VLAANDEREN BIJ WERELDTOP.
...

VLAANDEREN BIJ WERELDTOP.Third International Maths and Science Study ( TIMSS) onderzocht in 41 landen de kwaliteit van het onderwijs op het gebied van wiskunde en wetenschappen. Bijgaande tabel geeft de eerste twintig landen weer uit de twee rangschikkingen met telkens enkele van de meest opvallende "achterblijvers". De scores werden opgebouwd op basis van de resultaten die dertienjarige studenten boekten op diverse tests. Vlaanderen doet het met een vijfde plaats voor wiskunde en een elfde plaats voor wetenschappen méér dan behoorlijk in ieder geval een flink stuk beter dan Wallonië, dat niet verder kwam dan respectievelijk een negentiende en 36ste stek. Brengt men de scores voor wiskunde en wetenshappen samen in één quotering, dan eindigt Vlaanderen vijfde, na Singapore, Japan, Zuid-Korea en Tsjechië en net voor Hongkong, Bulgarije, Nederland, Slovenië, Oostenrijk en Slovakije.Opmerkelijk is de dominantie van de Oost-Aziatische groeitijgers hoewel deze omschrijving niet echt meer van toepassing is op Japan. Ook de Oost-Europese landen laten uitstekende scores optekenen. Economische grootmachten als de Verenigde Staten (28ste en 17de), Duitsland (23ste en 19de) en Frankrijk (13de en 28ste) halen dan weer erg povere scores. Van de West-Europese landen komen Nederland en Oostenrijk het dichtst in de buurt van wat de dertienjarige Vlamingen presteren.Uit het TIMSS-onderzoek vallen inzake onderwijsbeleid twee grote conclusies te trekken :Ten eerste, meer financiële middelen zijn geen wondermedicijn. Zuid-Korea, Tsjechië en Bulgarije absolute toppers qua onderwijsresultaten behoren tot de landen die het minste geld besteden aan hun onderwijs. Landen als de Verenigde Staten en Denemarken spenderen per student zeer veel aan onderricht en scoren toch slecht. Ten tweede, de omvang van de klas maakt weinig uit. In de Oost-Aziatische toplanden zitten er zelden minder dan dertig leerlingen in één klas. Wat is dan wel bepalend voor die opvallende verschillen in de scores ? Het Britse weekblad The Economist bracht op basis van Brits onderzoek ter zake enkele elementen samen : veel aandacht voor de elementaire basis van de vakken, geen rekenmachines in de klas, klemtoon op hoofdrekenen, gebruik van gestandaardiseerde leerboeken en interactief onderricht met de hele klas, niet alleen in kleine groepjes zoals Britse en Amerikaanse scholen al te vaak beklemtonen.