Topsporters hebben de stiel vaak op straat geleerd. Dat geldt niet alleen voor voetballers. Ook atleten en wielrenners kwamen als kind te weten dat ze aanleg voor hun sport hadden, omdat ze in buurtwedstrijden steevast hun vriendjes klopten. Basket is ook zo'n typische straatsport. In alle Amerikaanse steden en dorpen ligt er ergens wel een terreintje met oude, geroeste ringen.
...

Topsporters hebben de stiel vaak op straat geleerd. Dat geldt niet alleen voor voetballers. Ook atleten en wielrenners kwamen als kind te weten dat ze aanleg voor hun sport hadden, omdat ze in buurtwedstrijden steevast hun vriendjes klopten. Basket is ook zo'n typische straatsport. In alle Amerikaanse steden en dorpen ligt er ergens wel een terreintje met oude, geroeste ringen. Ook in de golfsport zit het eraan te komen. Over een paar jaar wint iemand een toptoernooi en verklaart hij nadien dat hij niet heeft leren golfen met pa en ma op een keurig terrein, maar op straat. De Europese golfsport wordt nu nog gedomineerd door de Britten, omdat er aan de andere kant van het Kanaal tal van openbare golfbanen liggen. Maar ook Duitsland is meer dan ooit een kweekvijver van golftalent aan het worden. Daar, net als in Oostenrijk en Zwitserland, is crossgolf (afgekort: X-golf) inderdaad razend populair. Via het internet zouden al meer dan 40.000 beoefenaars geregistreerd zijn. Crossgolf valt vooral in de smaak bij studenten die lak hebben aan de golfetiquette en het spelletje op hun manier willen leren. Toch is X-golf geen vorm van jeugdrebellie. Dat jongeren er een beetje grunge bij lopen, impliceert ook niet automatisch dat ze uit de toon zouden vallen op een golfbaan. Ze staan zelfs dichter bij het authentieke spel dan sommige crossers in Wallonië, die geen clubs of gewone balletjes gebruiken, maar spelen met een soort knots en grote ballen. In crossgolf hebben de spelers maar twee ijzers en bestaat de opwarming uit een paar danspasjes, zoals het Franse Equipe Magazine onlangs ontdekte. X-golfers doen hun ding in verlaten straten, met echte golfballetjes (!), maar ook in parken, parkings of verlaten fabriekspanden. Ze kiezen palen, vensters of bomen uit als doelwit en proberen zo, op hun manier, het balletje in de hole te krijgen. Ze spelen op heel instinctmatige manier op afstanden par 3. Een beetje zoals die ontelbare Britten die single handicap zijn, maar nooit in hun leven een teaching pro of driving range van dichtbij hebben gezien. Soms spelen ze in looppas, en als ze de voorbijgangers de stuipen op het lijf hebben gejaagd, gaan ze eerst een biertje drinken en daarna nog wat studeren. Later, als ze een job hebben, zullen ze zich uiteraard inschrijven in een echte club. Onder elkaar praten ze niet over hun swing, maar ze chatten in levende lijve en zoeken voortdurend naar nieuwe, waanzinnige uitdagingen. John Baete