beursprestaties voorleggen. Alle opkomende markten links laten liggen omdat de BRIC-landen -- Brazilië, Rusland, India en China -- achterblijven, is dus niet verstandig, al hebben de grootste vier opkomende economieën hoe dan ook een impact op de ontwikkeling van de andere groeilanden. Vooral de evolutie in China is verontrustend. Het land lijkt uitgeput na meerdere jaren van waanzinnige groei en het was de voorbije jaren geregeld het onderwerp van onheilsberichten. Toch is het nog lang niet uitgespeeld. China is in een nieuwe fase aanbeland, nu de industrialisatie er tot volle rijpheid is gekomen. "De Chinese economie is in het eerste kwartaal gegroeid met 7,7 procent", zegt Xueming Song, directeur Emerging Markets Fund Management bij DWS Investments. "Dat is minder dan de markt had verwacht, maar volgens ons is het meer dan voldoende. In 2013 en 2014 blijft de groei wellicht draaien rond 8 procent. Binnen vijf à zes jaar zal China mogelijk uitgroeien tot de grootste economische wereldmacht, als het zijn economie structureel kan heroriënteren." "China was de voorbije jaren de fabriek van de wereld. Maar de winstmarges van de bedrijven zijn niet langer bevredigend, zeker niet sinds de loonsverhogingen van vorig jaar. Het land moet verder gaan, in de richting van een productie met een hoge toegevoegde waarde. Daar werkt het ook aan. Het land zit in een overgangsfase die strategisch goed wordt beheerd." Xueming Song heeft voorlopig een voorkeur voor de dynamische en marktgeoriënteerde economieën in Zuid-Azië. "In vergelijking met die landen heeft China nog een lange weg af te leggen. Er is nog te veel politieke inmenging in de economie." Ook Mexico en Colombia beschikken volgens hem over sterke troeven, maar opkomend Europa gaat gebukt onder de Europese crisis. Veel analisten zijn bang voor een forse devaluatie van de yen. Ook de oorlogstaal van Noord-Korea veroorzaakt ongerustheid. Maar volgens Xueming Song is er maar een gevaar dat de ontwikkeling van de opkomende economieën kan afremmen of doen vastlopen: politieke instabiliteit. "Voor de financiële crisis van 2008 noteerde de yen 120 dollar. Vandaag is dat nog 100 dollar. De yen staat dus sterk. Daar hoeven we niets te vrezen. De Zuid-Koreaanse en de Chinese munt zijn nog veel te zwak in vergelijking tot hun economische gezondheid. Ze worden op allerlei manieren beschermd. De overheden zullen die controlemechanismen beetje bij beetje moeten opgeven." Ook Christoph Klein, strateeg bij Deutsche Asset & Wealth Management, is niet bang van Kim Jong-un, de nieuwe leider van Noord-Korea. "Kim Jong-un is jong en wil zijn gezag over het leger doen gelden. Hij blaft veel, maar hij bijt niet. De financiële kwetsbaarheid van het land is veel verontrustender. Noord-Korea zou in de verleiding kunnen komen om zijn nucleaire technologie te verkopen aan mensen met slechte bedoelingen." Vooral in Afrika lopen de politieke spanningen weleens op, maar doorgaans raken de problemen vrij snel opgelost. "Drie jaar geleden was Ivoorkust nog een kruitvat. Inmiddels ontwikkelt het land zich sneller dan de andere landen in die regio", relativeert Xueming Song. "Ook na de verkiezingen in Kenia was de situatie een hele tijd gespannen. Maar de Kenianen hebben een compromis kunnen sluiten en de toestand is weer normaal. Dat wijst erop dat die landen een bepaalde graad van ontwikkeling hebben bereikt. De dingen veranderen vlug in dat deel van de wereld." Niet toevallig gaat de voorkeur van Xueming Song in Afrika uit naar Ghana, Kenia en Ivoorkust. Toch keren de politieke veranderingen zich niet altijd ten goede. Een voorbeeld is Egypte. De onrust in dat land weegt zwaar op het imago van het land en op het toerisme, een van de belangrijkste inkomstenbronnen. De aandelenmarkten in de opkomende landen beschikken niet alleen over een sterk groeipotentieel, ze staan ook aantrekkelijk gewaardeerd. Een andere troef van die regio's is de relatieve zwakte van de lokale valuta's. Wellicht zullen die op middellange termijn in waarde stijgen, naarmate de productiviteit in de regio toeneemt, verwachten de specialisten van DWS. KARINE HUET"Er is maar een gevaar dat de ontwikkeling van de opkomende economieën kan afremmen of doen vastlopen: politieke instabiliteit"