De Belgische economie begint meer en meer tekenen van schizofrenie te vertonen. Terwijl de consument de knip op de beurs houdt, expandeert de bedrijvensector.
...

De Belgische economie begint meer en meer tekenen van schizofrenie te vertonen. Terwijl de consument de knip op de beurs houdt, expandeert de bedrijvensector.Het concept duale economie werd in België de voorbije decennia gemeengoed door de communautaire tegenstellingen inzake economische prestaties : Vlaanderen groeit en schept jobs, Wallonië stagneert en kreunt onder de werkloosheid. De jongste jaren manifesteert zich een nieuwe dualiteit in ons economisch bestel. Ditmaal loopt de scheidingslijn tussen ondernemingen en consumenten. De minimale economische groei die ons land kende, kwam uit de bedrijvensector. De Belgische consument lijkt stilaan aan een ziekelijk gebrek aan consumptie te lijden, een consurexia nervosa. Geert Noels, hoofdeconoom van investeringsbank en beursmakelaar Petercam, zette recent een aantal gegevens op een rij inzake de duale economische ontwikkeling in België. Grafiek 1 geeft aan hoe, in reële termen, er zich vanaf begin 1993 een fundamentele divergentie voordoet tussen bedrijfsomzetten en verkoop in de detailhandel. Deze laatste haalde in de eerste helft van dit jaar zelfs nauwelijks het niveau van 1990. Reeds van het midden van de jaren tachtig neemt de relatieve bijdrage van de ondernemingen aan het bruto binnenlands product haast continu toe (zie grafiek 2). Uit grafiek 3 komt naarvoren dat de bijdrage aan het BBP van de particuliere sector merkwaardig constant bleef de voorbije 15 jaar terwijl dat van de overheid terugliep en dat van de ondernemingen steeg. Welke consequenties heeft deze consumentenlethargie voor de conjunctuur ? Geert Noels : "Gezien het zware gewicht van de consumptie kom je met een aarzelende consument bijna onmogelijk boven een economische groei van 2 % op jaarbasis. Die lethargie is dus niet direct goed nieuws voor de begroting en de tewerkstelling. Maar je mag toch niet uit het oog verliezen dat een conjunctuurcyclus in zekere zin moet rijpen. In de Verenigde Staten begon de huidige groeifase in 1991 en duurde het ook tot in 1994 vooraleer ook de consument serieus zijn schouders zette onder die groeibeweging." Geen alarmisme dus, maar toch wel bezorgdheid die vooral te maken heeft met de gegevens inzake het vertrouwen (zie grafiek 4). Tot eind 1995 volgden bewegingen in het consumentenvertrouwen met enige vertraging de ups and downs in het producentenvertrouwen. Sedert begin vorig jaar is die relatie serieus verstoord. Daarvoor moeten we het spaargedrag van de particulieren van nabij bekijken. Sinds '94 is het beschikbaar inkomen van de particulieren, als percentage van het BBP, fors gedaald. De spaarquote het spaarvolume als percentage van het beschikbaar inkomen is in diezelfde periode ook behoorlijk teruggevallen, maar niet zoveel (zie grafiek 5). Die twee elementen zorgen ook bij Geert Noels voor ongerustheid. "Heeft het consumptie- en spaarpatroon van de Belgische consument zich structureel gewijzigd ? Lijdt die Belgische consument aan consurexia nervosa ? Het is nog te vroeg om een definitief antwoord te geven. Eén van de belangrijke variabelen daarbij betreft het zogenaamde wealth effect. De Belgische spaarder heeft immers de voorbije jaren een aanzienlijke voorraad van activa opgebouwd die zijn rijkdom aanzienlijk verhoogd hebben. Hoe gaat dat op kortere en op langere termijn zijn consumptiegedrag beïnvloeden. Het blijft koffiedik kijken." JVO GEERT NOELS (PETERCAM) Met een aarzelende consument kom je bijna onmogelijk boven een economische groei van 2 % op jaarbasis.