Sexy noch hip is Tractebel in de VS. Enron was dat wel, maar elk energiebedrijf wijst vandaag vooral op zijn verschillen met het teloorgegane rolmodel. "Discipline en geduld regeren ons handelen," zegt Bill Utt, de chief executive officer (CEO) van Tractebel Noord-Amerika (TNA). Traden of handelen in stroom zonder zelf centrales in portefeuille te hebben, is in dit post-Enron-tijdperk een verbrande strategie. Tractebel zweert in de VS bij de aanpak van dochter Electrabel: zelf stroom opwekken en diezelfde stroom ook zelf verkopen. Niet het ene zonder het andere. De productiecapaciteit moet worden ingedekt met verkoopcontracten, omgekeerd moeten de leveringsverplichtingen met eigen centrales worden voldaan.
...

Sexy noch hip is Tractebel in de VS. Enron was dat wel, maar elk energiebedrijf wijst vandaag vooral op zijn verschillen met het teloorgegane rolmodel. "Discipline en geduld regeren ons handelen," zegt Bill Utt, de chief executive officer (CEO) van Tractebel Noord-Amerika (TNA). Traden of handelen in stroom zonder zelf centrales in portefeuille te hebben, is in dit post-Enron-tijdperk een verbrande strategie. Tractebel zweert in de VS bij de aanpak van dochter Electrabel: zelf stroom opwekken en diezelfde stroom ook zelf verkopen. Niet het ene zonder het andere. De productiecapaciteit moet worden ingedekt met verkoopcontracten, omgekeerd moeten de leveringsverplichtingen met eigen centrales worden voldaan. TNA heeft momenteel een productiecapaciteit van 1834 megawatt in de VS. Tegen 2006 moet dat cijfer 8833 megawatt bedragen. Op het eerste gezicht lijkt het een weinig doordachte investeringsstrategie, gezien de huidige overcapaciteit op de Amerikaanse markt. Maar gedurende vijftien jaar is er in de VS geen enkele centrale bijgebouwd, zodat de reservecapaciteit is opgebruikt. Een sterke conjunctuur en een warme zomer jagen de markten zo onder spanning. Bovendien is de VS ook een dambord van tien deelmarkten waartussen de transmissiecapaciteit beperkt is. De locatie van nieuwe centrales is dus belangrijk. Het is niet van enige ironie gespeend, maar het model van de ex-monopolist op de Belgische markt is voor Tractebel hét model voor alle geliberaliseerde markten. Alleen het uitgangspunt verschilt: Electrabel verdedigt in België een dominante positie, Tractebel bouwt posities op tegen dominante spelers. Het mag daarom geen verrassing zijn dat een doorgewinterde Electrabel-strateeg de Tractebel-projecten buiten Europa leidt: Dirk Beeuwsaert is sinds 2000 CEO van Tractebel Electricity & Gas International ( EGI) en was daarvoor bijna drie decennia actief bij Electrabel. Zijn belangrijkste taak bij EGI: een topstructuur bouwen boven de verzameling losse projecten die EGI was. Beeuwsaert: "EGI was embryonaal een projectontwikkelaar die afhankelijk was van de inschatting van individuen. Nu hebben we processen ontwikkeld die de projecten screenen en opvolgen." Beeuwsaert weet niet alleen alles van de verzameling ketels, pompen en leidingen die elke krachtcentrale in wezen is, hij is vooral procesmatig heel sterk. Strakheid en rechtlijnigheid typeren zijn managementstijl. Eenvoudig Italiaans design siert zijn woonst in Merelbeke. EGI schakelde op 1 januari 2001 over van oud naar nieuw. Iedereen verloor zijn baan en kon opnieuw solliciteren voor drie jobs. Dirk Beeuwsaert: "Door mensen zelf de keuze te geven, schakelde de organisatie veel sneller om. Elke regio kan projecten voorstellen, maar Brussel beslist. Het gaat erom de middelen efficiënt in te zetten. We betalen geen zotte prijzen voor activa en het aantal landen waarin we actief zijn, nu twaalf, heeft een plafond. Binnen dat kader kan je opportunistisch zijn, zoals op de VS-markt, waar concurrenten in moeilijkheden kansen laten. Maar we zijn geen krokodil die alles opvreet. We analyseren eerst geduldig de brokken." Al kan ook deze aanpak niet alle risico's wegfilteren. In Peru bijvoorbeeld raakte Tractebel verstrikt in een machtsspel tussen de lokale en nationale overheid. Na het Roeselaarse klein seminarie pendelden de gedachten van Dirk Beeuwsaert tussen exacte wetenschappen en geneeskunde. Dankzij een geslaagd toelatingsexamen in Gent helde de keuze over naar werktuigkundig en elektrotechnisch ingenieur. In het laatste jaar koos Beeuwsaert voor energie, een vak dat bepalend was voor de rest van de carrière. Meteen na zijn studies stond het elektriciteitsbedrijf Intercom immers met een contract te zwaaien. De Rumbekenaar hapte toe. "Ook vandaag zou ik ingenieurstudies verkiezen. Ze geven immers toegang tot het algemeen management," zegt Dirk Beeuwsaert. De alumnus houdt trouwens nog altijd de ingenieursopleiding in de gaten als lid van de adviesraad van de faculteit Toegepaste Wetenschappen van de Universiteit Gent. Beeuwsaert zetelt ook in de raad van bestuur van de Vlerick Leuven Gent Management School. Met decaan Roland Van Dierdonck staat op zondag geregeld een fietstochtje op het programma. Intercom dropte in 1971 de stagiair in de steenkoolgestookte centrale van Baudour. Een jaar later was Beeuwsaert er chef van de onderhoudsdienst, honderd man sterk. "Ik stak er technisch heel veel op - ik was zelfs lasser - maar de Waalse ervaring bezorgde me vooral een cultuurschok. Kwam daarbij dat in die periode de laatste steenkoolmijnen werden gesloten, een operatie die gepaard ging met zware stakingen."In 1977 trok Beeuwsaert naar de centrale van Ruien, met een capaciteit van 1000 megawatt de grootste in België. Daar reorganiseerde hij mee de onderhoudsafdeling en nam er vanaf 1994 de leiding als directeur. "Ik heb er geleerd op te boksen tegen sterke persoonlijkheden. Het was ook de periode waar gedeeltelijk werd omgeschakeld van steenkool naar stookolie en later naar gas." Beeuwsaert schoolde er zich om van ingenieur tot algemeen manager. 1990 was het jaar van de fusie tussen Intercom, Ebes en Unerg tot Electrabel. Beeuwsaert kreeg de leiding over de klassieke productie in Vlaanderen. "De grootste uitdaging bestond erin om tot één bedrijfscultuur te komen. Onze techniek: schuiven met de toplaag. Intercom-managers kregen bijvoorbeeld Ebes-divisies in handen en vice versa." Twee jaar later klom Beeuwsaert op tot chef van alle klassieke centrales, orchestreerde de trend naar efficiëntere stoom- en gascentrales, sloot enkele vestigingen en joeg economisch denken in de organisatie door bijvoorbeeld centrales het statuut van profitcenter te geven. Beeuwsaert: "Verrassend hoe mensen reageren sinds ze de kosten moeten verantwoorden. De big spenders van vroeger draaien vandaag elke frank om." In 1996 kreeg Dirk Beeuwsaert ook de kerncentrales onder zijn hoede en in 1999 was hij naast Yvan Dupon en Willy Bosmans een van de topfavorieten om Jean-Pierre Hansen, die zelf doorschoof naar Tractebel, op te volgen als CEO van Electrabel. Willy Bosmans kreeg de leiding van Electrabel in handen, Beeuwsaert moest nog een jaartje wachten op zijn missie: het stroomlijnen van de internationale expansie van Tractebel. Daan Killemaes [{ssquf}]"We zijn geen krokodil die alles opvreet. We analyseren eerst geduldig de brokken."