Het is en het blijft toch bijzonder merkwaardig. Na de revolutie in 1959 was Cuba lange tijd één van de meest gesloten landen ter wereld. Tot 1975 kwamen er jaarlijks amper 3000 buitenlanders op bezoek. Meestal waren het 'bevriende' journalisten en sympathisanten van het regime die als 'bevoorrechte getuigen' kennis mochten maken met de 'verworvenheden' van de revolutie. Het eerste duwtje dat het toerisme kreeg, kwam verrassend uit medische hoek. De gezondheidszorg stond (en staat nog steeds) op zeer hoog niveau in Cuba. Tal van buitenlanders reisden naar Havana voor oog- en hartoperaties en namen er één of meerdere weekjes vakantie bij om te herstellen. Begin jaren '80 bracht het 'gezondheidstoerisme' jaarlijks tienduizenden Europeanen en Zuid-Amerikanen naar Cuba. Toen Fidel Castro met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn grote bondgenoot en steunverlaat verloor, zag hij in het toerisme de laatste strohalm om te overleven. Buitenlandse investeerders werden aangemoedigd om joint ventures op te zetten. Cubanen mochten voortaan dollars bezitten. En de massa kwam: 200.000 bezoekers in 1984; 600.000 in 1993; 1 miljoen in 1997; allicht 1,4 miljoen in 1998. En 2 miljoen in het jaar 2000? "In het verleden vreesden we dat het toerisme ons zou bezoedelen, maar toerisme is goud", verklaarde Fidel Castro zijn ommezwaai. El líder máximo heeft wel meer bokkensprongen gemaakt. Vraag het maar aan de paus.
...

Het is en het blijft toch bijzonder merkwaardig. Na de revolutie in 1959 was Cuba lange tijd één van de meest gesloten landen ter wereld. Tot 1975 kwamen er jaarlijks amper 3000 buitenlanders op bezoek. Meestal waren het 'bevriende' journalisten en sympathisanten van het regime die als 'bevoorrechte getuigen' kennis mochten maken met de 'verworvenheden' van de revolutie. Het eerste duwtje dat het toerisme kreeg, kwam verrassend uit medische hoek. De gezondheidszorg stond (en staat nog steeds) op zeer hoog niveau in Cuba. Tal van buitenlanders reisden naar Havana voor oog- en hartoperaties en namen er één of meerdere weekjes vakantie bij om te herstellen. Begin jaren '80 bracht het 'gezondheidstoerisme' jaarlijks tienduizenden Europeanen en Zuid-Amerikanen naar Cuba. Toen Fidel Castro met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn grote bondgenoot en steunverlaat verloor, zag hij in het toerisme de laatste strohalm om te overleven. Buitenlandse investeerders werden aangemoedigd om joint ventures op te zetten. Cubanen mochten voortaan dollars bezitten. En de massa kwam: 200.000 bezoekers in 1984; 600.000 in 1993; 1 miljoen in 1997; allicht 1,4 miljoen in 1998. En 2 miljoen in het jaar 2000? "In het verleden vreesden we dat het toerisme ons zou bezoedelen, maar toerisme is goud", verklaarde Fidel Castro zijn ommezwaai. El líder máximo heeft wel meer bokkensprongen gemaakt. Vraag het maar aan de paus. Dankzij een steeds aanzwellende stroom van investeringen, staat in Cuba een toeristische infrastructuur recht die in staat is om dit massatoerisme op te vangen, in vier- en vijfsterrenhotels, al dan niet all inclusive. Al is het ene vijfsterrenhotel het andere niet... Symbool van dit 'kapitalistisch' reisgenoegen is Varadero, volgens de Cubanen het mooiste strand ter wereld, 140 kilometer ten oosten van Havana. Chartervliegtuigen uit Europa - ook uit België - landen rechtstreeks in Varadero. Het strand - 17 kilometer lang - is al aardig volgebouwd met moderne en luxueuze toeristische complexen. Op de strandstroken tussen twee hotels in proberen Cubaanse jongens sigaren of... hun zus aan de man te brengen. For a few dollars more. We zullen het fenomeen nog ontmoeten op onze rondreis door Cuba. Varaderowas na de revolutie lange tijd een eenvoudig vissersdorpje, waar de vissers de vers gevangen kreeften op het strand kwamen aanbieden om ze op een houtvuur te roosteren. Het dorp heeft nog iets van zijn charme bewaard. En zijn nog enkele hotels van de jaren '50 overgebleven. Hotel Internacional bijvoorbeeld, met zijn prachtig terras langsheen de zee waar 's avonds een orkest de rumba speelt: beetje verouderd maar toch... Xanadú, de villa die de steenrijke Irenée Dupond de Nemours in 1927 liet bouwen, werd inmiddels ook gerestaureerd. Men kan er overnachten in één van de zes suites, stijlvol dineren op het terras of in een van de antiek ingerichte salons, men kan een glas drinken in de prachtig met houtwerk versierde bar. Na een partij golf bijvoorbeeld. Dupond was ook de oprichter van de eerste golfclub in Cuba, tussen de palmbomen, langs de oceaan. De 18 holes golf van Varadero is nog steeds de enige in Cuba. Maar lang zal dat niet meer duren. Tegen het jaar 2000 zullen maar liefst 8 nieuwe golfs worden geopend. Om maar te zeggen dat we nog maar het topje van de toeristische ijsberg hebben gezien. De nieuwe ontwikkelingen van de komende jaren zullen trouwens vooral het luxetoerisme aanspreken. Tegen eind 1999 zal een romantische stoomtrein tussen Santiago de Cuba en Havana rijden: het wordt de meest luxueuze trein in de Amerika's, stijl Orient Express. Een megaproject van de Belg Thierry Nicolas en zijn maatschappij Transnico. Aan stoomlocomotieven en oude wagons is er in Cuba geen tekort. Het interieur van de trein zal worden aangekleed door het Italiaanse top-designhuis B&B Italia. Oudere hotelcomplexen - zoals het aftandse hotel Jagua in Cienfuegos - zullen worden ontmanteld en heropgebouwd. Her en der worden reeds kleine luxehotels geopend. Havana gaf het startsein met de restauratie van het prachtige Hotel Santa Isabel: 27 kamers waarvan 10 suites. De internationale vistoernooien - die in het teken staan van Ernest Hemingway en The Old man and the Sea en waaraan luxejachten uit de hele wereld (zonder de VS) deelnemen - worden opnieuw georganiseerd. Het diepzeeduiken op Cayo Largo wordt extra gepromoot. En er zijn plannen om eindelijk eens werk te maken van een fatsoenlijk fly & drive-programma met de fameuze oldtimers die Cuba rijk is. Allemaal projecten die - met medeweten en steun van de regering - van het communistische Cuba een exclusieve topbestemming voor het luxetoerisme zullen maken. Het massatoerisme daarentegen wordt vooral naar Varadero versluisd. Men kan het zo'n beetje vergelijken met de ontwikkeling van het toerisme destijds aan de Spaanse costa's. Bijzonder cynisch is wel dat Fidel Castro verkeerd gegokt heeft met de inplanting van het massatoerisme op zijn eiland. Toen de stranden van Varadero reeds flink vol gebouwd waren, is immers gebleken dat de beste olievoorraden zich precies op deze plaats situeren. Terwijl de Cubanen zich nu moeten tevredenstellen met minderwaardige olie. Voor elk pact met de duivel betaalt men zijn prijs. Het toerisme brengt momenteel bijna 1 miljard $ in de staatskas, net iets minder dan het suikerriet (1,2 miljard $). In het jaar 2000 zal toerisme de belangrijkste economische activiteit zijn. Zo'n 80.000 Cubanen vinden een begeerde baan in de toerismesector. Universiteitsprofessoren en artsen geven de voorkeur aan een job als taxichauffeur of piccolo in een hotel omdat ze op die manier meer (lees: dollars) kunnen verdienen. Maar dat betekent niet dat de bevolking er globaal beter van wordt. De Cubanen hebben nog altijd geen vlees op het bord (2 kilogram vlees komt overeen met een gemiddeld maandloon) en moeten in de rij staan voor stuk zeep of een zak rijst. Terwijl de toeristen (zonne)baden in weelde. Insight Guide Cuba: "De meest smakeloze uitwas van de Cubaanse toerisme-industrie is waarschijnlijk de behoorlijk strikte scheiding die wordt gehandhaafd tussen de plaatselijke bevolking en de toeristen. (...) Dit systeem is in tegenspraak met alle socialistische idealen en wordt vaak aangeduid met de term toerisme-apartheid." Havanais - uiterlijk - niet zoveel veranderd sedert vijf jaar geleden toen ik hier voor het laatst was. Hier en daar is er een hotel bijgekomen; enkele schaarse gebouwen - vooral rond de toeristische trekpleisters - werden gerestaureerd; er zijn een paar nieuwe cafés en restaurants geopend. De Tropicana-nightclub - de enige die de revolutie heeft doorstaan - glittert als in haar beste dagen. Maar de honderden huizen aan de Malecón staan er nog steeds even vervallen en troosteloos bij en worden bewoond door tientallen families. En toch is er veel veranderd in Havana. Wanneer ik de eerste avond in de bar van het hotel Riviera een rum bestel, zie ik tot grote verbazing achter de rugleuning van de clubzetels overal meisjeshoofden verschijnen. Jonge vrouwen die zich verscholen houden, maar oogluikend worden toegelaten. Eentje waagt het toch haar schuilplaats te verlaten en glipt op een barkruk. "Mister, u hoeft mij niets aan te bieden, ik ga u ook niet lastig vallen. Mag ik gewoon vijf minuten naast u zitten? Als men ziet dat ik alleen ben, word ik weggejaagd." Ze is pas 18 (sic) en is met een aantal vriendinnen uit Holguin naar de hoofdstad getrokken. Omdat ze geen werk kon vinden. In de disco van het hotel zitten minstens 100 meisjes zonder werk die spontaan hun diensten aanbieden. Van overal stromen ze naar Havana toe. Met duizenden zijn ze. En zeggen dat Fidel Castro gezworen had de prostitutie voor eens en voor goed uit te roeien. For a few dollars more... Sommige verschijnselen doen weer denken aan het decadente Batista-tijdperk van de jaren '50. De pooiers en de hoertjes zijn terug. De maffia volgt. Alleen de casino's ontbreken nog... én de yankees. Maar ook de Amerikanen komen schoorvoetend terug. American Airlines vliegt rechtstreeks van Miami naar Havana om Cubaanse Amerikanen - na een grondige controle - in staat te stellen hun familie te bezoeken én te bevoorraden. Amerikaanse toeristen komen via de Bahamas of Mexico het land binnen, of meren aan met luxueuze cruiseschepen. Om sigaren te kopen? In 1997 werden 9300 Amerikanen in Cuba geteld; in 1998 tot en met augustus waren dat er al 31.000. Cubanen die het zouden kunnen weten, voorspellen het einde van VS-boycot voor het jaar 2000 of 2001. In afwachting staat overal de slogan op grote panelen geschilderd: "Por la Vida. No al Bloqueo". Er is iets dat ik mis in Havana. Na twee dagen ronddolen, weet ik wat het is. De muziek is nog steeds aanwezig in de stad. In de bars en restaurants wordt het hele repertoire afgedreund: dansón, son, rumba, merengue, trova... Guantanamera wordt tot in den treure herhaald. Hasta Siempre, de prachtige ode aan Che Guevara, snijdt nog door het merg. Vooral wanneer het gezongen wordt door Marianita Morejon in de Bodeguita del Medio. Maar: het liedje wordt altijd voor toeristen gespeeld. Er wordt niet meer spontaan gemusiceerd en gedanst op straat, de jongeren op de Malecón hebben geen transistors meer bij. Het lijkt alsof de fut eruit is. De helden van de revolutie zijn moe en moedeloos geworden. "A nostros este la victoria". Welke overwinning? Toch blijftCuba een prachtig en bijzonder interessant land om te bezoeken. "Het mooiste land dat mensenogen ooit aanschouwd hebben", zei Cristóbal Colón toen hij er op 28 oktober 1492 voet aan wal zette. Cuba ziet er nu allicht helemaal anders uit. De meer dan 100.000 indianen zijn verdwenen. Van de oorspronkelijke fauna blijft niet veel meer over, omdat veel natuur moest plaats ruimen voor plantages van koffie, suikerriet en tabak. (Een mooie combinatie: koffie met rum en een havanna. Alleen voor toeristen.) Toch blijven er nog adembenemende landschappen over, bijvoorbeeld in het westen, in de Vuelta Abajo waar 's werelds beste sigaren vandaan komen. Koop ze niet op straat, want u riskeert bananenbladeren te roken. Maar het interessantste van een reis door Cuba zijn allicht de kleinere steden, met hun koloniaal verleden en hun socialistisch heden. Trinidad is zo'n pracht van een stadje. De hele stad heeft een museale waarde, werd trouwens door de Unesco uitgeroepen tot Patrimonium van de Mensheid. Trinidad straalt melancholie uit. Maar wat betekent melancholie. Terugdenken aan een tijd toen alles beter was? Wanneer was alles beter voor de Cubanen? Wanneer wordt alles beter? In het koloniale verleden zal het ook niet allemaal rozengeur en maneschijn geweest zijn. Integendeel. Zoals alle landen in de Amerika's is Cuba gebouwd op slavernij. En toch heeft zich in dit land met zijn unieke geschiedenis een merkwaardig iets voltrokken. Deze mix van mensen - voornamelijk uit Spanje, zwart Afrika en andere Caribische eilanden - heeft zich gemengd tot één volk; hun ritmes hebben zich versmolten tot een nieuwe muziek die de moeder is van alle Latijns-Amerikaanse klanken. Trinidad is de aangewezen plaats om kennis te maken met de Cubaanse muziek. Dat kan in de Casa de la Trova, een klassiek adres, of in de Casa de la Musica. Bij muziek hoort dans, zeker in Cuba. De meisjes willen wel dansen. Maar ze mogen niet! "Ik zou heel graag dansen", zegt Rosa. "Maar ik mag niet dansen met buitenlanders. Ik mag zelfs niet aan hetzelfde tafeltje zitten. Wie met een buitenlander gezien wordt, krijgt dadelijk een stempel opgeplakt." De veiligheidsagenten in de danstent houden iedereen in de gaten. Dit systeem overleeft, overleeft zichzelf, alleen bij gratie van een wijd vertakt systeem van staatsveiligheid, van controle en verklikking. Rosa zal die avond niet dansen. Doet ze het wel, dan riskeert ze haar paspoort te verliezen, dan riskeert ze op te houden te bestaan, een stempel opgeplakt te krijgen waartegen ze zich te allen prijze verzet. En Rosa heeft haar fierheid. Die fierheid die tot voor enkele jaren gedeeld werd door een groot deel van de bevolking. De revolutie was ooit één van die redenen tot fierheid. Lang geleden. Een oude en gammele taxi brengt me terug naar mijn sterrenhotel buiten de stad, aan de zee. Halfweg de rit breekt de stuurstang in twee stukken. Chauffeur Augustinos gaat onder de wagen liggen, begint te sleutelen en te schroeven en herstelt de stang met een rubberen elastiek. " Cubano inventivo", lacht hij wanneer hij het eindpunt van de rit bereikt. Cuba overleeft dankzij zijn inventiviteit. Maar ook dankzij El Bombo, de loterij, die ieder jaar duizenden Cubanen in staat stelt het land te verlaten via de Zwitserse ambassade. Vanuit het buitenland kunnen de 'winnaars' van de loterij dan hun hele familie onderhouden. Juan Carlos Suarez, een Cubaans teaterdirecteur, acteur en scenarist (o.a. van de film Fresa y Chocolate) die in Brussel woont, toont ons in de havenstad Cienfuegos de huizen waar zijn familie vroeger gewoond heeft. Rijke huizen van mensen die hun geld met plantages hebben verdiend en alles later teloor zagen gaan. De huizen zijn nu staatseigendom, totaal in verval. Het mooiste huis doet dienst als Casa de la Cultura. De tand des tijds knaagt aan het buitengewone gebouw. Op het dak staat een immense tafel in natuursteen waar in andere tijden de gasten ontvangen werden. Hier speelde vroeger een orkest, werd champagne gedronken. In het gebouw schuilt een scenario voor een film. Flarden van het verleden worden weer zichtbaar. Maar het feest is lang voorbij. Het orkest is verstomd. Ik hoor geen salsa meer. Ben eerder in the mood for blues. Cuba, quo vadis? Info: Jetair biedt vanaf november een ruim pakket reizen naar Cuba aan en vliegt ook met charters rechtstreeks vanuit Brussel naar Cuba. De brochure is verkrijgbaar bij de reisagent. Vliegen: met Cubana Airlines, rechtstreeks van Brussel naar Havana, op de terugreis met stop in Londen. De business class heeft een ware facelift ondergaan. Tel: (02) 640.20.50. HENK VAN NIEUWENHOVE