KUNST IN DE OORLOG

Volgens historici was de twintigste eeuw een korte eeuw. Ze begon pas met de Eerste Wereldoorlog in 1914 en eindigde met de val van de Berlijnse Muur in 1989. De kunst staat niet los van die realiteit. Dat bewijst ook de expo 1914. Die avantgarden im Kampf.
...

Volgens historici was de twintigste eeuw een korte eeuw. Ze begon pas met de Eerste Wereldoorlog in 1914 en eindigde met de val van de Berlijnse Muur in 1989. De kunst staat niet los van die realiteit. Dat bewijst ook de expo 1914. Die avantgarden im Kampf. "Op vele bezoekers maakt deze muur het meeste indruk", vertelt tentoonstellingsmanager Wolfger Stumpfe. "Hier hangen zwart-wit- en sepiakleurige foto's van soldaten. Militairen aan het front, in de loopgraven, in de ziekenboeg, achter de linies of met verlof. Foto's van dertien in een dozijn. Toch zijn ze bijzonder. Het zijn beelden van kunstenaars die hun land dienden in '14-'18." "We hebben de neiging kunstenaars op een piëdestal te plaatsen, maar in onze expo stellen we vast dat ze heel gewone burgers waren die ook hun plicht deden. Je ziet bijvoorbeeld Georges Braque in zijn reservistenuniform in het atelier van Pablo Picasso in Parijs, Max Beckmann als verpleger, Fernand Léger rokend in een loopgraaf, Oskar Kokoschka met een operetteachtige verenhelm van het Oostenrijks-Hongaarse leger, Umberto Boccioni met een geweer om de arm of Jean Cocteau in uniform." Dat is enigszins verwonderlijk. "In de jaren voor de oorlog vond een nooit geziene explosie van artistieke stromingen plaats. De kunstenaars werkten bovendien in een erg internationaal netwerk. Er waren talloze buitenlandse contacten tussen bijvoorbeeld de Franse kubisten en de Duitse expressionisten van Der Blaue Reiter. Ze wisselden ideeën uit en werkten samen zonder acht te slaan op hun nationaliteit. 1914 vormde een abrupte cesuur." 'Parijs is als een verlaten landhuis. De lichten zijn gedoofd. De vrienden zitten allemaal aan het front. Of anders zijn ze al gesneuveld', schreef Marcel Duchamps over de lichtstad. De Fransman vluchtte in 1915 naar New York. De tentoonstelling in Bonn gaat na welke invloed de oorlog op de avant-gardekunstenaars had. "Sommigen maakten ineens patriottische kunst, anderen gingen de pacifistische toer op", zegt Wolfger Stumpfe. Natuurlijk waren er voor de Eerste Wereldoorlog al signalen dat de wereldbrand er zat aan te komen. "Sommige kunstenaars hebben ook een soort voelsprieten voor maatschappelijke tendenzen. In de kleurige Pruisische soldaten van Emil Nolde uit 1913 kan je ook een soort oorlogsrobots zien. Nog straffer waren de Italiaanse futuristen. Hun moderne kunst paste niet meer in het oude systeem en zij hoopten op een oorlog om de wereld te zuiveren. In 1914 schilderde Gino Severini een 'visuele synthese van het idee oorlog'." De kunstenaars werden ook as such ingezet in de oorlog. "Heel bijzonder is een stripachtige reeks van Kasimir Malevitjs met karikaturen van Duitsers en Oostenrijkers. Ook andere kunstenaars stelden hun talent ten dienste van het vaderland. En niet alleen voor propaganda, ook om camouflage te schilderen. Tot 1914 trokken soldaten in kleurrijke uniformen ten strijde, maar daarmee waren ze letterlijk schietschijven. Vandaar de nood aan camouflage. Je ziet hier bijvoorbeeld een Duitse staalhelm die in groen-bruin-rode vlakken is geschilderd, net alsof er een abstract schilderij op geprojecteerd is. Paul Klee beschilderde onder meer een vliegtuig." De oorlog was ook inspirerend als thema. De kunstenaars in de loopgraven hadden veel vrije tijd en de meesten hadden hun schetsboek mee, waarin ze taferelen uit hun dagelijkse leven -- vaak in Vlaanderen -- optekenden. Of ze schilderden de gruwelen van zich af, sommigen beeldden zichzelf af als slachtoffer. "Ze lijken zich de vraag te stellen of ze nog mens zijn", zegt Stumpfe. "Nog anderen keerden zich volledig van de oorlog af. Zo iemand was de Vlaamse graficus Frans Masereel, die in Zwitserland anti-oorlogsalbums maakte." "Nog in het neutrale Zwitserland richtte een groep émigrés in 1916 Cabaret Voltaire op, de directe voorloper van het dadaïsme, een internationale protestbeweging die eigenlijk tegen alles was. Nog voor het einde van de Eerste Wereldoorlog ontstond ook het surrealisme of ging iemand als Piet Mondriaan voor de complete abstractie. De belangrijkste perspectieven voor de twintigste-eeuwse kunst waren daarmee gegeven." De Bundeskunsthalle kon een indrukwekkende verzameling topwerken naar Bonn halen om de Europese kunstscene voor, tijdens en na '14-'18 te illustreren. De tentoonstelling Die Avantgarden im Kampf loopt tot 23 februari in de Bundeskunsthalle in Bonn. Tegelijk is er de fototentoonstelling Missing Sons. Verlorene Söhne, die de brug legt van de Eerste Wereldoorlog naar het heden. Tot 9 maart loopt ook de grote tentoonstelling Florenz! die de fascinatie voor de Toscaanse hoofdstad Florence onderzoekt. Ver van alle oorlogsgeweld kan je in Düsseldorf de haast poëtische tentoonstelling over Alexander Calder bezoeken. De Amerikaanse kinetische beeldhouwer is vooral bekend van zijn mobiles, zowel kleintjes die in de kinderkamer passen als levensgrote installaties. "Hoewel Calder (1889-1976) een Amerikaan was, behoort hij tot de Franse avant-gardisten van de jaren dertig", vertelt de erudiete communicatiechef van de Kunstsammlung Noord-Rijnland-Westfalen, Gerd Korinthenberg. "Calder was een ingenieur die in Parijs avant-gardistische tijdgenoten als Joan Miró, Marcel Duchamp en Piet Mondriaan leerde kennen. Het was na een ontmoeting met Mondriaan dat hij zijn eerste mobile creeerde. Hij vond dat er beweging ontbrak in diens abstracte werken. Daarom begon hij met de constructie van gemotoriseerde, abstracte draadstructuren. Jammer genoeg zijn de meeste motortjes ondertussen versleten." Hoewel Calder zich ver hield van de rivaliteit tussen abstractie en surrealisme, raak je als bezoeker betoverd door de fragiele mobiles. Het lijken abstracte kunstwerken die tot leven komen. Tegelijk kijk je naar de schaduwen ervan, wat een surrealistisch schouwspel oplevert. Je moet ook luisteren, want Calder legde zich later toe op sonore sculpturen die in beweging werden gebracht door luchtstromingen of een zachte aanraking. In de Kunstsammlung wordt elk halfuur een houten bolletje aan een draad in beweging gezet. Dat tikt gedurende enkele minuten afwisselend op een houten kist, enkele flessen en een blik. "Voor Calder was het belangrijk abstractie en beweging te verbinden. In de tentoonstelling focussen wij op Calders werk uit de jaren dertig en veertig en belichten het met belangrijke werken van onder meer Hans Arp, Mondriaan en Miró uit onze vaste collectie", zegt Korinthenberg. "De Kunstsammlung van de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen bestaat uit twee delen: twintigste-eeuwse (K20) en hedendaagse kunst (K21)." "De collectie bestaat sinds de jaren zestig toen we 88 belangrijke werken van Paul Klee konden kopen. K20 biedt echter geen encyclopedisch overzicht van de kunst van de vorige eeuw, maar heeft wel een bijzonder kwalitatief aanbod. We hebben het beste van de beste kunstenaars, denk maar aan Picasso of Henri Matisse. Ook onze collectie naoorlogse Amerikaanse kunst loont de moeite, met onder meer Jackson Pollock en Andy Warhol." Alexander Calder. Avantgarde in Bewe-gung loopt tot 26 januari in K20 in Düsseldorf. Tussen het station en de dom van Keulen, aan de oever van de Rijn, ligt een van de belangrijkste Duitse musea voor moderne kunst. Het Museum Ludwig toont twintigste-eeuwse en hedendaagse beeldende kunst. Het dankt zijn naam aan de gulle schenkers Peter en Irene Ludwig, een koppel ondernemers uit Aken. "Het bijzondere is dat ze meteen kunst begonnen te verzamelen om haar later in een museum onder te brengen", vertelt gids Mira Parthasarathy. "Het begon met 350 popartkunstwerken, daarna volgde een grote verzameling Russische avant-gardekunst en een langdurige bruikleen van honderden Picasso's." "Philipp Kaiser leidt dit museum sinds een jaar. Met Not Yet Titled. Neu und für immer im Museum Ludwig presenteert hij een indrukwekkende nieuwe opstelling van de vaste collectie, met kunst van de jaren zestig tot nu. Ze kreeg geen titel omdat bekende werken in een nieuw perspectief worden geplaatst en stukken uit de reserves een plaats krijgen. Een museum is ook steeds in beweging. Kijk maar naar de plek waarop je nu staat. Je bent verplicht over dit kunstwerk te lopen om van de gelijkvloerse naar de kelderverdieping te gaan." De Amerikaanse hedendaagse kunstenaar Oscar Tuazon bouwt stukken van doorsneewoningbouw op verschillende plekken in het museum. "Hier zie je een soort oprit. Wat er voorts nog komt, weet hij wellicht zelf niet", lacht Parthasarathy. "Hier in de onderste verdiepingen zoeken we het proces, de arbeid, het locatiegerichte van de kunst. Op de bovenste verdieping staat de relatie tussen de werkelijkheid en media-imago en beeldverwerking centraal." Tegelijk met Not Yet Titled is ook de Amerikaanse conceptkunstenares Louise Lawler aan het werk. "In het museum staan tachtig van haar werken. Hoewel, háár werken, daarover kan je discussiëren. Lawler fotografeert het werk van andere kunstenaars in hun context. Lawlers oeuvre toont aan in hoeverre de betekenis van kunstwerken bepaald wordt door hun presentatie. Haar analytische en soms ironische aanpak levert onthullende en vaak ook erg grappige beelden op. Bijvoorbeeld als ze een abstract schilderij van Pollock benadert als een soepterrine." Not Yet Titled. Neu und für immer im Museum Ludwig en Louise Lawler. Adjusted lopen tot 26 januari in Museum Ludwig in Keulen. FREDERIC EELBODEKunstenaars schilderden bijvoorbeeld ook camouflage.