Varadero. Wie Cuba een beetje kent, of regelmatig een blik werpt op de vluchtaanbiedingen, weet dat Varadero hét vakantieoord van Cuba is. Varadero, dat staat voor zonnekloppers, strandvogels, hotelgenieters. Havana ligt in afstand misschien niet ver weg (een dikke 100 km), de Cubaanse realiteit is dat vanuit dit luxeoord beslist wel. Dat Club Med - de bekende vakantiemaker is trouwens het product van een Belg - uitgerekend Varadero kiest voor zijn eerste vestiging op het eiland, is dan ook geen toeval. Bij Club Med zijn ze er in elk geval trots op. En de Cubanen hoor je ook niet mopperen (dat ligt in de eerste plaats niet in de aard van dit Latijns-Amerikaanse volk). Ze zijn maar al te blij met de deviezen die het toerisme in Cuba binnenbrengt. Wat niet wegneemt dat de luxe van de veelal westerse toeristen hen niet af en toe de ogen uitsteekt. Daarom dat Castro maatregelen nam. De lokale bevolking mag zich niet met de toeristen vermengen, althans niet officieel. Wat ertoe leidt dat toeristen de plaatselijke bevolking bijvoorbeeld niet mogen uitnodigen in hun hotel. Wil een Cubaan u zijn huis tonen, dan schept dat moeilijkheden. Althans, dat wordt gezegd. Natuurlijk hebben er veel contacten plaats. De Cubaanse bevolking is bijzonder hartelijk. Zowel in het zuidelijke Santiago de Cuba als in het noordelijke Havana spreekt iedereen je aan en worden standaardvragen afgevuurd. Van het 'waar-komt-u-vandaan' tot het ' quiere-usted-cigarros' (wilt u sigaren kopen?). Jongelui willen onderhandelen voor een spijkerbroek, of een Adidas-sportzak ruilen voor een doos sigaren. Storen doet het niet. It ain't what you do, it's the way that you do it. En aan vrolijke mensen wordt veel vergeven.
...

Varadero. Wie Cuba een beetje kent, of regelmatig een blik werpt op de vluchtaanbiedingen, weet dat Varadero hét vakantieoord van Cuba is. Varadero, dat staat voor zonnekloppers, strandvogels, hotelgenieters. Havana ligt in afstand misschien niet ver weg (een dikke 100 km), de Cubaanse realiteit is dat vanuit dit luxeoord beslist wel. Dat Club Med - de bekende vakantiemaker is trouwens het product van een Belg - uitgerekend Varadero kiest voor zijn eerste vestiging op het eiland, is dan ook geen toeval. Bij Club Med zijn ze er in elk geval trots op. En de Cubanen hoor je ook niet mopperen (dat ligt in de eerste plaats niet in de aard van dit Latijns-Amerikaanse volk). Ze zijn maar al te blij met de deviezen die het toerisme in Cuba binnenbrengt. Wat niet wegneemt dat de luxe van de veelal westerse toeristen hen niet af en toe de ogen uitsteekt. Daarom dat Castro maatregelen nam. De lokale bevolking mag zich niet met de toeristen vermengen, althans niet officieel. Wat ertoe leidt dat toeristen de plaatselijke bevolking bijvoorbeeld niet mogen uitnodigen in hun hotel. Wil een Cubaan u zijn huis tonen, dan schept dat moeilijkheden. Althans, dat wordt gezegd. Natuurlijk hebben er veel contacten plaats. De Cubaanse bevolking is bijzonder hartelijk. Zowel in het zuidelijke Santiago de Cuba als in het noordelijke Havana spreekt iedereen je aan en worden standaardvragen afgevuurd. Van het 'waar-komt-u-vandaan' tot het ' quiere-usted-cigarros' (wilt u sigaren kopen?). Jongelui willen onderhandelen voor een spijkerbroek, of een Adidas-sportzak ruilen voor een doos sigaren. Storen doet het niet. It ain't what you do, it's the way that you do it. En aan vrolijke mensen wordt veel vergeven. Het was lang geleden dat Club Med nog langs de wegen geafficheerd had. Maar u heeft het beslist opgemerkt. Club Med is er weer, en dat ondanks de toch wel catastrofale cijfers die een tijd geleden verkondigd werden (vooral te wijten aan hoge provisiebedragen). De Gentils Organisateurs van de club hebben er zin in, en geloven meer dan ooit in hun vakantie- en ontspanningsmarkt. Het optimisme geeft de toon aan. En moet het gezegd dat de tonen van Club Med erg goed swingen met de aanstekelijke Cubaanse muziek? Men spreekt al van de uitbreiding van de bestaande infrastructuur in Varadero. Om nog te zwijgen van de plannen voor een tweede Club Med in het zuidelijke Holguin, ergens aan het begin van de nieuwe eeuw. Sinds het beginvan de jaren negentig is Cuba een geliefde toeristische bestemming (meer dan 1 miljoen toeristen in 1997), en Club Med is in volle vaart op de boot gesprongen. De samenwerking met de Havaanse autoriteiten is bovendien opmerkelijk en zonder voorgaande. Club Med tekende een managementcontract met het staatsbedrijf Gaviota, dat instond voor de investering en de bouw van het erg luxueuze hotelcomplex. Niet minder dan 266 kamers en 18 suites op een oppervlakte van 18 ha aan het strand van Varadero. Dat strand is trouwens één van de mooiste van het land. Wat meteen verklaart waarom de vroegere dictator Fulgencio Batista precies daar een buitenverblijf had. Tussen haakjes, het buitensporige optrekje van de rijke industrieel Dupont de Nemours ligt ook in Varadero. Het werd onlangs volledig gerestaureerd en zal binnenkort opnieuw de deuren openen. Gaviota is, net zoals de concurrerende staatsbedrijven Gran Caraibe, Cubanacan of Isla Azul, bedrijvig in de toeristische sector, meer bepaald in het hoogste segment ervan. Viersterrenhotels, wagenverhuur, rondleidingen, enzovoort. De residentie van Club Med in Varadero scoort goed, het complex is nu al voor een aantal maanden volledig volgeboekt. Geen wonder dat de uitbreidingswerken dus al van start gegaan zijn. Er worden 190 bungalows en villa's gebouwd, de aanleg van een zwembad is al vergevorderd en de kinderen krijgen een eigen Club, dichtbij dat van de ouders. Bedoeling is dat het complex tegen het jaar 2000 zo'n 1100 personen kan ontvangen. Cuba staat niet stil. Dankzij de Spaans-Afrikaanse muziek, natuurlijk. Maar ook omdat de Amerikaanse boycot en de val van de Sovjet-Unie (grootste afnemer van suikerriet, en ook trouwe bondgenoot in ideologie en handel) de bevolking tot creativiteit dwingt. Het toerisme is een must. De enige manier om de broodnodige buitenlandse deviezen binnen te halen. Maar het toerisme zorgt ook voor tewerkstelling. Bij Club Med in Varadero werken bijvoorbeeld 200 Cubanen. En van de 80 animatoren, zijn er 20 Cubaan. Op zich niet opmerkelijk, ware het niet dat Philippe Bourguignon, huidig directeur van Club Med, met de regering een speciale overeenkomst gesloten heeft. Terwijl het vroeger (en ook nu nog) voor Cubanen niet vanzelfsprekend was om naar het buitenland te trekken, kregen de 20 Cubaanse animatoren dezelfde rechten als alle andere animatoren. Dat wil zeggen dat ze vrij mogen pendelen tussen de talrijke Club Med-vestigingen over heel de wereld. Die uitwisseling is een strategie van de Club Med-politiek. Zoals in het overgrote deel van de Clubs Med is haast alles inbegrepen in het totaalpakket. In Varadero zijn de sportfaciliteiten eindeloos: fitness, tennis, zeilen, surfen, duiken, beach-volley, voetbal, aerobic, zwemmen, boogschieten, darts, en zelfs een ware trapeze voor wie circusambities koestert. 's Avonds wordt er uiteraard gedanst, of genoten van een verfrissende mojito (Cubaanse rum met munt). We zijn ver van het eerste tentendorp in Alcudia op de Balearen. Want daar werd in 1950 de eerste Club Méditerranée geboren; met als vader de Belg Gerard Blitz. Hoewelin Cuba schaarsheid overheerst, loopt het land over van immateriële rijkdom. Cuba is een vrolijk land. Warm en openhartig, met het hart op de tong. Het heeft een indrukwekkend landschap. En prachtige steden waarin elke straat veel weg heeft van een openlucht-automuseum. Oude Amerikaanse wagens in alle kleuren en formaten rijden door de straten. Of staan - meer dan ze rijden - chaotisch geparkeerd. Door de Amerikaanse boycot is er immers gebrek aan brandstof. En daar kun je niet naast kijken. In Cuba lift iedereen. En stopt elke chauffeur zodra er iemand langs de weg staat. Auto's en vrachtwagens die niet volgeladen zijn, zijn zeldzaam. Rijden, dat doe je namelijk niet alleen.De fiets (de Chinese fiets!) is trouwens een echte revival begonnen op het eiland van Fidel. Nog erger dan Amsterdam. De straten van de steden liggen er op het eerste gezicht wat vervallen bij. Zeker de gevels, die zien er afgebladderd uit. Neem nu Havana. Wie door de straten van de Cubaanse hoofdstad wandelt, ontwaart in elk geval veel kleuren. De gevels zijn in allerlei tinten - van felrood tot knalgeel, van paars tot pistachegroen - geschilderd. Kleurrijk, dat wel. Maar nooit afgewerkt. Omdat er onvoldoende geld voorhanden was. Of beter gezegd, onvoldoende verf. Ook hier liggen de economische beperkingen van het eiland aan de grondslag. Verf kost geld, en wordt op basis van olie gemaakt. Maar de kwetterende vrouwen die op de stoep zitten te breien, of aardappelen schillen, maken alles nog kleurrijker. Op de banken roken mannen een grote sigaar, wordt stiekem Cubaanse rum gedronken, hier en daar rijdt een ijskar. Schoolkinderen - bijna allemaal mesties en mulat - rennen in keurig uniform door de straten, en ja hoor, je hoort ze regelmatig strijdliederen zingen.Wie het echteCubaanse leven wil leren kennen, raden we aan een maaltijd te nemen in een paladar, wat staat voor een klein privé-restaurant. Daar krijg je immers naast een portie typisch Cubaanse gerechten, ook een kijk in de Cubaanse werkelijkheid. Deze privé-initiatieven zijn een recente ontwikkeling. Wat vroeger niet mocht, kan nu wel. En daar heeft de komst van de paus niets mee te maken. Fidel kon niet anders, hij moest zijn Cubaanse bevolking nieuwe mogelijkheden bieden. De paladares horen daarbij. Het zijn restaurantjes met maximaal 12 stoelen; gerund door members of the family only. Er wordt geen vis gereserveerd, en ook geen koffie. "Maar wat zoek je er dan?", vraagt u zich af. Cuba is het antwoord. En dat betekent eindeloze vindingrijkheid, verregaande hartelijkheid. Neem nu La Guarida, een bekende paladar (de film Fresa y Chocolate is daar niet vreemd aan) niet ver van het hotel Nacional. Heerlijke voorgerechten vanaf 3 dollar, hoofdschotels kosten het dubbel, en voor een voortreffelijk dessert betaalt u 2 dollar. Reservatie is gewenst (La Guarida, Calle Concordia, 418, entre Gervasio y Escobar. Tel: 62.49.40). Havana, dat is ook de Malecon, met zijn kopers en verkopers, het klotsende water van de Atlantische oceaan, de verliefde koppeltjes - soms verdoken prostitutie -, de gitaarmuziek. Ter hoogte van het Prado moet u beslist een blik werpen op huisnummer 20. Paladar Prado 20 mag u namelijk niet missen. Een dame brengt u naar de zoveelste verdieping, van waaruit u een adembenemend zicht heeft op de baai. De paladar heeft iets van een privé-club omdat je er enkel binnenraakt via de bel. Er wordt geopend en u wordt binnengeleid in een aantal salons en een prachtige orchideeëntuin. Een daïquiri hoort er bij. De keuken is verfijnd, en de plek is schitterend. Bovendien is de bediening erg vlot, de rekening bedraagt rond de 20 dollar per persoon. (Prado, 20 Entre San Lazaro y Carcel. Tel: 61.79.32). Corazon Azul (blauw hart) op twee straten van het Hotel Nacional, richting Capitool, is de authenticiteit zelve. Hier verzamelen artiesten en journalisten, plaatselijke intellectuelen. Er wordt altijd heftig gediscussieerd, de ambiance is zonder weerga. Havana is een stad vol geheimen die staan te popelen om ontdekt te worden. Een paradijs voor nieuwsgierige en geïnteresseerde toeristen. Fijnproevers komen in de paladares beslist aan hun trekken. En in Club Med. Want daar strekken grote buffetten zich uit naar het parelwitte strand. Twee werelden in één land.Club Med: (02) 535.25.11.SERGE VANMAERCKE/PHILIPPE REYNAERS