In de milieuzaak rond de illegale cyanidestorten in Rumst dagvaardt Van Cauwenbergh ( VCR) de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij ( Ovam) en steenbakkerij Swenden, de voormalige eigenaar van het terrein. De producent van bouwmaterialen uit Rumst - waar eind vorige maand de tweede blauwe plek werd gesignaleerd - neemt het niet dat hij van zowel de overheid als de voormalige eigenaar de zwartepiet krijgt toegespeeld. Volgens advocaat ...

In de milieuzaak rond de illegale cyanidestorten in Rumst dagvaardt Van Cauwenbergh ( VCR) de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij ( Ovam) en steenbakkerij Swenden, de voormalige eigenaar van het terrein. De producent van bouwmaterialen uit Rumst - waar eind vorige maand de tweede blauwe plek werd gesignaleerd - neemt het niet dat hij van zowel de overheid als de voormalige eigenaar de zwartepiet krijgt toegespeeld. Volgens advocaat Marc Van Passel, juridisch adviseur van de groep, onderhandelt Van Cauwenbergh al sinds mei 1996 met Ovam over een mogelijke oplossing van het probleem. Van Passel: "Sinds de aankoop van de grond in 1992 heeft Van Cauwenbergh steeds als een goed huisvader gehandeld. In 1995 al, tijdens de voorbereiding van het Vlaams Bodemsaneringsdecreet - dat de saneringsplicht aan de nieuwe eigenaars oplegt, met uitzondering van historische vervuiling - vroeg Van Cauwenbergh aan Lovap om een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren. Het milieubedrijf stelde de verontreiniging vast. Volgens de betrokken expert bestond er evenwel geen gevaar voor de volksgezondheid, zolang er maar geen zuur op kwam. Vervolgens is Van Cauwenbergh samen met een deurwaarder zelf op zoek gegaan naar de vervuiler." Via gesprekken met enkele werknemers van steenbakkerij Swenden kwam de bouwmaterialenproducent bij een sluikstorter terecht - naar verluidt zou de cyanide van de oude cokesfabrieken uit Willebroek afkomstig zijn. In een schriftelijke verklaring, opgetekend door een gerechtsdeurwaarder, bevestigde Robert Swenden - de toenmalige bedrijfsleider - dat hij indertijd enkele vrachtwagens van het product als onkruidverdelger heeft laten openrijden, maar onmiddellijk met de leveringen stopte, toen het goedje spontaan begon te ontvlammen. In juli 1996 stapte Van Cauwenbergh naar Ovam met de vraag tussenbeide te komen. Van Passel: "Wij wilden als nieuwe eigenaar niet voor de sanering opdraaien. Daarom zochten wij naar de oorzaak én de vervuiler. Toen we die gevonden hadden, vroegen we de overheid op te treden. Na enkele brieven stelde Ovam een plaatsbezoek op 3 juli 1997 voor. Door een samenloop van omstandigheden kwam de betrokken ambtenaar echter op een tien keer grotere, verontreinigde site in de Hollebeekstraat - eigendom van steenbakkerij Swenden - terecht. Wij stelden voor dat beide terreinen tegelijk zouden worden gesaneerd. Ondanks twee rappelbrieven, respectievelijk in november en december 1997, hoorden wij niets van Ovam. Tot het dossier in de pers uitlekte en met het bekende paniekvoetbal als gevolg. Nu dreigt Van Cauwenbergh de sigaar te worden. Daarom stappen wij naar de rechter. We nemen de nodige maatregelen, zoals opgelegd, maar wensen wel de kosten te kunnen recupereren."