BELASTINGEN ZIJN een beleidsinstrument en worden verondersteld maatschappelijke doelstellingen na te streven via de beïnvloeding van het gedrag van belastingplichtigen. Een goed belastingstelsel genereert onder meer een acceptabele opbrengst op een wijze waarover een redelijke consensus bestaat. Deze en vele andere beschouwingen zijn kwalitatief, waardoor de praktische invulling zal resulteren in vele discussies. Een aspect van de belastinginning dat weinig aandacht krijgt, is de psychologische impact op de belastingbetaler. Vanzelfsprekend zal die niet blij zijn met nieuwe of hogere belastingen, maar de 'marketing' van die maatregelen beïnvloedt de belastingbetaler evenzeer. Zo moet de fiscus ervoor zorgen dat de belastingbetalers zich niet al te ongelukkig voelen met nieuwe fiscale maatregelen. Klantenbinding in de vorm van aanvaarding van belastingen moet ook een beleidsdoelstelling zijn.

Enkel de fiscalisten worden beter van de effectentaks.

LAAT ONS DAT ILLUSTREREN met het voorbeeld van de effectentaks. Daar lijkt de boodschap van de fiscus te zijn: "Geachte belastingbetaler, is uw activiteit of vermogen nog niet ondergebracht in een vennootschap, dan wordt het hoog tijd dat u dat doet.". Met andere woorden: "Eigen schuld, dikke bult als u deze belasting moet betalen!" Vanuit het oogpunt van de gezondmaking van de openbare financiën is dat een zeer cynische boodschap. Want juist het onderbrengen van economische activiteiten in een vennootschap is de structurele doodgraver van de fiscaliteit en de sociale zekerheid.

DE EFFECTENTAKS BESCHOUWT vermogen in een vennootschap niet als vermogen dat toebehoort aan gezinnen. De inspirator van de effectentaks, minister Kris Peeters, en de uitvoerder, minister van Financiën Johan Van Overtveldt, hebben een ondernemingsverleden. Maar een belasting zo moduleren dat ze enkel vermogen treft dat rechtstreeks wordt aangehouden door particulieren, is nooit gezien. Alsof financieel vermogen van gezinnen onproductief is, terwijl beleggingen via vennootschappen wel voor economische activiteit zorgen. Die nieuwe economische theorie zal leiden tot veel economisch inefficiënt ontwijkgedrag.

FISCALE ONTWIJKING IS ZO OUD als ontduiking, maar perfect wettelijk. De modaliteiten van de effectentaks zijn zo geformuleerd dat wie er ooit aan dacht zijn activiteiten en/of vermogen onder te brengen in een vennootschap, nu ontstellend veel spijt heeft dat hij dat niet heeft gedaan. Maar uitstel hoeft geen afstel te zijn. Het is vanzelfsprekend nu toch nog aan de oprichting van een vennootschap te denken. Dat de kostprijs ervan wellicht de effectentaks overtreft, is gebaseerd op de huidige tarieven. We mogen evenwel de ervaring met de roerende voorheffing niet vergeten, die ons leert dat de verslaving toeslaat zodra beleidsvoerders een belasting gevonden hebben die ze kunnen verhogen. Bovendien biedt een vennootschapsstructuur nog vele andere voordelen.

ZOALS MET ZOVELE wijzigingen in de fiscaliteit zullen enkel de fiscalisten beter worden van de effectentaks. Steeds opnieuw wordt geklaagd en gezaagd over de complexiteit van ons belastingstelsel, maar iedere wijziging blijkt een gigantische stap in de verkeerde richting. We staan dicht bij een situatie waar alle belastingaangiftes door fiscalisten worden ingevuld. Zo zorgt de regering wel voor tewerkstelling. Het is duidelijk welk beroep toekomst biedt. Of de gemeenschap er beter van wordt, is een vraag die niet wordt gesteld.

DE EFFECTENTAKS IS bijzonder cynisch De belastingbetalers zullen nieuwe fiscale ingrepen met nog meer wantrouwen bekijken en onderzoeken hoe ze de gevolgen maximaal kunnen beperken. Zo zal de effectentaks de relatie tussen de fiscus en de belastingbetaler zeker niet verbeteren. Die laatste moet immers vaststellen dat louter politieke overwegingen domineren.

De auteur is hoogleraar economie aan de VUB.