Hoe kan een gereputeerd auditkantoor, dat jarenlang een onderneming controleert, geen weet hebben van een gigantisch fraudecircuit binnen dat bedrijf?
...

Hoe kan een gereputeerd auditkantoor, dat jarenlang een onderneming controleert, geen weet hebben van een gigantisch fraudecircuit binnen dat bedrijf?Dat is de vraag die op ieders lippen ligt. Het KPMG-rapport van vorige week donderdag over zijn werkzaamheden bij Lernout & Hauspie ( L&H) schenkt de publieke opinie echter geen voldoening. Had de voormalige revisor Paul Behets van het auditkantoor begin de jaren negentig al niet de vinger op de wonde gelegd door bedenkingen te formuleren rond de waarde van de licentiecontracten, het boeken van de klantentegoeden, de relaties met de verbonden ondernemingen en het activeren van de kosten voor onderzoek en ontwikkeling? Ja, maar net zo min je een politiecommissaris verantwoordelijk kunt stellen voor iedere moord in zijn gemeente, is de revisor ook niet medeplichtig aan elke fraude binnen de door hem gecontroleerde onderneming. Tegen een vernuftig systeem van nevenverbintenissen, schijncontracten met banken en fictieve licentietransfers door het topmanagement valt weinig in te brengen (zie blz. 18).Toch wijst de L&H-affaire op een grote kloof tussen wat een revisor kan en wat het publiek verwacht: de beruchte expectation gap. Maar dat betekent niet dat er niet geschaafd moet worden aan de aansprakelijkheid en de deontologie van de revisoren. Zo blijkt uit een recente enquête van The Wall Street Journal dat de grote bedrijven in de Verenigde Staten driemaal meer geld uitgeven aan de auditkantoren voor advies dan voor het echte revisorenwerk. Tegen deze vermenging van controle en commercie binnen dezelfde groep bestaan grote ethische bezwaren. Administratieve scheidingsmuren tussen de diverse afdelingen - de zogenaamde Chinese walls - bieden hier onvoldoende waarborgen. Huisartsen hebben toch ook geen financieel belang in uitvaartbedrijven, stellen critici. En gelijk hebben ze. Daarom moeten de controleurs van de jaarrekening zich losmaken van hun collega's die managementadvies aan bedrijven verlenen. In de praktijk beginnen de grote auditkantoren zich nu eindelijk te splitsen in twee onafhankelijke entiteiten. Blijft de vraag of de revisor ook geen fiscaal advies meer aan zijn klant mag geven, zoals het wetsontwerp van Paul De Grauwe (VLD) voorstelt. Voor KMO's lijkt dat overbodig. De Verenigde Staten noch de ons omringende landen passen zo'n verbod toe. Wel kan het toezicht op de werking van het revisoraat verbeteren. Hier zou de oprichting van een extern controleorgaan soelaas kunnen bieden. Wat de beursgenoteerde bedrijven betreft, dient de bestaande Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBF) meer bevoegdheden te krijgen. Eric Pompen